Carrièreswitch brengt Brzoskowski naar Rio

Voormalige 1.500 meter-zwemmer verrast bij de Amsterdam Swim Cup met olympische limiet op de 400 meter vrije slag

Maarten Brzoskowski is de naam. Twintig jaar oud, geboren en getogen in Best. Niks Polen – gewoon Brabant. „Zodra mijn naam niet meer verkeerd wordt gespeld en uitgesproken gaat het goed met me”, zegt hij lachend.

Met de duizelingwekkende progressie die Brzoskowski de afgelopen maanden heeft gemaakt lijkt het slechts een kwestie van tijd totdat hij een bekende naam is geworden onder sportliefhebbers. Bij de races om de Swim Cup in het Amsterdamse Sloterparkbad verpulverde hij afgelopen zaterdag zijn persoonlijk record op de 400 meter vrije slag (3.47,32). Zijn spetterende prestatie was ruimschoots voldoende voor een olympisch ticket naar Rio, volgende zomer. „Een levensdoel dat uitkomt”, straalt de student fysiotherapie. „Hier droom ik al sinds 2012 van.”

De Olympische Spelen van Londen, het zwemtoernooi van zijn huidige clubgenoot Ranomi Kromowidjojo, bekeek hij destijds met drie tv’s naast elkaar, om maar niets te hoeven missen. Met de tijd die hij afgelopen weekeinde zwom, realiseert Brzoskowski zich, was hij destijds zevende geworden in de olympische finale. Zo snel kan het gaan.

Zijn vooruitgang is des te opmerkelijker omdat Brzoskowski pas drie maanden serieus werk maakt van de kortere nummers, 200 en 400 meter vrije slag. Acht baantjes zwemmen in een 50-meterbad waren voor hem altijd een veredelde sprint. Afgelopen zomer kwam hij op de WK langebaan in Kazan, diep in Rusland, nog uit op de 800 en 1.500 meter. Juist die langste afstand vond Brzoskowski zo mooi, een marathonman in sprintland Nederland. Maar in Kazan bleef hij ver verwijderd van de olympische kwalificatietijd. En dus veranderde hij zijn aanpak, in samenspraak met zijn coach in Eindhoven, Marcel Wouda. Eerder liep Sebastiaan Verschuren een vergelijkbare route. Die begon zijn loopbaan als specialist op de 1.500 meter, maar stond in 2012 in Londen in de olympische finale op de 100 meter, het koningsnummer.

Zo ver zal Brzoskowski waarschijnlijk niet gaan. „Marcel en ik zien goede kansen op de 400 en 200 meter”, zegt hij in Amsterdam. Eén van de redenen was dat Nederland in Rio kansen ziet op de 4x200 meter-estafette. In Kazan sleepten Verschuren, Kyle Stolk, Joost Reijns en Dion Dreesens een olympisch ticket binnen. Brzoskowski: „Ik word iets ouder, en ik merk dat ik echt een stuk sterker ben geworden. Ik ben iets minder gaan trainen, dat scheelt zo’n twintig kilometer per week. Maar daardoor heb in de krachttraining veel meer progressie kunnen maken. Bij bepaalde oefeningen kan ik twintig kilo meer optillen dan vorig seizoen. Ik merk dat ik de eerste honderd meter veel makkelijker zwem.”

De omschakeling van Brzoskowski resulteerde onlangs bij de EK kortebaan in Netanya al in een aantal nationale records op de 400 meter. Een week later schakelt hij moeiteloos over naar de langebaan. In Amsterdam zwom hij bijna vier seconden van zijn persoonlijke record af. „Dat is bijna een halve seconde per baantje”, glundert Brzoskowski. „Ik ben er wel heel blij mee.”

Onontgonnen terrein

Het brengt de Brabander op een voor Nederlanders nog goeddeels onontgonnen terrein. In het verleden grossierde de Australische grootheid Ian Thorpe op de 400 meter vrije slag in titels; hij was van 1999 tot 2009 in bezit van het wereldrecord. Hij is voor Brzoskowski het grote voorbeeld.

Zondag liet hij zien dat hij ook op de 200 vrij goed uit de voeten kan. Want ook op dat nummer snelde hij naar een dik persoonlijk record (1.47,64). Hij bleef een seconde achter de tijd van winnaar Verschuren, maar Brzoskowski zwom wel de limiet voor de EK langebaan in Londen, komend voorjaar. Om ook op dat nummer in Rio uit te komen, zal hij nog iets sneller moeten zijn. „Maar ik heb nog acht maanden”, klinkt het zelfverzekerd.