‘De rechter en Bert Kreuk amputeerden mijn kunst’

De Deens-Vietnamese kunstenaar Danh Vo vindt dat kunstverzamelaar Kreuk en de rechter niets van zijn kunst begrijpen.

De Deens-Vietnamese kunstenaar Danh Vo en zijn installatie ‘We the people’, hier te zien in Kassel in 2011. Foto AP/Jens Meyer

‘Kreuk is echt ongeloofwaardig. Zei hij dat hij in een vrijgevige bui was?” De Deens-Vietnamese kunstenaar Danh Vo kan haast niet geloven dat verzamelaar Bert Kreuk dit oprecht heeft gezegd over de schikking die de twee dinsdag 1 december troffen na een twee jaar slepende rechtszaak over de levering van een kunstwerk, dat volgens Kreuk wel, volgens Vo niet besteld was. „Aanvankelijk wilde Kreuk de deal sluiten dat hij zijn claims zou intrekken als ik zijn juridische kosten zou betalen. Ik heb gezegd dat hij me met rust moest laten en dat ik hem niet één penny zal geven. Het kostte hem een paar uur om dat te slikken.”

Deze maand zou bij het gerechtshof in Den Haag het hoger beroep in de zaak van Kreuk tegen Vo dienen. Maar de rechter onderzocht eerst of er een schikking tussen de partijen mogelijk was. De gesprekken duurden zes uur. Uiteindelijk besloot Kreuk het vonnis niet tot uitvoer te brengen. De verzamelaar, die in juni gelijk kreeg van de rechter in Rotterdam (Vo moest een kunstwerk leveren), zegt dat het „allemaal negatieve energie” was en dat hij zich weer wilde richten op de dingen waarin hij plezier heeft, zoals verzamelen. „Dus het was aan mij om de hand te reiken en ik was in een vrijgevige bui”, zei hij. Volgens Vo is dat niet hoe het is gegaan. „De rechter probeerde psychologische tactieken uit, maar ik zag geen enkele reden om een compromis te sluiten. Na zes uur onderhandelen gaf Kreuk op en trok zijn claims in.”

Het is de eerste keer dat de kunstenaar vrijuit praat over de rechtszaak, die hij „tijdverslindende nonsens” noemt. Al twee jaar sleepte zich het juridische gevecht tussen de twee voort. Dat draaide om de vraag of Vo in 2013 beloofd had om voor Kreuk een grote installatie te maken voor drie wanden. De verzamelaar had die willen tonen in een overzichtstentoonstelling van zijn collectie. Uiteindelijk stuurde Vo kort voor de opening een kunstwerk in bruikleen. Dat was veel kleiner dan het ruimtevullende kunstwerk waar Kreuk op had gerekend, en hij mocht het ook niet houden. De verzamelaar liet het in beslag nemen en spande een rechtszaak aan wegens contractbreuk. De Rotterdamse rechter stelde Kreuk juni in het gelijk en gaf Vo opdracht een „ruimtevullend” en „indrukwekkend” kunstwerk voor Kreuk te maken, voor de prijs van 350.000 dollar.

Kreuk wilde graag een installatie hebben van de met bladgoud beplakte Amerikaanse vlaggen en de werken van kartonnen Budweiser-dozen waarmee Vo bekend is geworden. Maar zijn oeuvre is inmiddels geëvolueerd, en de rechter gaf hem daarom wel de vrijheid om ander soort werk te maken, zolang het maar ‘ruimtevullend’ en ‘indrukwekkend’ was. Die termen, zegt Vo „doen mij denken aan macho sekspraat en hebben niks te maken met mij of met mijn werk”. Van Vo had het hoger beroep mogen doorgaan. „Mijn kunst is in deze rechtszaak onrecht aangedaan. Daar had ik graag iets over willen zeggen in de rechtszaal”, zegt hij. „Er zijn kwalificaties aan mijn werk gegeven die aantonen dat Kreuk en de rechter er geen enkel begrip van hebben.” Vo vindt dat zij zijn werk ‘amputeren’: reduceren tot objecten die hij op bestelling en in de gewenste maat zou leveren. Op de Biënnale van Venetië, waar Vo dit jaar Denemarken vertegenwoordigde, liet hij werk zien dat was geïnspireerd op de horrorfilm The Exorcist (1973), die hij als 7-jarig jongetje zag. De titels van de werken ontleende hij aan zinnen uit de film, zoals: „Your mother sucks cocks in hell”. Voor Kreuk wilde hij ook een muurschildering maken van een zin uit deze film: „Shove it up your ass, you faggot.” Kreuk vond dit aanstootgevend en deed een tegenvoorstel. Hij wilde wel een muurschildering van een zin uit de film Rite of Exorcism: „From anger, hatred and all ill will”. Dat wilde Vo niet.