Column

‘Hilversum heeft het grootste aantal musici per 100 inwoners’

Dat zei de cultuurwethouder van Hilversum in een toespraak.

Foto Istock

De aanleiding

In de Grote Kerk in Hilversum wordt elk kwartaal een Bachcantate uitgevoerd. De organisatie, stichting Cantate op de Brink, vierde in november haar 10-jarig jubileum. De Hilversumse wethouder Cultuur, Wimar Jaeger (D66), scheef in het voorwoord van het programmaboekje: „Onze stad heeft het grootste aantal musici per 100 inwoners van heel Nederland.” Kerkorganist Jan de Vries hoorde de wethouder dit in zijn toespraak herhalen. De Vries stuurde ons een e-mail, waarin hij ons verzocht de uitspraak te checken.

Waar is het op gebaseerd?

Het citaat van Jaeger staat inderdaad in het programmaboekje, maar niet in de geschreven tekst van zijn toespraak. Als we hem opbellen, zegt Jaeger dat hij die al sprekend heeft toegevoegd. Hij vertelt dat hij zijn stelling heeft gebaseerd op de dankspeech die cellist Sebastiaan van Eck uitsprak toen hij in 2008 tot ereburger van Hilversum werd benoemd. Van Eck zei toen: „Ik kan me niet voorstellen dat een andere stad ons ooit kan overtroeven.”

De musicus had van tevoren informatie ingewonnen over de aantallen musici die bij de vier orkesten in Hilversum werkten: het Radio Filharmonisch Orkest, het Metropole Orkest, de Radio Kamer Filharmonie en het Groot Omroep Koor. Rond de 70 procent van hen werkte niet alleen in Hilversum, maar woonde er ook.

„Daarnaast woont een groot aantal musici uit Amsterdam in Hilversum en in de Gooi- en Vechtstreek”, zegt wethouder Jaeger. „Bovendien hebben wij een grote muziekschool en zijn hier veel platenlabels en opnamestudio’s gevestigd, waaronder de wereldberoemde studio Wisseloord.” De wethouder noemt een aantal bekende musici op die in Hilversum wonen: harpiste Lavinia Meijer, de pianobroertjes Jussen en zangeres Ilse de Lange.

Uit de telling van Van Eck in 2008 bleek dat zo’n 1.000 mensen in Hilversum hun brood met muziek verdienden. Bij een bevolking van 80.000 betekent dat omgerekend 1,25 op elke 100 inwoners. Volgens de wethouder is het percentage in 2015 nog ongeveer hetzelfde. Hij verwijst voor cijfers naar het Muziekcentrum voor de Omroep (MCO), waar alle omroeporkesten zijn gevestigd.

En, klopt het?

Het MCO laat weten dat „een kleine 100” van hun musici in Hilversum wonen, en nog twintig in de omgeving. Het MCO heeft alleen informatie over musici in dienst van de (voormalige) omroeporkesten, en niet van de muziekschool of de muziekstudio’s. Of het getal van 1.000 musici nog klopt, blijft dus onduidelijk.

Niet alleen het aantal musici in Hilversum is van belang. Om een vergelijking te kunnen maken met de rest van Nederland moeten we ook weten hoeveel musici andere plaatsen hebben. Sebastiaan van Eck heeft in 2008 alleen gekeken naar Hilversum en Amsterdam, vertelt hij.

We bellen het CBS, maar dat blijkt geen gegevens te hebben over het aantal musici per gemeente. De Atlas voor Gemeenten heeft die evenmin, maar wel over het percentage kunstenaars. Hilversum bleek (in 2011) met 2,5 procent op de vierde plaats te staan, na Amsterdam, Utrecht en Arnhem. „Het zou best kunnen dat Hilversum procentueel de meeste beroepsmusici heeft”, zegt onderzoeker Gerard Marlet. „In Amsterdam en Arnhem wonen veel beeldend kunstenaars.”

Conclusie

De wethouder erkent dat zijn stelling „semiwetenschappelijk onderbouwd” is. „Mijn opmerking was enigszins ludiek, ingegeven door trots op het goede muziekklimaat in Hilversum.” We denken dat de wethouder best gelijk met zijn stelling zou kunnen hebben, als we afgaan op het hoge percentage kunstenaars in Hilversum. Maar het onderzoek is niet deugdelijk genoeg om te zeggen dat de stelling ‘waar’ is. Daarom komen we uit op: ongefundeerd.