‘Pärt zoekt een smeltende klank’

De componist repeteerde dit weekend met Cello8tet Amsterdam. „Es muss eine Liebesgeschichte sein!”

Componist Arvo Pärt repeteeerde vrijdagavond in de Westerkerk met Cello8tet Amsterdam foto maurice boyer

Arvo Pärt zit aan tafel met een bord tikka masala. Iedereen valt stil als hij aanwijzingen geeft over zijn muziek. Zijn disgenoten: de cellisten van het Cello8tet Amsterdam. Ze willen alles opslaan wat hij te vertellen heeft. Hoe vaak krijg je de kans met zo’n grootheid te werken?

De Estse componist, wereldwijd geliefd om zijn serene idioom, is net gearriveerd in de Amsterdamse Westerkerk. Het octet kan een uur met hem repeteren voor het concert. Zou hij het wel goed vinden? De musici zijn gespannen, terwijl het de tiende keer is dat ze met hem werken sinds 2008. Samenwerken met Pärt, hoe is dat?

Celliste Claire Bleumer geef toe: iedereen kijkt erg tegen hem op. „Terwijl het een heel bescheiden man is”, zegt ze. „Pärt heeft een duidelijk beeld van hoe zijn muziek moet klinken, al komt het ook voor dat hij de ene keer zegt dat hij iets zo wil, en het de volgende repetitie 180 graden anders moet. Maar het klankbeeld is altijd het mooiste dat het op dat moment kan zijn.” Tijdens de repetitie loopt Pärt door de kerk. Hij zingt een melodie voor, maakt opmerkingen over de dynamiek. Dan loopt hij op het ensemble af en dirigeert alsof hij een baby wiegt. „Es muss eine Liebesgeschichte sein!”, zegt hij.

De relatie tussen octet en componist is vruchtbaar: negen stukken bewerkte hij voor ze. Bleumer: „Pärt denkt vanuit de stem. De cello benadert de stem, dus dat werkt goed.”

Nu klinken al die negen bewerkingen achter elkaar. Het octet wil er ook een cd aan wijden en hoopt daarvoor Pärts fiat te krijgen, maar dat zit waarschijnlijk wel goed: hij komt niet voor niets naar Nederland. Bleumer: „Hij geeft ons de ruimte voor interpretatie. Zijn kernboodschap is dat we moeten ademen als één mens en versmelten in elkaars klank.”

Tijdens het concert heerst een sacrale sfeer. Het octet speelt formidabel en foutloos, maar de musici blijven gespannen tot het slotapplaus. Pärt zelf zit stil op zijn stoel. Alleen in het Da Pacem Domine wiegt hij zijn gevouwen handen heen en weer. Bleumer: „Tussen de stukken door keek ik in zijn richting. Ik zag hem genieten. Een groter compliment kunnen we niet krijgen.”