Een ‘Japollander’ als antwoord op Koelizjnikov

De Nederlandse Japanner Kai Verbij (21) komt steeds dichter bij de wereldtop op de sprint. Zelfs voor Pavel Koelizjnikov is hij niet bang.

Kai Verbij, beste Nederlandse sprinter bij de eerste wereldbekerwedstrijden: „Koelizjnikov gaat verslagen worden.” Foto Jerry Lampen/ANP

Een raketstart in 16,13 seconden, een baanrecord in 1.08,16, wereldrecord op een laaglandbaan bovendien. Thialf is er stil van. Ook op de 1.000 meter knalt Pavel Koelizjnikov de Nederlandse sprinters van hun voetstuk. De wondersprinter uit Siberië was al de eerste mens onder 34 seconden op de 500 meter, waarop hij alleen van zichzelf kan verliezen wanneer hij zoals zondag valt. Nederland won goud, zilver en brons bij de Spelen in Sotsji. Nu ploetert olympisch kampioen Michel Mulder in de B-groep, runner-up Jan Smeekens zoekt naar zijn vorm en Ronald Mulder is geblesseerd. De Russische sprintbeer vaagt iedereen weg. Iedereen? Een ‘Japollander’ van 21 jaar uit Hoogmade biedt dapper weerstand.

Rond de 26 miljoen mensen kennen Kai Verbij of Yagi Kai in Japan, het geboorteland van zijn moeder. Zoveel mensen kijken doorgaans naar het programma waarin Nippon-tv hem in november volgde, in een serie over half-Japanners in het buitenland. In zijn geboorteland Nederland, waar zijn vader vandaan komt, schittert hij de laatste weken als sprinter die razendsnel de wereldtop bestormt. De Japollander – de term verzon hij zelf – verbeterde zich zaterdag in Thialf opnieuw op de 1.000 meter en plaatste zich zondag als beste Nederlander op de 500 meter voor de WK afstanden. Eerder was er op beide afstanden brons in Inzell en reed hij indrukwekkende persoonlijke records in Noord-Amerika: 34,36 en 1.07,45. Op zijn leeftijd was geen Nederlandse schaatser ooit sneller.

Is ook hij kansloos tegen Koelizjnikov, zoals veel oudere sprinters het voelen? „Ik snap dat gevoel wel”, stelt Verbij rustig. „Koelizjnikov is net als ik pas 21, mentaal is het best pittig om er door zo’n jong gassie afgereden te worden. Maar als je naar zijn fysieke bouw kijkt, denk je niet: dat is een jochie van 21. Zo zie ik hem ook niet. Ik zie hem meer als een soort van ‘eindbaas’ die ooit verslagen moet worden. Leuk voor hem dat hij nu heel hard rijdt, maar ik zie hem niet zijn hele carrière alleen maar winnen. Ik denk dat hij wel verslagen gaat worden.” Door Kai Verbij? „Dat hoop ik. Ik heb nog een flink aantal jaren om sterker te worden en ik probeer bij hem in de buurt te komen.”

Een diamantje dat alles won

Verbij kent Koelizjnikov al sinds hij in 2011 in Jong Oranje kwam. Zijn Russische generatiegenoot was toen al een klasse apart. „Ik heb mijn eerste wereldbekerwedstrijd bij de junioren tegen hem gereden. Toen dacht ik: wow, dat is een grote vent, maar ik ga hem sowieso pakken. Helaas werd ik zoek gereden. In mijn hele juniorentijd heb ik één keer van hem gewonnen, de 1.500 meter bij de WK.”

Ook Verbij gold al vroeg als uitzonderlijk talent. „Een diamantje dat gewend was om alles te winnen”, herinnert Erik Bouwman zich. Volgens de toenmalige coach van Jong Oranje, inmiddels voor het tweede jaar coach van Zuid-Korea, wist Verbij al vroeg wat hij wilde. „Samen met onze mental coach moesten de schaatsers hun doelen visualiseren. Waar sta je, wat wil je bereiken, wat is je stappenplan? Kai was een jonkie, eerstejaars nog, maar ging meteen met de armen wijd staan. Op de bovenste tree van het podium, met zijn armen om nummer twee en drie. Dat typeert hem. Een winnaar.”

Terwijl Koelizjnikov na twee jaar schorsing wegens gebruik van een verboden pepmiddel in 2014 als een komeet naar de top schoot, zette Verbij zijn stappen geleidelijk. Eerst allround trainen, dan pas specialiseren op de sprint. Vorig jaar de ziekte van Pfeiffer bij de overstap van Jong Oranje naar Beslist.nl van coach Gerard van Velde? „Een leerjaar”, aldus Verbij. Om nu na een goede zomer wekelijks progressie te maken. „Eerst probeer je in de buurt te komen van de top. Nu ben ik bezig met de vraag hoe ik op het podium kan rijden. Zo wordt het steeds spannender en ook leuker. Maar ik ben pas 21. Ik leg mezelf nog geen verplichting op om dingen te winnen. Als het lukt, mooi. En anders lukt het niet.”

Verwar zijn geduld niet met desinteresse of luiheid. Ook al afficheerde Verbij zichzelf al eens als een ‘luie’ topsporter. „Als topsporter kun je niet lui zijn. Maar als ik niets hoef te doen, dan doe ik niets.” Volgens Bouwman zijn dat de Aziatische roots. „Als hij vijf minuten in de auto zit, slaapt hij. Elk moment benutten om uit te rusten, dat zie ik bij de Koreanen net zo. Kai is ook rustig rond de baan, met respect voor de coach en oudere schaatsers.”

Maar wel met een duidelijk doel. „Hij kan het Nederlands antwoord op Koelizjnikov zijn”, stelt Bouwman. „Die Rus moet zijn niveau eerst nog maar zien vast te houden, Kai heeft de tijd nog om te groeien. De Spelen van 2018 waren het einddoel van zijn grote dromen, daar wil hij scoren op de 500 en 1.000 meter.”

Op de bovenste tree van het podium? „Koelizjnikov is nu top-top”, zegt Verbij zelf realistisch. „Maar ik ben gemotiveerd om hem een keertje te pakken. Dat moet wel, anders word je eeuwig tweede of derde. En daar doe je het niet voor.”