Column

Simon

De afgelopen jaren huurde ik met vier andere zzp’ers een ruimte in een bedrijfsverzamelgebouw. We hadden niets met elkaar, maar ook niets tegen elkaar en deden ons best om elkaars eigenaardigheden te toleren.

Eentje was een ‘overtuigd Pandist’. Hij reed in en sleutelde aan een Fiat Panda, een auto waarmee je vroeger iedereen uitlachte.

Eentje knaagde de hele dag aan paprika’s en wortels, wat irritant veel geluid maakte, en trok zichzelf af en toe op aan een ijzeren stang die hij voor dat doel in de muur had geschroefd. Af en toe liet hij een keiharde scheet, daar zei hij dan niets van.

Eentje leefde vooral virtueel, op de dating-app Happn, waar hij het ene ‘kogelronde kontje’ na het andere leerde kennen. Avonturen die je niet wilde horen, maar toch te horen kreeg.

Het maakte nieuwsgierig, of juist niet, naar de vierde persoon. Het enige wat ik van hem wist was dat hij een fijne bureaustoel had. Een veel betere dan de mijne. Ik zat er graag op. Achter zijn houten bureau dat ook veel mooier was dan het mijne en dat hij ooit met veel moeite naar de tweede verdieping moest hebben gesleept. Hij had een aardige verzameling journalistieke boeken op een plankje staan, waaruit een zekere ambitie sprak.

Als we al over hem spraken noemden we hem liefkozend ‘de donor’ of ‘vriend van het kantoor’. Ondanks dat hij er nooit was maakte hij keurig maandelijks zijn deel van de huur over. Soms vergezeld van een excuusmailtje als hij een paar dagen te laat was. Lief was ook dat hij mailde dat hij dit jaar weer niet aanwezig zou zijn op de jaarlijkse kerstborrel. Nog liever was dat hij zijn berichten standaard afsloot met ‘tot snel’.

Helaas, of nou ja zo erg was het nou ook weer niet, moesten we vorige week ons kantoortje ontruimen omdat projectontwikkelaars in ons gebouw een hotel zien. Opeens was hij er met een emmertje sop en een schroevendraaier. Hij sopte de vensterbank, schroefde zijn bureau uit elkaar, schraapte de keel en zei iets dat hij al vijf jaar had willen zeggen. Hij wilde geen kantoortje meer huren. Als we op zoek gingen naar een nieuwe ruimte, dan zonder hem. Hij had de afgelopen vijf jaar nul artikelen geschreven en hoopte dat dat een goede reden was.

Daar ging hij, de bureaustoel onder de arm. Zo’n fijne kantoorgenoot gingen we nooit meer vinden.

Dank voor alles, Simon.