Astrid Roemer bekroond met P.C. Hooftprijs 2016

Bekroning Surinaamse auteur komt als verrassing

Met de bekroning van Astrid H. Roemer met de P.C. Hooftprijs 2016 gaat de belangrijkste Nederlandse literatuurprijs (60 duizend euro) voor het eerst naar een auteur uit het Caraïbisch gebied. De in 1947 in Paramaribo geboren Roemer dankt de prijs, aldus de jury, aan het feit dat haar romans „tegelijk scherpe en relevante interventies in het publieke debat zijn én complexe literaire verbeeldingen van de geschiedenis van Suriname”. De jury bestond uit Karin Amatmoekrim, Sander Bax, Toef Jaeger, Edzard Mik en Pauline Slot. Roemer zei vanmorgen telefonisch zeer verrast te zijn: „Ik heb in mijn leven aan alles weleens gedacht, maar niet aan de P.C. Hooftprijs.”

De uitverkiezing van Roemer (voor haar proza) komt als een verrassing: de schrijfster kreeg niet eerder een grote literaire prijs. Ze publiceerde nog maar weinig sinds de publicatie in 1999 van Was getekend, het slotdeel van haar bejubelde trilogie tegen de achtergrond van de Surinaamse geschiedenis. Roemer werd bij verschijning geprezen om zowel haar beeldenrijkdom als om het scherpe, zij het weinig opwekkende, beeld dat zij van haar geboorteland schetste in wat zij zelf ‘dekolonisatieromans’ noemt.

Roemers engagement is onloochenbaar. „Het klinkt misschien arrogant”, zei ze na publicatie van haar trilogie, „maar wie deze boeken achter elkaar leest zal nooit meer een neurotische relatie hebben met Suriname en Nederland”. Ze hamerde op berechting van de schuldigen van de Decembermoorden. Haar betrokkenheid geldt overigens niet alleen Suriname: in 1982 brak ze in Nederland door met de ‘fragmentarische roman’ Over de gekte van een vrouw, die haar reputatie vestigde als feministisch auteur en haar een rolmodel maakte voor lesbische vrouwen. Roemers engagement betekent niet dat ze het haar lezers altijd makkelijk maakt, schreef Elsbeth Etty in NRC Handelsblad: „Aan lineair vertelde verhalen heeft Roemer een hekel en ook Was getekend […] heeft iets van een tropisch regenwoud. Pas na flink doorzetten en het wegkappen van talloze woekerplanten en andere obstakels wordt een structuur zichtbaar.”

Astrid Heligonda Roemer trok in de jaren zestig naar Nederland, keerde terug naar Suriname en vestigde zich in de jaren zeventig in Den Haag. In 1974 verscheen haar roman Neem me terug Suriname, die in haar geboorteland veel succes had. Roemer publiceerde tientallen boeken – ook toneel en poëzie – en zat namens GroenLinks in de gemeenteraad van Den Haag. Elf jaar geleden verscheen het autobiografische Zolang ik leef ben ik niet dood, dat amper aandacht kreeg. In mei van dit jaar verscheen ze voor het eerst na jaren in het openbaar op een literaire avond die was georganiseerd door documentairemaker Cindy Kerseborn, die de film De wereld heeft gezicht verloren over Roemer maakte. Die ging vorige week in première in de Openbare Bibliotheek in Amsterdam. Daar liet de schrijfster uiteindelijk verstek gaan. Wel riep ze via een sms aan Kerseborn de aanwezigen op „vooral heel lief te zijn voor elkaar”.