Eenderde van de volwassenen ‘mantelzorgt’ maar hoe lang nog?

Er zijn veel vrijwilligers die naasten helpen, zo blijkt. Maar veel van hen zijn overbelast.

De „participatiesamenleving” waar koning Willem-Alexander het twee jaar geleden in de Troonrede over had, bestaat allang. Uit een dinsdag gepubliceerd SCP-rapport blijkt dat vier miljoen Nederlanders in 2014 mantelzorg hebben verleend – eenderde van de volwassen bevolking. Daarbij deden een miljoen mensen dat jaar vrijwilligerswerk in de zorg.

Het onderzoek, bestaande uit enquêtes onder ruim 7.000 Nederlanders, werd uitgevoerd in het najaar van 2014. Het zegt dus niets over de eventuele extra mantelzorg die mensen zijn gaan verlenen toen de overheid begin dit jaar zwaar bezuinigde op de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). „Eind volgend jaar herhalen we het onderzoek”, zegt SCP-onderzoeker Mirjam de Klerk, „en dan kun je zien of het aanbod aan informele hulp na de decentralisaties is toegenomen.”

Het SCP hanteert in dit onderzoek een brede definitie van mantelzorg: emotionele ondersteuning en het bieden van gezelschap vallen er bijvoorbeeld ook onder. De actiefste mantelzorgers zijn mensen tussen de 45 en 64; meer vrouwen dan mannen zijn mantelzorger en meer kerkgangers dan niet-kerkgangers. Vier op de vijf mantelzorgers helpen familie, en ruim een op de vijf zorgt voor vrienden of buren; 35 procent van de mensen die in 2014 geen zorg verleenden zei bereid én in staat te zijn dat in de toekomst wel te doen. Dat gaat om 2,8 miljoen mensen, een flink reservoir.

Tot zover het goede nieuws. Want bijna eentiende van de momenteel actieve mantelzorgers voelt zich zich zwaar belast. Om dit op te lossen moeten overbelasten eerder om hulp vragen, moeten gemeenten beter in de gaten houden of mensen niet te veel onder druk staan, kunnen werkgevers flexibeler omgaan met de werktijden en zou de landelijke overheid financiële tegemoetkomingen kunnen regelen, schrijft het SCP.