Strafhof: nieuw gebouw, maar weinig te vieren

Het Strafhof veroordeelde slechts twee oorlogsmisdadigers in veertien jaar. Bij de huidige oorlogen staat het buitenspel.

Het nieuwe onderkomen van het Strafhof in Den Haag is bestand tegen terreuraanslagen. Foto Martijn Beekman/EPA

Het Internationaal Strafhof, de eerste permanente rechtbank in de wereld voor de vervolging van oorlogsmisdadigers en schenders van mensenrechten, heeft sinds vandaag een nieuw uitzicht. De Court Tower aan de Oude Waalsdorperweg in Den Haag is opgetrokken uit glas en staal. De bovenste verdieping biedt een levensecht Panorama Mesdag – een weids uitzicht over de Oosterduinen en de achterliggende kuststrook.

Een toonbeeld van transparantie mocht het Deense architectenbureau Schmidt Hammer Lassen hier neerzetten. Maar wel een constructie die terreuraanvallen kan weerstaan. „Aan de buitenkant zie je het niet, maar dit is een fort, geloof me”, zegt een veiligheidsbeambte.

De ingebruikneming van het moderne equivalent van het Haagse Vredespaleis, is een prestigieuze stap. Met een ‘eigen’ hoofdkwartier bewijst het Strafhof dat het niet meer weg te denken is, onderstreepte de Argentijnse diplomaat en rechter Silvia Fernández de Gurmendi, toen ze vorige maand als voorzitter de sleutel in ontvangst nam.

Toch laat het Strafhof de mijlpaal stilletjes voorbij gaan. Er is geen reden tot feest. De tijdgeest heeft zich de afgelopen jaren tegen het Strafhof gekeerd. Als het Strafhof nu opnieuw opgericht zou moeten worden, kwam het er niet meer, zeggen verschillende waarnemers.

Toekomstige wereldvrede

In juli 1998 besloten 120 landen in Rome tot de oprichting van het permanente Hof. Dat was vier jaar na de genocide in Rwanda en bijna drie jaar na het einde van de Bosnische oorlog. Dergelijke verschrikkingen nooit meer, was de impliciete boodschap. De diplomaten en juristen in Rome spraken over een historische doorbraak in het internationale recht en over een hoeksteen voor toekomstige wereldvrede.

De Haagse jurist Sam Muller, werkzaam voor het Joegoslaviëtribunaal, proefde iets van die opwinding toen hij als kwartiermaker in de zomer van 2002 zijn intrek nam in de lege kantoorruimtes van een ‘tijdelijk’ onderkomen aan de A12 bij Voorburg. „Het was opzienbarend hoeveel landen het Statuut van Rome gingen ratificeren”, blikt hij terug. „We moesten snel aan de slag. De regering-Bush wilde het Hof kapotmaken. Onze grote angst was: straks bellen de Amerikanen en dan neemt niemand hier op. Dan zullen de tegenstanders zeggen: zie je wel, dat Strafhof is een schijnvertoning.”

Een farce is het Strafhof niet geworden. Maar de hooggestemde verwachtingen zijn niet ingelost. Het optimistische tijdsbeeld van toen is vervlogen. Anno 2015 gaat de discussie niet over gerechtigheid en vrede, maar over de strijd in Syrië, de oorlog in Jemen, de gruwelijkheden van Boko Haram en over aanhoudende vluchtelingenstromen. Bij al die conflicten staat het Strafhof machteloos. Het heeft geen jurisprudentie over niet-lidstaten (zoals Syrië en Jemen) en het heeft geen eigen politiemacht om verdachten op te pakken. Laat staan dat het militaire mogelijkheden heeft vrede af te dwingen.

Het Strafhof laat ook steken vallen. Met vier parallelle processen tegen in totaal tien verdachten, belooft 2016 niettemin het drukste jaar ooit te worden voor de rechters. Maar de conduitestaat tot dusver is uiterst mager. Sinds 2002 zijn nog maar drie vonnissen geveld. Een verdachte werd vrijgesproken, twee werden veroordeeld tot celstraffen (de Congolese krijgsheren Thomas Lubanga en Germain Katanga).

De eerste aanklager, de Argentijn Luis Moreno Ocampo, zette het Hof internationaal op de kaart. Maar onder zijn regie stapten ook goede medewerkers op. Een reeks zaken mislukte, doordat hij in conflictgebieden in zee ging met onbetrouwbare tussenpersonen of omdat getuigen door de tegenpartij werden omgekocht of geïntimideerd.

Zijn opvolger, de Gambiaanse Fatou Bensouda, heeft de kwaliteitsverbetering van het onderzoek tot haar prioriteit gemaakt. Maar nog steeds hoor je klachten over bureaucratische stroperigheid.

‘Naïef en dapper’

Daar zit hem evenwel niet de echte pijn van het Strafhof. De crisis is niet een crisis van het Hof, maar die van de internationale gemeenschap, zegt Sam Muller, tegenwoordig directeur van HiiL Innovating Justice. „De oprichters van het Strafhof wilden uitvoering geven aan de idee van een internationale rechtsorde. Terugkijkend kun je je er alleen verwonderen hoe naïef én hoe dapper zij waren.”

Muller wijst op de fragmentatie van de internationale gemeenschap. Regeringen maken niet langer alleen de dienst uit. Niet-gouvernementele organisaties en ondernemingen krijgen steeds meer invloed. Daarnaast dienen zich terreurgroepen aan als IS, die zich op geen enkele manier willen houden aan de spelregels. Bij dit alles functioneert de Veiligheidsraad, het hoogste orgaan dat zaken naar het Strafhof kan verwijzen, niet bepaald als hoeder van de internationale rechtsorde – zie de strijd in Syrië.

Politics is back”, zegt Muller. „Het internationale klimaat maakt het lastig voor het Strafhof om te opereren.” Historicus Thijs Bouwknegt, onderzoeker bij het NIOD, is dat met hem eens. „Zelfs de meeste lidstaten willen geen Strafhof meer dat sterk is en veel slagkracht heeft.”