Ze downhill ski

Het moeilijke van skiën is dat je naar het dal moet toe leunen. Mensen die al hun hele leven skiën, realiseren zich waarschijnlijk niet eens dat ze dat doen. Ik was 25 toen ik voor het eerst skiede, dat is oud genoeg om te beseffen dat je tegen je eigen natuur in gaat. Je ziet een afgrond, en daar moet je je gewicht heen verplaatsen. Terwijl alles in je schreeuwt: leun naar achter! Naar de helling, waar je houvast hebt! Maar als je op je hakken leunt, dan ga je juist heel snel vooruit.

Het is eng en raar, maar heel leuk als het lukt.

Mijn eerste skileraar was het type ’s zomers geitenhoeder, ’s winters sekssymbool. Het was in de Franse Alpen. Zijn les bestond uit een uur per dag tegen mij roepen: „Lean on ze downhill ski! Ze downhill ski! No, ze downhill ski!” De downhill-ski is de ski die, als je haaks op de berg staat, het dichtst bij dat vermaledijde dal is. Als je op je hoogste ski leunt (wat je instinct je vertelt), dan maak je een bocht en ga je met een rotvaart de berg af. Terwijl je misschien nog niet echt goed kunt remmen.

I said: ze downhill ski! You did not lean on ze downhill ski!” De skileraar had zich duidelijk iets opwindenders voorgesteld bij het klasje kneuzen dat hij onder zich had.

Het is allemaal heel calvinistisch, of misschien ook wel zen, of masochistisch, om plezier te beleven aan het doen van iets dat niet natuurlijk voelt. Het gaat in tegen de moderne trend van ‘Sorry, nee, ik doe het niet, want ik heb met mezelf afgesproken dat ik alleen nog maar dingen doe die goed voelen’. Uitspraken als: ‘Mijn lichaam zei heel duidelijk nee’ – daar lacht de skiër om. De berg is machtiger dan het lichaam. En dat is meteen de titel van mijn nieuwe dichtbundel.