Column

Lachen om Reve

Gerard Reve mag dan niet meer zoveel gelezen worden, zijn werk is nog altijd springlevend genoeg om homerische hilariteit te veroorzaken in een zaaltje met luisteraars. Ik merkte dat zaterdagmiddag bij een bijeenkomst in de Openbare Bibliotheek Amsterdam, die voor een belangrijk deel werd besteed aan de brieven van Reve.

De letterkundige Jos Paardekooper hield er een boeiende lezing over. Volgens Paardekooper, en ik steun hem daarin van harte, vormen de brieven een te weinig belicht deel van zijn oeuvre. Reve kon er zijn schrijfdrang in kwijt – hij schreef soms wel drie, vier brieven per dag, in totaal 80.000 tot 100.000, inclusief kattenbelletjes. Bovendien vormden de brieven een stilistische bevrijding voor hem; hij kon erin, meer dan in zijn romans, naar hartelust uitweiden en fabuleren, zoals Multatuli vóór hem ook zo graag had gedaan.

Bij Reve groeide het besef dat de brieven een belangrijk deel van zijn oeuvre waren; hij merkte bovendien dat ze steeds meer geld opleverden. Paardekooper las een aantal superieure citaten voor, die de meeste aanwezigen vermoedelijk wel kenden maar toch hun onbedwingbare lachlust opwekten.

Luchtmachtpredikant C.B. Dekker van de vliegbasis Gilze Rijen vraagt Reve in 1969 per brief om een interview in het blad Reveille. Paardekooper vermoedt dat Reve geërgerd werd door het feit dat de dominee hem verzocht Reves naam niet op de achterkant van zijn antwoordenvelop te zetten.

Reve schrijft hem: „U vraagt mij, of ik namens de redactie een lid zou willen ontvangen. Nu vraag ik mij af, of er niet iemand bij de Luchtmacht zou zijn, die bereid gevonden kon worden mijn lid te ontvangen. (…). Zou ik ook, tegen vergoeding van te maken kosten, iemand zijn huis gebombardeerd kunnen krijgen? Het is het huis van Theun de Vries, Egelantiersgracht 66, Amsterdam C. (Jordaan). Het is een bovenhuis, dus het is wel preciziewerk. Er onder woont Jan Willem Hofstra, en die kan dus in één moeite meegenomen worden. (…). In afwachting van Uw bericht zal ik om de dag voor U bidden. Ik ben aan een brief bezig aan het Ministerie van Defensie, waarin ik alle geruchten, die terzake Uw zedelijk gedrag de ronde doen, met klem bestrijd, zodat Uw eer en goede naam ten volle hersteld worden.’’

Toen we uitgelachen waren, kon een ernstiger deel van de middag beginnen. Reve trok soms nogal labiele, mannelijke bewonderaars aan. Eén van hen was Hans Evers (1956 – 2015), die zich zozeer met zijn idool vereenzelvigde dat hij diens taalgebruik en leefgewoonten (roken, drinken) begon over te nemen. Dit schrijft Bert Boelaars in een aan Evers gewijd boekje. Evers belandde ook bij de ruim dertig jaar oudere Reve in bed, maar diens vriend Joop Schafthuizen maakte daaraan bruusk een einde.

Evers werd een groot Reve-kenner, hij verzamelde allerlei interessante Reviana, zoals brieven, foto’s en boeken-met-opdracht. Een deel ervan is de komende maanden te zien in het kleine Reve-museum van de OBA ; daarna wordt het door het antiquariaat Fokas Holthuis verkocht.

Het liep slecht af met Evers na de dood van Reve in 2006. Hij vereenzaamde en verwaarloosde zichzelf en zijn flat in Groningen. Zijn gezondheid – hij had suikerziekte – verslechterde en hij stierf in mei van dit jaar. Hij werd begraven met zijn twee favoriete boeken op de kist: Op weg naar het einde en Nader tot U.

Brievenboeken, inderdaad.

Frits abrahams