Dag meneer, mag ik uw verhaal even opnemen?

Als Chris Bajema vertelt dat hij een podcast heeft, weten de meeste mensen niet wat dat is. Maar hij gelooft in de radiovorm die in andere landen miljoenen luisteraars trekt. Ook al is bij ons ‘sprake van een kip-ei-situatie’.

Chris Bajema (Man met de microfoon) op het Javaplein in Amsterdam. ‘Ik kijk ze aan en probeer erachter te komen wat ze denken.’ Foto Olivier Middendorp

Chris Bajema heeft een parkeerontheffing. Dus hij mag op deze mooie donderdagmiddag in november zijn oranje bus gewoon de stoep op draaien en zo’n beetje op het terras van de Coffee Company aan het Amsterdamse Javaplein neerzetten.

Hij pakt zijn microfoon – rechthoekig, met zo’n mutsje erop – en houdt hem stevig in zijn rechterhand. „Dit is altijd het moeilijkste”, zegt hij terwijl hij uitstapt. „Het is zaak als eerste een vriendelijk iemand te hebben.” Hij mikt op twee dames die op het plein een Turks broodje zitten te eten. Stapt erop af, stelt zich voor en zegt dat hij een podcast maakt. „Weten jullie wat dat is?”

Bajema (44), die eerder veel hoorspelen en radiodocumentaires maakte voor onder meer de VPRO, wil dit allemaal alleen doen. Zonder omroep, in zijn eentje, op straat op zoek naar menselijke verhalen. Man met de microfoon, noemt hij het. Het zijn afleveringen van pakweg een half uur, steeds met verschillende verhalen die aansluiten bij een thema. En aan het begin van de eerste aflevering, die nu te horen is, stelt hij die ene vraag – wat ís een podcast eigenlijk – ook aan zijn eigen moeder.

„Kleine, korte dingetjes”, gokt ze.

Het is haar niet kwalijk te nemen. Wat een podcast is, weten veel Nederlanders niet. In het kort: een radioprogramma zonder vast uitzendtijdstip, op afroep te luisteren via een internetverbinding. Populair zijn vooral de verhalende shows: echte verhalen van echte mensen, met rijke personages en een spanningsboog. Zoals This American Life van Ira Glass – ongeveer de vader van de verhalende podcast.

Bajema’s aanpak lijkt daarop, maar heeft ook iets van Hello Goodbye en Man Bijt Hond. Hij stapt op mensen af en trekt ze met één prikkelende vraag richting zijn thema voor een aflevering. „Heeft ú weleens een frisse start moeten maken?” Als hij op een mooi verhaal stuit, zoekt hij de mensen die hij ontmoet graag nog een keer op, om een keer bij hen thuis op te nemen, bijvoorbeeld.

Zijn eigen frisse start is dus die podcast. Waarin hij, zoals hij dat noemt, „echte en bijna echte” verhalen vertelt. De bijna echte verhalen zijn vooraf geschreven scènes, aansluitend bij het thema van de aflevering, die hij opneemt met acteurs als Diederik Ebbinge, Lies Visschedijk en Marcel Hensema. Op de echte verhalen stuit hij door goed om zich heen te kijken in zijn buurt. Zo kwam hij in contact met een vluchteling uit Mosul, die in zijn busje graag een dankwoordje voor het Nederlandse volk wilde uitspreken.

En hij ontmoette een jongen die zich zonder medicijnen aan een psychose had weten te onttrekken. Bajema sprak hem gewoon aan. „Hij had dezelfde jas aan als ik. Dat vond ik grappig. Dus ik heb gewoon mijn bus geparkeerd. Ik zeg: hé, we hebben dezelfde jas. En toen kwam dat verhaal eruit.”

De twee vrouwen met de Turkse broodjes werken bij een hostel verderop, en willen hem wel helpen als hij een aflevering maakt met het thema ‘nacht’. Met een andere man, die door Bajema staande wordt gehouden tussen de tafeltjes van de Coffee Company, gaat het binnen een minuut van niks naar een 17e-eeuwse olifant.

