Column

Nieuw restaurant wacht op klanten

Hij begon in de keuken van een verzorgingshuis en van Center Parcs, werkte daarna in restaurants waar culinair gekookt werd en haalde intussen het ene na het andere diploma. Basiskok, zelfstandig werkende kok, leidinggevende kok, sociale hygiëne, gastheer, leermeester. En toen kreeg hij de kans om zelf een restaurant te beginnen, in Klazienaveen. Zeven maanden geleden.

April was moeilijk, mei ook. De zomer was goed, maar in september viel het weer stil. En nu is het december. Hij zet de appeltaart in de oven, zet hier en daar een stoel recht. Woensdagmiddag kwart over twaalf, geen klanten. Buiten lopen mensen tegen de snijdende wind in naar de Lidl of de Action.

„Ik maak alles zelf, hè”, zegt hij. „De sauzen, de dressings, het stukje chocoladecake bij de koffie. Als je bij mij een clubsandwich bestelt, krijg je niet een paar boterhammen met wat ertussen, maar twee spiezen waar ik mijn leerjongen alle ingrediënten aan laat rijgen. Stukje brood, plakje kaas, tomaatje, sla, weer een stukje brood, ham, worst. En mijn broodje gezond... O, wacht, kijk...”

Twee wat oudere vrouwen komen binnen, vriendinnen zo te zien. Hij loopt ze met zwierige tred tegemoet, casually, alsof het nog maar de vraag is of hij vandaag wel plaats voor ze heeft. „Goedemiddag, dames, wat kan ik voor u doen?”

Een week geleden stond ik ook bij hem in de zaak en toen vertelde hij dat hij op de PVV stemt. Niet dat hij het met al hun punten eens was, en hij zou zeker niet willen dat Wilders de volgende premier werd – „dan krijgen we 1939-achtige toestanden” – maar dit moest hem van het hart: hij werkte zich halfdood voor zijn geld en dan wist nog niet of hij volgende maand de hypotheek wel kon betalen. En een ander kwam hier zomaar het land in, eiste van alles – een huis, sportschoenen – en kreeg het ook nog.

De twee vrouwen bestellen de clubsandwich en meteen daarna komen er nog twee klanten binnen, ook vrouwen op leeftijd. Terwijl hij koffie voor ze maakt, vraag ik of hij ’s nachts goed slaapt. „Jawel”, zegt hij. „Het gaat zoals het gaat. En als het niet gaat, verzinnen we wat anders.” Dan vertelt hij dat hij met zijn vrouw heeft bedacht dat ze misschien wel bij haar ouders intrekken, met hun kinderen. Ze hebben er twee, kleintjes nog. „Want kijk”, zegt hij. „Dat scheelt flink in de kosten en zij hoeven zich geen zorgen te maken over later. Op een plaats in een verzorgingshuis hoeven ze niet te rekenen.”