Belle en het beest vinden balans tussen humor en antieke drama

Beauty and the Beast is na tien jaar met veel zwier terug in het theater. Dirigent Andris Nelsons is deze maand niet te zien in het Koninklijk Concertgebouworkest. Zijn vervanger mist nét wat kleuring en spanning, maar de solisten komen goed tot hun recht.

Een metershoog, opengeslagen sprookjesboek is het openingsbeeld van Beauty and the Beast, want hier komt het verhaal van de prins die ooit, wegens een misstap, werd omgetoverd in een beestmens – en die uit deze ban pas weer kan ontsnappen door een allesoverweldigende romance. Maar vind maar eens een mooi meisje dat door die mismaakte buitenkant kan heen kijken. Een meisje als Belle.

Dit is Disney's knuffelversie van de achttiende-eeuwse klassieker La belle et la Bête, in 1946 verfilmd door Jean Cocteau als een in het duister broeiende geschiedenis. De heel wat minder duistere theatermusical die Disney ervan maakte, gebaseerd op de eigen tekenfilm, werd tien jaar geleden ook al in Nederland gespeeld. En nu dus opnieuw, met een vrijwel geheel nieuwe cast, maar gelukkig nog wel in de fleurige, vondstrijke vertaling die Martine Bijl er toen van maakte. Van haar is ook de stem buiten beeld, die het sprookje inleidt.

In deze versie, die in het Circustheater in Scheveningen wordt doorgespeeld zo lang er voldoende publiek op afkomt, wordt Belle vertolkt door Anouk Maas – met een passende ingénue-uitstraling en een klinkklare stem die vertedert. Haar voornaamste tegenspeler is Edwin Jonker, wiens robuuste bariton iedereen in de wijde omtrek de stuipen op het lijf jaagt, terwijl hij ook genuanceerd laat zien hoe zo'n beestmens allengs kan ontdooien.

De grootste aantrekkingskracht van Beauty and the Beast schuilt in de gehaaide manier waarop het antieke melodrama wordt afgewisseld met visuele en verbale humor. De geestigste scènes spelen zich af tussen Freek Bartels, als een leeghoofdige, maar zelfingenomen praalprins die „dank je” zegt als Belle hem een macho noemt, en Jorge Verkroost als de prinselijke bediende die met zijn slapstick-spel terecht de lachers op zijn hand krijgt.

Disney-regisseur Glenn Casale houdt de balans tussen emotie en humor in de hand, met veel vertoon van theatraal vernuft en een ironiserende vormgeving met veel gotische kitsch. Uit de orkestbak klinken, effectvol geleid door René Op den Camp, de aanstekelijke melodietjes van Disney's vaste componist Alan Menken. Met als gevolg dat Beauty and the Beast weer met buitengewoon veel zwier tot leven is gekomen.