Iedereen kijkt woensdag naar de Fed – vooral opkomende landen

Niet alleen de Verenigde Staten, maar ook de rest van de wereld zet zich schrap voor de eerste renteverhoging sinds 2006. Woensdagavond wordt het besluit bekend.

Illustratie Stella Smienk Illustratie Stella Smienk

Of ze het gaan doen is al bijna de vraag niet meer. Hoe vaak ze het gaan doen des te meer. Woensdagavond, na afloop van de tweedaagse bestuursvergadering van de Amerikaanse centrale bank, zal de rente hoogstwaarschijnlijk omhoog gaan. En dat is voor het eerst sinds 2006.

Het tarief is nu nagenoeg nul procent en is dat al sinds december 2008, toen de Lehman-crisis een snelle reeks van verlagingen noodzakelijk maakte. De term ‘nagenoeg nul’ is hier op zijn plaats. De Amerikaanse Federal Reserve werkt anders dan bijvoorbeeld de Europese Centrale Bank. Die laatste dicteert een rentetarief aan de geldmarkt. De Federal Reserve werkt daarentegen met een ‘doelrente’ (target rate). Kleine aan- en verkopen op de geldmarkt worden gebruikt om dat doel in de praktijk te brengen.

Formeel heeft deze federal fund rate nu een onder- en bovengrens van respectievelijk 0 en 0,25 procent. In de praktijk was het maandag 0,14.

Op de financiële markten wordt er sterk rekening mee gehouden dat de doelrente woensdag met een kwart procentpunt zal worden opgeschroefd. Juist omdat deze actie zo breed wordt verwacht, hoeven de marktreacties niet heel groot te zijn, stelde ING maandag. De onzekerheid ligt in de vraag waar de renteverhogingen ophouden.

Uit uitlatingen en publicaties van de Fed en haar bestuurders valt op te maken dat er, de komende renteverhoging meegerekend, tot eind 2016 vier stappen van een kwart procentpunt zijn gepland. Waarna de rente dus 1 procentpunt hoger zal zijn uitgekomen. Maar op de markten wordt daar aan getwijfeld. Is de Amerikaanse economie daar wel aan toe? En, minstens even belangrijk, is de rest van de wereld er wel op berekend?

Gunstige cijfers zijn er zat: de economie in de VS groeit met 2,4 procent dit jaar, de werkloosheid is gedaald tot 5 procent en de stemming onder consumenten en producenten is best.

Maar over de inflatie bestaat meer onduidelijkheid. De VS hebben dermate veel verschillende maatstaven voor inflatie dat voor- en tegenstanders van een verkrappend monetair beleid ampele munitie hebben om hun standpunt te verdedigen.

Kijk alleen maar naar de ‘gewone’ inflatie, die op dit moment 0,2 procent op jaarbasis bedraagt. Dat is alarmerend laag en een mogelijke reden om de rente laag te houden. Maar als energie en voedsel niet worden meegerekend gaat de ‘kerninflatie’ al richting de 2 procent en dat noodzaakt juist een opwaartse rentestap.

Er zijn ook strategische overwegingen: wat als de Fed de rente verhoogt, de economie zwakker is dan gedacht en de inflatie te laag blijft? Dan moet de centrale bank op zijn schreden terugkeren en de rente weer verlagen, met ernstig reputatieverlies als gevolg. Maar, zo brengen de voorstanders van een renteverhoging er tegenin, door de rente op te schroeven creëert de Fed juist beleidsruimte om te rente kunnen verlagen bij een toekomstige recessie. Want als de rente zeer laag blijft, dan zijn de beleidsinstrumenten beperkt.

Bovendien is, ondanks alle verhalen over de opkomst van China, op dit moment de dollar nog veruit de belangrijkste wereldmunt. Dat maakt de Fed in zekere zin de centrale bank van de wereldeconomie. Met name opkomende landen, waar burgers en bedrijven veel in laagrentende dollars hebben geleend, vrezen grote problemen als de rente op die dollars stijgt. De buitenlandse leningen worden lastiger om terug te betalen, het kapitaal kan wegvluchten en er zijn binnenlandse renteverhogingen nodig om dat te neutraliseren.

Omdat de grondstoffencrisis veel opkomende economieën al de problemen heeft gebracht, kunnen veel van die landen, bijvoorbeeld Brazilië, een extra tegenslag niet gebruiken. De Bank voor Internationale Betalingen waarschuwde hier in haar jongste kwartaalverslag van twee weken geleden nog voor. Zwakte in het buitenland kan terugslaan op de Amerikaanse economie zelf.

Aan de andere kant: eens zal er een normalisering moeten gaan optreden in het Amerikaanse monetaire beleid. Onder de radar blijft dat het enorme opkoopprogramma van vooral staatsleningen door de Fed niet wordt afgebouwd. Sterker nog: de opgeblazen balans van de centrale bank wordt nog steeds op peil gehouden met tussentijdse aankopen. Van nog geen 900 miljard dollar vóór de Lehman-crisis is het balanstotaal van de Fed gestegen tot 4.480 miljard en blijft daar.

Dat wel de rente wordt verhoogd, maar de balans niet wordt afgebouwd wijst er op dat een flink deel de Amerikaanse staatsschuld in wezen nu permanent wordt gefinancierd door de centrale bank. Een fenomeen dat zich overigens ook in de eurozone zal gaan voordoen nu de ECB heeft toegezegd niet alleen langer steunaankopen van 60 miljard euro per maand te plegen, maar de gestegen balans met tussentijdse vervanging van aflopende staatsleningen op peil te houden.

De langere termijn van het monetaire beleid is dus in meer opzichten interessanter dan de korte termijn. Dat de rente woensdag wellicht omhoog gaat, hoeft geen verrassing te zijn. Maar hoe vaak de rente vervolgens zal gaan stijgen, en wat er met het aankoopbeleid gebeurt, dat is voor de economie van groter belang.