Gevlucht uit Syrië, en nu bespuugd in de asielopvang

De homoseksuele Syriër Mohamed Aris eet zijn eten op zijn kamer. Wel zo veilig, in de asielopvang. Buiten wacht hem gejoel.

Ahmed uit Irak (links) enFady uit Syrië. Foto’s David van Dam

Hij gaat de deur alleen nog uit als hij medicijnen moet halen. En dan wordt hij uitgejoeld. Voor ‘faggot’ of ‘queer’. Medebewoners proberen hem te laten struikelen. De Syriër Mohamed Aris (20), homoseksueel, verblijft in de noodopvang in Alphen aan den Rijn. Hij overweegt aangifte te doen en hoopt snel overgeplaatst te worden naar een andere opvang. Aris: „Ik heb vertrouwen in Nederland. Ik heb jarenlang met het geheim geleefd dat ik op mannen val. Ik weet dat dit land goed voor mij zal zijn.”

In oktober luidde belangenorganisatie COC Nederland de noodklok over de veiligheid van LHBT’ers (lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders) in asielzoekerscentra. Bij het COC hadden zich in twee weken tijd tien bedreigde, homoseksuele asielzoekers gemeld. Ze werden bespuugd, gepest, uitgescholden, bedreigd, mishandeld. Sommigen durfden hun kamer niet meer uit.

En twee weken geleden werd bekend dat homo’s die in de reguliere Amsterdamse opvangcentra werden gediscrimineerd, sinds september onderdak krijgen in aparte woningen. Het gaat om circa tien personen.

Mohamed Aris en acht andere LHBT’ers voelen zich in de Alphense noodopvang, een oude gevangenis waar plaats is voor elfhonderd mensen, niet veilig. De ogen van medebewoners prikken in hun rug. Passeren Aris en zijn vrienden, dan klinken er obscene geluiden. Uuuuuuuuh uuuh. Allah zal je straffen, roepen ze hen na in het Arabisch. „Ze schelden met een glimlach op hun gezicht”, zegt Aris, „zodat het personeel in de opvang niets vermoedt.”

Volgens COC-woordvoerder Philip Tijsma zijn deze incidenten het topje van de ijsberg. Ook Emir Belatoui, oprichter van Secret Garden, een stichting die opkomt voor de belangen van met name islamitische LHBT’ers, is stellig. In de meeste Nederlandse asielzoekerscentra is homohaat een issue, zegt hij. Dat komt, volgens Belatoui, „doordat in de vluchtelingencultuur vaak geen plek is voor homoseksualiteit.” Vele homoseksuele vluchtelingen belden hem, meer dan honderdtwintig in getal zegt hij, om te zeggen dat ze zich in hun opvang niet prettig voelen. „Sommigen huilden.” Volgens Belatoui hebben minstens twee LHBT’ers bij de politie aangifte gedaan. De politie bevestigt noch ontkent: „De aangiftes zijn niet uit het systeem te halen.”

Aangifte doen ligt gevoelig bij LHBT-vluchtelingen, zegt Erik Hagenaars, advocaat in het vreemdelingen- en asielrecht. Hij stond afgelopen twee jaar vluchtelingen bij in het „aannemelijk maken van hun homoseksualiteit”, in het kader van hun asielprocedure. De meeste belaagde vluchtelingen, zegt hij, willen niets met de politie te maken hebben. Ze zijn bang voor revanche van de dader of diens familie of vrienden.

Potenrammers

Aangifte doen biedt ook geen garantie op directe verbetering van de situatie, zegt de advocaat. Vorige maand deden drie homoseksuelen en één transgender, allen Syriërs uit de asielopvang van Amersfoort, aangifte tegen potenrammers. Vervolgens zette het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) hen op een apart gedeelte van het opvangterrein, zegt Hagenaars. „Dat is hartstikke stigmatiserend.”

Hij is geen voorstander van het gescheiden opvangen, zoals ook in Amsterdam geschiedt: „Je drukt een stempel op die groep en zegt dat ze anders zijn. Daarmee speel je incidenten in de kaart.” Een andere oplossing? „Ja, goeie vraag.”

Een woordvoerder van het COA wil niet ingaan op „individuele gevallen” zoals in Alphen aan den Rijn en Amersfoort. „Wij moeten de leefbaarheid garanderen in de opvang. Onze medewerkers daar zijn de ogen en oren. Bij ordeverstoring wordt de politie gebeld. En we zullen erop aandringen om aangifte te doen.” Om daaraan toe te voegen: „We vangen 58.000 personen op, dan raken mensen sneller geïrriteerd.”

De situatie rondom de groep van Mohamed Aris is de afgelopen dagen verslechterd, zegt Allison van Rijn (24), vrijwilligster in de Alphense opvang. „De groep ontvangt het eten nu in hun kamer. Ze hebben het gevoel in een gevangenis te zitten.”