Want de verschijningsvorm mag dan anders zijn, voor de rest doet Bajema wat hij al jaren doet: mensen aan het praten krijgen. „Ik stel een open vraag. En dan kijk ik ze aan en probeer erachter te komen wat ze denken.” Wat ook helpt: veel reageren. Je verbazing aanzetten, extra lachen. „En soms moeten ze het nog een keer vertellen. Dat is het lastige hè, met radio. Dan denk ik: shit, hij zegt het net niet goed. Jij kan het natuurlijk mooi opschrijven, maar ik moet zeggen: doe dat nog maar een keer, en misschien moet je je verhaal dan beginnen met: het was een maandag.”

Obama in de garage

Zo’n tien jaar geleden werden podcasts plotseling populair, maar daarna stortte het weer in, om in 2012 aan een renaissance te beginnen. Een cruciaal moment was volgens velen dat radiomaker Roman Mars dat jaar 170.000 dollar ophaalde voor zijn podcast 99% Invisible met een crowdfundingsactie. Dat bewees dat een goede programmamaker geen omroep meer nodig had; het geld kwam van luisteraars en distributie kon via internet naar pc’s en smartphones over heel de wereld.

En wie toen nog niet overtuigd was, raakte dat vorig jaar wel toen Serial een wereldwijde hype werd: de twaalfdelige verhalende podcast waarin de moord op een schoolmeisje wordt onderzocht, werd maar liefst honderd miljoen keer gedownload. Invisibilia, een populair-wetenschappelijke kijk op menselijk gedrag, trok begin dit jaar 5 miljoen luisteraars per aflevering. En WTF, een interviewpodcast die komiek Marc Maron vanuit zijn garage maakt, kreeg deze zomer Obama op bezoek.

Hoe verliep de opkomst van dit medium? Luister 'Secret Histories of Podcasting':

En lees ook: Dit is het Serial-effect. Het onderzoeksjournalistieke programma over een moord in 1999 maakte van de podcast een mainstream medium.

Meerdere radiomakers pur sang zijn inmiddels overgestapt en richtten hun eigen podcastnetwerk op. Een van hen, Alex Blumberg, haalde voor zijn startup Gimlet enkele weken terug nog zes miljoen dollar op bij investeerders. Ook in Zweden is de podcast aan een opmars bezig, voor een groot deel dankzij de publieke omroep, die samenwerkt met externe makers om wekelijks 2 miljoen podcastluisteraars (op een bevolking van 9 miljoen) te bedienen.

Maar als Chris Bajema ergens aanklopt, weten ze dus niet wat een podcast is. Het is een niche in Nederland. Plots (VPRO), een podcast die zich ook liet inspireren door This American Life, verdween in 2013 door bezuinigingen bij de publieke omroep. De opvolger, Toendra, bestaat sinds maart van dit jaar en heeft iets meer dan 2.600 abonnees (Radio Doc, het documentaireprogramma van Radio 1 waar Toendra ook in zit, heeft er 2.000). De populairste aflevering van de afgelopen tijd bij Echt Gebeurd, een podcast waarin mensen waargebeurde verhalen vertellen op een podium, werd een kleine 7.000 keer geluisterd.

Zonder grote luisteraantallen komen er geen adverteerders en zonder adverteerders kunnen er geen goede shows gemaakt worden waar veel mensen naar willen luisteren. Er is, zegt Bajema, „sprake van een kip-ei-situatie”.

Man met de microfoon

Met zijn eigen crowdfundingsactie haalde hij de afgelopen maanden 6.400 euro op. Dat is, samen met subsidie van het Mediafonds en de gemeente Amsterdam, net genoeg op om vijf afleveringen te kunnen maken. Voor wat daarna komt, zoekt hij sponsors.

Inhoudelijk moet De man met de microfoon anders worden dan de paar Nederlandse podcasts die in hetzelfde genre vallen. „Dít is er nog niet”, zegt hij, wijzend op de gekleurde blokjes met zijn opnames zoals ze in het softwareprogramma staan waarmee hij het aan elkaar monteert.

Bajema hoopt stiekem op 25.000 luisteraars, al zegt hij er meteen achteraan dat dat eigenlijk „te veel” zou zijn. En dat dan een sponsor zich meldt, of dat er net als in Amerika podcastcollectiefjes ontstaan die samen optrekken en samen adverteerders zoeken. Dat zou prachtig zijn. Want het werk zelf? Het bedenken, verhalen zoeken, monteren? „Ja, dat is natuurlijk het mooiste wat er is.”