Grote woorden, ambitieuze deal

Parijse akkoord luidt einde in van economie die op olie, gas, kolen, draait. Bedrijven kunnen er werk van gaan maken.

Foto Christophe Petit Tesson / EPA

Na twee weken van onderhandelingen heeft de wereld zaterdag een klimaatakkoord gesloten dat het einde inluidt van een economie die is gebaseerd op fossiele brandstoffen. In het akkoord van Parijs is het besef vastgelegd, dat bij velen al lang bestond: dat de wereld moet stoppen met het gebruik van kolen, olie en gas om een gevaarlijke opwarming van de aarde af te wenden.

De planeet zelf heeft ons hier bijeengebracht, zei de Franse president François Hollande zaterdagochtend bij de presentatie van het akkoord aan de 195 landen in Parijs. „We zijn hier voor iedereen die de planeet een toekomst wil geven”, zei ook VN-chef Ban Ki-moon.

Grote woorden die duidelijk moesten maken dat 12 december 2015 de geschiedenis in gaat als de dag waarop de wereld zich achter „een universeel en rechtvaardig klimaatakkoord” schaart.

Op dat moment was het akkoord nog niet aangenomen. Dus voegde Hollande er de waarschuwing aan toe dat het nu niet langer gaat om het individuele gelijk van landen, maar om „het gezamenlijke gelijk van het akkoord”. Ban vulde aan dat „de zoektocht naar perfectie niet de vijand van het algemeen belang” mag worden.

‘Zoveel mogelijk’ onder 2 graden

Ook een geëmotioneerde Laurent Fabius, die een staande ovatie kreeg voor de manier waarop hij de onderhandelingen leidde, waarschuwde voor een herhaling van de mislukte klimaattop in Kopenhagen in 2009. „Geen land krijgt precies wat het wil”, zei hij. „Maar de wereld houdt nu zijn adem in en rekent op ons allen.”

Fabius bevestigde zo opnieuw hoe complex de onderhandelingen de afgelopen twee weken zijn geweest, en hoe bijzonder het is dat er overeenstemming is bereikt. Er ligt nu een akkoord waarin is vastgelegd dat de gemiddelde temperatuurstijging (ten opzichte van de pre-industriële tijd) „zoveel mogelijk” onder de twee graden Celsius moet blijven, en als het even kan zelfs onder de anderhalve graad.

Het is een akkoord met een langetermijndoel: in de tweede helft van de eeuw niet meer broeikasgassen uitstoten dan er kunnen verdwijnen door opname van CO2 door onder andere bossen. Een akkoord waarvoor meer dan 180 landen nationale plannen hebben gepresenteerd om hun broeikasgassen te reduceren, waarin geld op tafel komt om de gevolgen van klimaatverandering voor arme landen te verzachten en om die landen te helpen hun eigen emissies te verminderen.

Ook is er de erkenning dat met de afspraken die nu zijn gemaakt, het doel niet gehaald kan worden. En dat het dus nodig is om iedere vijf jaar de doelstelling aan te scherpen, voor het eerst al in 2018. Er wordt gesproken over technologieoverdracht door ontwikkelde landen, om armere landen te helpen hun uitstoot te verminderen. En over de noodzaak om het risico dat landen schade oplopen door klimaatverandering te verkleinen.

Ongerijmdheden

Nu komt het erop aan om de compromissen die in het akkoord besloten liggen te vertalen in beleid. Daarbij vallen nog wel wat ongerijmdheden op.

Want hoe kun je afspreken dat anderhalve graad het einddoel is, als twee graden al niet eens gehaald wordt? En wat betekent de ingewikkelde formulering dat in de tweede helft van de eeuw de uitstoot van broeikasgassen niet hoger mag zijn dan wat er aan gassen wordt opgenomen door bossen of andere zogeheten sinks?

Over die anderhalve graad zegt klimatoloog Myles Allen van de universiteit van Oxford heel nuchter dat je daar sowieso naar moet streven om een serieuze kans te maken om onder de twee graden te blijven. En de ingewikkelde formulering over de balans in de uitstoot betekent volgens Hans Joachim Schellnhuber, van het klimaatinstituut in Potsdam, simpelweg dat „broeikasgasemissies binnen enkele decennia netto nul moeten zijn”.

Aanknopingspunten voor bedrijven

En waarom zijn Europa en de VS zo zuinig over financiële hulp aan ontwikkelingslanden? Europarlementariër Gerben-Jan Gerbrandy (D66) heeft even zitten rekenen.

Ooit gaven we 0,7 procent van onze begroting aan ontwikkelingshulp, zegt hij. De EU is straks niet meer dan 0,2 procent kwijt aan klimaatfinanciering. Dat is niet veel voor zoiets belangrijks als het voorkomen van gevaarlijke klimaatverandering, wil hij maar zeggen.

Ook is het de vraag waarom expliciet is vastgelegd dat het artikel over het beperken van de schade van klimaatverandering geen enkele basis biedt voor aansprakelijkheid of compensatie. Donald Pols, directeur van Milieudefensie, vraagt zich af: „Als in Bangladesh straks een stad wegspoelt, kunnen de rijke landen dan zeggen: heel vervelend maar het is niet ons probleem?”

Het zijn terechte aanmerkingen van wetenschappers, politici en milieugroepen op het akkoord. Maar volgens Edward Cameron, directeur van Business for Social Responsibility, zal het bedrijfsleven uiteindelijk het probleem moeten oplossen. En voor bedrijven biedt het akkoord voldoende aanknopingspunten. „Er is een doel en er is een tijdschaal.” We kunnen aan de slag.

    • Paul Luttikhuis