Blij, maar nu komt het aan op praktijk

Milieubeweging én bedrijfsleven tonen zich tevreden: „boven verwachting” en „zeer enthousiast”.

Op een plas water rond een jaknikker in Texas drijft een laag olie. Het Parijse klimaatverdrag kan een keerpunt zijn voor de olie-industrie. ”, Foto Smiley N. Pool/REUTERS

„Ik had er niet veel van verwacht. Het resultaat is dus boven verwachting.” Dat zegt Marjan Minnesma over het resultaat van de klimaattop in Parijs. „Dit is een signaal dat het menens is. En dit is ook een signaal aan investeerders dat het investeren in fossiele energie geen goede investering is. Tegen iedereen die nog aandelen Shell heeft, zou ik willen zeggen: stap eruit, nu het nog kan.”

Minnesma is directeur van Urgenda, de actieorganisatie die eerder dit jaar de rechter achter zich kreeg bij haar oproep aan het kabinet om Nederlanders beter te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Minnesma wandelde vorige maand met enige omwegen van Utrecht naar Parijs om de onderhandelaars duidelijk te maken hoe belangrijk een stevig akkoord is. Minnesma: „Het is enorm goed dat in het akkoord staat dat de opwarming van de aarde niet meer dan anderhalve graad moet zijn ten opzichte van het pre-industriële tijdperk, ongeveer 1850. We zitten nu al op ongeveer één graad. Dus als iedereen dat doel echt gaat nastreven, dan komen we dicht in de buurt van wat ons voor ogen staat.”

‘Grootste zakelijke kans van de eeuw’

Het Nederlandse bedrijfsleven zal een hier en daar pijnlijke transitie moeten doormaken, maar de ondernemingsorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland verklaren vooralsnog „zeer enthousiast” te zijn over het akkoord, vooral omdat Nederlandse bedrijven „op vele terreinen de gevraagde oplossingen leveren waarmee het bedrijfsleven ook op mondiale schaal een belangrijke bijdrage levert aan het oplossen van het klimaatvraagstuk”. Energie-Nederland, belangenbehartiger van energiebedrijven, wil „een constructieve bijdrage leveren om de beoogde doelstellingen te behalen”, zegt voorzitter Medy van der Laan. Unilever-topman Paul Polman spreekt van „de grootste zakelijke kans van de eeuw”, aldus een verklaring. „Met dit akkoord is een duidelijke koers uitgezet om de wereldeconomie te decarboniseren binnen een termijn die veel mensen die nu leven nog zullen meemaken, en de vruchten te plukken van versnelde investeringen in infrastructuur, schonere lucht, grotere veiligheid en een groeiende koolstofarme wereldeconomie.”

Geen heilig cijfer

KNMI-hoofddirecteur Gerard van der Steenhoven noemt de resultaten van de klimaattop „boven verwachting”. Hij heeft er „een groot gevoel van blijdschap” aan overgehouden. „Het is heel fraai dat de wereldleiders zich hebben gerealiseerd dat zij iets moeten doen om de stijging van de temperatuur te bestrijden.”

Enkele weken geleden nog waarschuwde Van der Steenhoven op televisie voor de gevolgen van de klimaatverandering en gaf hij een ‘code oranje’ af voor het klimaat. Het is natuurlijk niet zo dat door dit onderhandelingsresultaat de klimaatverandering ineens tot staan is gebracht. „Een gesprek over een storm maakt die storm niet anders.”

Dat het akkoord van Parijs spreekt over een limiet van anderhalf tot twee graden opwarming stemt Van der Steenhoven tevreden, ook is die twee graden geen heilig cijfer. „Die twee graden is een richting die we uit moeten. In de praktijk zijn er steeds weer andere kritische waarden die bepalen wanneer natuurlijke systemen veranderen. Voor verdwijnende poolkappen, smeltende gletsjers en veranderingen in de natuur zijn er telkens weer verschillende drempels. Maar iedere tiende graad onder de twee graden waarmee de stijging van de temperatuur wordt beperkt, is winst.”

De blijdschap zal de nieuwbakken staatssecretaris van Milieu, PvdA’er Sharon Dijksma, deugd doen. Zij leidde voor Nederland de onderhandelingen in Parijs, en liet na afloop optekenen dat er „groene historie” was geschreven. „We hebben onze kinderen en kleinkinderen een grote dienst bewezen.”

Voor de Nederlandse delegatie werkte onder meer, als wetenschapper, Michel den Elzen van het Planbureau voor de Leefomgeving. Eerder stelde hij vast dat voorstellen voor reductie van broeikasgassen van landen onvoldoende waren om de klimaatverandering tot twee graden opwarming tegen te gaan. Dat ligt binnenkort wellicht anders. „Nu worden partijen uitgenodigd nieuwe voorstellen in te dienen. Dat is positief.”

Den Elzen verwacht dat met name binnen de EU een discussie zal losbranden over de vraag of eerdere eigen doelstellingen wel voldoende zijn, of dat er wellicht een tandje bij moet. De „opties” zijn daarbij vooral efficiënter omgaan met energie, bijvoorbeeld in de industrie en in huishoudens; het vergroten van het aandeel hernieuwbare energie, zoals windmolens en zonnepanelen; en het opslaan van CO2. Dat moet allemaal nog worden uitgewerkt. Den Elzen: „Er heerste hier een heel goede sfeer. Parijs kan een keerpunt zijn. En het hangt er niet alleen van af wat landen doen, maar ook van wat bedrijven doen. Steden. En burgers zelf.”

Hoe gaan ze het thuis uitleggen?

Grote vraag is ook, hoe de landen die het akkoord hebben getekend, hun steun thuis gaan uitleggen, hun parlementen zo ver krijgen het akkoord te ratificeren en vervolgens de maatregelen nemen die nodig zijn om de ambities van Parijs waar te kunnen maken. Gaan hun parlementen het akkoord ratificeren? En hoe gaan ze de uitstoot verminderen? „Er kan nog veel misgaan”, zegt Marjan Minnesma. „Het goede aan dit akkoord is dat er een procedure is afgesproken om elke vijf jaar te kijken hoe ver landen gevorderd zijn. Die procedure dwingt landen er steeds een tandje bij te zetten.” Anderzijds zijn milieuverdragen veel „vrijblijvender” dan bijvoorbeeld handelsverdragen. „Wat gebeurt er als een land straks niets doet? Er staat geen politie achter.”

    • Arjen Schreuder