Column

Detective

Je zou zeggen dat het makkelijk is om de verlaten plantage van je voorouders te vinden als je weet waar die ligt en hoe de eigenaars heten. Maar beste mensen, zo simpel is dat dus niet. Niet alles kun je uitvinden met één druk op de knop. Niet als het gaat om Suriname.

Ikzelf gaf na één Google-zoekactie de moed al op (tijd voor een dutje!) maar vriend Jim is een held en zette door. Omdat hij vrolijk wordt van dingen zoeken, dook hij voor mij in de wereld van mensen die zoeken naar hun, ahum, roots en belandde op een forum voor mensen die vragen hebben over Surinaamse genealogie.

In een bericht uit 2014 vroeg ene Rita advies bij een onderzoek naar een verlaten plantage aan een kreek in Suriname. Dezelfde kreek als waar mijn vader het over had. „Ik heb van mijn grootmoeder begrepen”, schrijft ze, „dat de plantage ooit in het bezit kwam van haar familie en dat nog steeds is”.

Hm, dacht Jim. Dit klinkt bekend. De locatie klopte, de achternaam van Rita’s voorouders niet. Iets, een kriebel, zei hem dat hij eens op de achternaam van Rita’s voorouders verder moest zoeken. „En zo”, zegt hij, terwijl hij op zijn laptop triomfantelijk een scherm tevoorschijn klikt, „kwam ik dus hier”.

We zitten in een hippe koffietent, de serveerster plaats juist onze bestelling op tafel, recht voor het scherm. Jim schuift mijn cola opzij en daar staat het, daar staat het echt, een klein berichtje in de Nieuwe Surinaamsche Courant van 27 maart 1898 (naast een advertentie voor sigaren): in dat jaar hebben twee mannen met dezelfde achternaam als mijn vader, samen met een van de voorouders van Rita Dulci, een deel van een oude plantage in hun bezit gekregen.

Jim vond het bericht op delpher.nl, een database met meer dan 8 miljoen Nederlandstalige krantenpagina’s. „En natuurlijk”, zegt hij, „heb ik wel even staan juichen”. Ik juich ook.

Wie is Rita? Dat is de volgende vraag. Wat weet zij dat ik niet weet. En kunnen we samen verder zoeken? Jim weet al dat ze tot voor kort de Nederlandse ambassadeur op Malta was. Ik google verder. Op Facebook zie ik dat ze naar Curaçao is verhuisd, wederom voor de Nederlandse overheid. Op bol.com zie ik dat ze, net als ik, ook boeken schrijft: Liefdesgeuren, volgens Trouw ‘compositorisch en stilistisch een droomdebuut’. En drie Engelstalige boeken, samen met haar partner Jose: Global Democracy for sustaining Global Capitalism, Understanding Global Economic Change and the Future of the Global Society en Love and Death in saving Europe. Die laatste is een politieke roman die ‘de lezers een zucht van verlichting zal doen slaken ... het komt goed met Europa en de euro!’

Op Jims bericht op het forum heeft ze niet gereageerd. Op Facebook reageert ze ook niet. Dus mail ik haar uitgever. Rita zelf mailt terug. „Wat toevallig!” schrijft ze. Haar zoon heet Raul. En ze is net even op bezoek in Nederland.

We spreken af om drie uur ’s middags aan de voorkant van de stationshal van Leiden Centraal. Ik kan Rita herkennen aan haar cyclaam roze sjaal. Zij mij aan mijn detectivejas.