Column

Schijnvoetbal

Veel toeristen maken foto’s en filmpjes van bezienswaardigheden en gaan dan later wel eens bekijken wat ze met eigen ogen hadden kunnen zien.

Het herkauwen van het moment lijkt belangrijker dan het moment zelf.

Ik moest eraan denken toen ik Ajax-aanvoerder Davy Klaassen na afloop van het verloren duel met FC Utrecht hoorde zeggen dat „hij niet boos wilde zijn en het eerst allemaal maar eens ging terugzien”.

Het is tekenend voor de laatste twee wedstrijden die Ajax de afgelopen week speelde. De spelers schikken zich in hun lot. Boosheid, vechtlust en drift lijken uit den boze.

In de 41ste minuut schoot Nemanja Gudelj van grote afstand op doel. De keeper van FC Utrecht stopte de bal makkelijk. In de 83ste minuut kopte spits Arkadiusz Milik mis na een vrije trap van Gudelj. Ruim veertig minuten (!) schoot het als aanvallend bekendstaande elftal van Ajax niet op vijandig doel.

Wat deden de spelers dan wel?

Het gros van het elftal is bezig de bal braaf te transporteren. Dat gaat opvallend vaak goed. Balbezit heet het fenomeen. Een Ajax-speler vindt altijd wel een collega naast zich en bezorgt hem de bal. Ziet hij niemand, dan draait hij handig om zijn as en kijkt wie er achter hem vrijstaat.

Balbezit is een belangrijk onderdeel van het voetbalspel geworden. Het wordt zelfs in percentages gemeten tijdens de wedstrijd. Met dwangmatig balbezit ontloop je risico’s, een aanvaring met een tegenstander en de kans op fouten neemt af. Dat lijkt aardig, maar is het niet. Ik noem het schijnvoetbal.

Davy Klaassen zou ik willen adviseren dat repeterende gedrag tijdens de wedstrijd snel te doorzien. En het zou goed zijn als hij op het moment zelf wél boos werd en niet pas later tijdens de analyse van de beelden.

Dat kan hij best; er zit gif genoeg in Klaassen.

Het was verontrustend dat trainer Frank de Boer tevreden was over het spel en de instelling van zijn elftal. Hij had „een team gezien dat heel graag wilde”.

Toen de verslaggever aan de goede bedoelingen van zijn team twijfelde, antwoordde De Boer verontwaardigd: „Jullie denken allemaal maar dat het makkelijk is om door zo’n muur van Utrecht te komen.”

Een muur is een lastig ding. En toch, een blik in een niet bestaand boek als De geschiedenis van de muur zou ons leren dat je er omheen kunt, bovenlangs, onderdoor en soms zelfs doorheen.

De Boer ging nog eens bij zichzelf te rade.

Ja, hij had toch wel iets gemist: opportunisme. Maar goed, ook daar moet je als coach tijdens een wedstrijd achter komen en niet achteraf.