De school waar iedereen nu tegenaan trapt

De reputatie van ROC Leiden is naar de maan. De school zegt dat het nu goed gaat. „Iedereen werkt keihard. Maar buiten klinkt alleen maar negativiteit”, vindt de OR-voorzitter.

ROC Leiden telt 7.700 leerlingen op vijf locaties. Op de foto’s een van de twee grootste gebouwen, naast Leiden Centraal. Foto’s David van Dam

In de enorme hal van het gebouw Level van ROC Leiden, naast het Centraal Station, staat een kerstboom. Geen grote, imposante, maar een kleintje; eentje die in elke huiskamer wel past. Er hangen rode briefjes in met daarop wensen van de mbo-leerlingen. De een wenst meer seks in het nieuwe jaar, de ander dat de klaslokalen niet meer zo warm zijn of een betere kantine.

ROC Leiden heeft een roerig jaar achter de rug. De school heeft zware financiële problemen door de bouw van twee gigantische panden, en de kwaliteit van het onderwijs is onder de maat. Afgelopen voorjaar dreigde de school zelf failliet te gaan.

Minister Jet Bussemaker (Onderwijs, PvdA) lenigde met een financiële injectie van 40 miljoen euro de ergste nood, om te voorkomen dat 9.000 leerlingen en 700 docenten op straat kwamen.

Dankzij het extra geld gaat het beter, vertelt de kort voor de zomer aangetreden collegevoorzitter Ricardo Winter. Er zit meer logica in de roosters, er zijn extra docenten en de grootste financiële druk is van de ketel. En het gaat straks nóg beter, zegt hij. Want per 1 januari gaat de school samenwerken met het ID College, in dezelfde regio actief. Ditmaal écht.

Die samenwerking werd de afgelopen 15 jaar steeds op het laatste moment afgeblazen. Neem die keer in 2000, vertelt Ruud Smit, voorzitter van de ondernemingsraad van ROC Leiden. Studenten en docenten hadden zich al verzameld in een Leidse kerk voor een feestje. „Iedereen stond daar met een glas champagne, toen er plots iemand op het podium klom”, vertelt hij. „We kregen te horen dat de deal van de baan was. Later bleek dat de bestuurders van beide instellingen wéér ruzie hadden over wie de baas zou worden.”

Of de laatste keer, in mei van dit jaar. Ditmaal was de samenwerking een eis van minister Bussemaker, die hoopte van het gedonder met ROC Leiden af te zijn als het ID College de tent zou overnemen. En dus zaten docenten van beide instellingen bij elkaar om onder hoge tijdsdruk te bedenken hoe ze het beste konden samengaan, vertelt Rinaldo Keur, docent welzijn. „We keken: wat hebben jullie en wat hebben wij en wie doet het beter?”

De stekker eruit

De persberichten lagen al klaar. Maar toen, „out of the blue” zegt Smit van de OR, „trok Bussemaker de stekker eruit”.

De financiële en maatschappelijke risico’s bleken te groot voor het ID College, schreef Bussemaker in een brief aan de Kamer. Daarmee doelde ze vooral op het bedrag dat het ID College voor de overname wilde hebben (maximaal 140 miljoen euro).

De minster besloot het uiteindelijk maar zelf te doen. Ze haalde 40 miljoen uit het mbo-budget – bedoeld voor de hele sector – om ROC Leiden overeind te houden. Dat leidde tot grote commotie in de Tweede Kamer. Want was dat wel genoeg? En zou het niet louterend zijn als een keer een roc failliet zou gaan?

Het geld kwam er uiteindelijk. Maar de rust niet, vertelt collegevoorzitter Winter. Hij werkt „keihard” aan beter onderwijs en een „stabiel” ROC Leiden. Maar er gaat „helaas” ook veel tijd zitten in het rumoer rondom de school. Kamerdebatten die dreigen te escaleren, bijvoorbeeld. Winter moet daar dan weer energie in steken om tegenwicht te bieden. Maar ook: alle onderzoeken die verschijnen over hoe het zo mis kon gaan met het roc.

Pijnlijke situatie

Zoals het rapport waarin de commissie-Meurs deze maand de oud-bestuurders onverantwoord en verwijtbaar handelen verweet. En vorige week nog, toen de inspectie zei geen vertrouwen te hebben in het herstelplan van de school. De verbeteringen zouden onvoldoende uitgewerkt zijn en ROC Leiden zou verkeerde prioriteiten hebben. De inspectie bepleitte een snelle afbouw waarbij de school opleidingen overdraagt aan andere mbo-instellingen in de regio.

Het is een pijnlijke situatie, zegt Ruud Smit van de ondernemingsraad. „Iedereen werkt keihard. Maar buiten klinkt alleen maar negativiteit.” Ook Winter is boos, vooral vanwege het laatste inspectierapport. Hij had het gevoel dat de inspecteurs die de school bezochten best positief waren. „En dan krijg je opeens zo’n rapport voor je neus.” Bovendien was de inspectie de afgelopen tien jaar – toen het mis ging op de school – in geen velden of wegen te bekennen. „Nu tonen ze zich plots extreem kritisch.”

Iedereen moet nog even een plasje over ons doen, zegt Smit. De inspectie, het ministerie, Kamerleden. „Iedereen weet nu opeens waar de ellende vandaan komt, maar al die jaren daarvoor waren ze er niet. Ze willen allemaal natrappen.”

Onvoorspelbare processen

In de Hoftoren, het gebouw van het ministerie in Den Haag, spelen zich onvoorspelbare processen af, verzucht Winter. Daardoor werd het roc vaak overvallen door slecht nieuws en beslissingen. De mbo-instelling heeft daarom een reputatiemanager ingehuurd, Helmi Geeve, van het bureau Rep en Roer. Zij was directeur marketing en communicatie bij Hogeschool Inholland – toen die school in 2010 in een publicitaire storm terechtkwam door ten onrechte verstrekte diploma’s en interne twisten. „Ze heeft dus veel ervaring”, zegt Winter. Haar advies: houd zelf de regie, laat zien wat je wél in huis hebt en waar je voor staat. „Dat doen we nu ook.”

Ict-student Patrick Veldt (25), voorzitter van de studentenraad, zegt dat het lijkt te lukken. „Het gaat écht beter op school. Dat zit ook in simpele dingen. Iedereen heeft op dezelfde tijden pauze bijvoorbeeld, terwijl tot vorig jaar alles door elkaar heen liep en het altijd onrustig was. Het enige lastige is dat managers en docenten het nog erg druk hebben om uit te leggen aan de inspectie of de media waarom het mis is gegaan. Daar kan de buitenwereld misschien iets van leren, maar het lijkt wel alsof iedereen vergeet dat er dit jaar ook nog duizenden leerlingen moeten afstuderen.”