Column

Hoe succesvol de klimaattop in Parijs is geweest moet nog blijken

Het woord ‘historisch’ is nogal eens gevallen om het resultaat van de klimaattop die zaterdag in Parijs werd afgesloten, te kwalificeren. Het kwam uit niet de kleinste monden: de Amerikaanse president Obama, zijn Franse ambtgenoot Hollande. En, te midden van vele anderen, ook in een verklaring van premier Rutte.

Hoezeer het akkoord, na ruim twee weken onderhandelen en na jaren van voorbereiding, ook van grote betekenis is, het is maar beter om de loftuitingen te reserveren voor de maatregelen die de beloften nog moeten omzetten in concrete daden. Slechts de toekomst bepaalt de rechtvaardiging van het gebruik van de term ‘historisch’.

Het onderhandelingssucces – in groot contrast met de mislukking van ‘Kopenhagen 2009’ – werd mede bepaald door een eerder, afzonderlijk akkoord tussen de twee landen die met hun vervuiling de grootste bedreiging voor het klimaat vormen: Verenigde Staten en China. Obama claimt zelfs het wereldwijde leiderschap van de VS in de strijd voor klimaatverandering, maar dat is opnieuw zo’n groot woord waarmee het oppassen geblazen is. Het is maar de vraag of een Republikeinse opvolger als president of een door de Republikeinen gedomineerd Congres zich veel aan het klimaatakkoord gelegen zal laten liggen. Met andere woorden: wat de werkelijke betekenis is van het stempel ‘juridisch bindend’ dat op het verdrag is geplakt.

Toch mag de top in Parijs als een succes worden beschouwd. Dat het volmaakte verdrag niet gesloten zou worden, stond op voorhand vast. Dat milieuorganisaties bij de tekst kritische kanttekeningen zouden plaatsen, evenzeer. Maar dat 195 landen en de Europese Unie als geheel zich zeggen te binden aan een verdrag waarin wordt bepaald dat de opwarming van aarde moet worden beperkt tot liefst minder dan 2 graden Celsius met een streefwaarde van 1,5, werd lange tijd onhaalbaar geacht. Bovendien moeten landen periodiek aangeven in hoeverre ze deze doelstelling met concrete daden aan het bereiken zijn.

Dat gaat veel discussie geven: vooral in ontwikkelingslanden en opkomende economieën is het een opgave de gewenste economische groei te bereiken zonder gebruik van fossiele brandstoffen – de kern als het gaat om vermindering van het broeikaseffect. Of de hulp die VS en EU daarbij bieden toereikend is, is de vraag. Dat zal komende jaren een terugkerende kwestie zijn.

Het succes van de klimaattop is mede te danken aan een steeds algemener gedeeld gevoel dat de opwarming van de aarde een grote bedreiging vormt. Iets wat in brede wetenschappelijke kring allang een overtuiging is. Essentieel is dat dit besef ook steeds meer tot het bedrijfsleven is doorgedrongen. Een schoner klimaat als verdienmodel, het is een reële optie.