Publieke omroepen willen een Netflix beginnen voor vluchtelingen

De publieke omroepen willen een online videodienst beginnen voor vluchtelingen, expats en migranten in Nederland. Aan het initiatief ‘Net in Nederland’ nemen bijna alle omroepen deel, behalve NOS, PowNed en WNL. ‘Net in Nederland’ geeft voorlichting over Nederland: „geschiedenis, gebruiken, taal, geschreven en ongeschreven wetten en regels, volksaard en eigenaardigheden.” De video’s krijgen Nederlandse, Engels een Arabische ondertiteling.

„Wij willen vanuit onze maatschappelijke verantwoordelijkheid een steentje bijdragen aan de vluchtelingencrisis”, zegt VPRO-directeur Lennart van der Meulen namens de omroepen. „We hopen in april live te gaan. Eerst moet het ministerie onze aanvraag voor een nieuw digitaal aanbodkanaal goedkeuren.”

Van der Meulen, initiatiefnemer van het plan, wil een breed palet aan reeds bestaande programma’s op het kanaal aanbieden. Oorlogsverslaggever Hans Jaap Melissen heeft daartoe een haalbaarheidsonderzoek in de asielzoekerscentra uitgevoerd. „Wat wel grappig is: hij vertelde dat ze in Syrië graag Ter land, ter zee en in de lucht kijken.”

Het aanbod: „Informatieve, educatieve en culturele programma’s. Denk aan Nederland van boven, maar ook videootjes van drie minuten van de NTR, school-tv en taalles.”

Powned en WNL doen niet mee: zij vinden dit geen publieke functie. De NOS wil journalistiek onafhankelijk blijven. Wel is er een dagelijks NOS Journaal te zien. De participerende omroepen gaan er van uit dat de meeste vluchtelingen beschikken hebben over een smartphone of een tablet waarop ze het kanaal kunnen ontvangen.

De omroepen willen hierbij samenwerken met Vluchtelingenwerk en de Centrale Opvang Asielzoekers (COA). Het idee is gebaseerd op soortgelijke initiatieven van de Duitse publieke omroep ARD en de Oostenrijkse ORF. Het videoplatform krijgt een eigen redactie en wordt betaald uit verenigingsgeld.

In september meldden de omroepen reeds dat ze de vluchtelingen wilden helpen. KRO-NCRV wilde honderd vluchtelingen opvangen in hun gebouw in Hilversum. Maar het COA vond de leegstaande verdieping ongeschikt voor nood- of crisisopvang.

Verder denken de omroepen erover om gevluchte Syrische journalisten een stageplaats aan te bieden en werkplekken in de vluchtelingencentra in te richten.