Timmermans’ fraaie idealen zeggen niets

Frans Timmermans schreef een idealistisch pamflet. Te makkelijk, vindt Sebastien Valkenberg. Vind maar eens iemand die tegen vrijheid is. Maar wat doen we met die haatprekende imams?

Illustraties Hajo

Welke maatregelen kunnen we nemen om een herhaling van ‘Parijs’ te voorkomen? Eurocommissaris Frans Timmermans weet raad in zijn pamflet Broederschap, dat deze week uitkwam. We moeten weerbaarder worden tegen de haat, schrijft hij. En: Dit vergif bestrijd je „door de waarheid er beter tegenover te stellen.”

Welkom in ‘kamp deepity’!

Dit soort uitspraken hebben we de afgelopen weken veelvuldig gehoord, na de slachtpartij in Bataclan. En dat is nieuw. Want tot voor kort had je grofweg twee groepen commentatoren. De ene herleidt terreur tot de islam, de andere tot een gebrek aan stageplaatsen. Zo klonk het in ieder geval na ‘Charlie Hebdo’, eerder dit jaar. Maar nu blijkt er een derde optie te zijn voor de duidende commentator: de ijle abstractie.

Iemand lijkt heel wat te beweren, maar zijn uitspraak smoort bij nader inzien in nietszeggendheid? Dan is de kans groot dat het gaat om een deepity. De term komt van de Amerikaanse filosoof Daniel Dennett en hij gebruikt hem om mistig taalgebruik onder theologen aan de orde te stellen. Maar zijn analyse is net zo goed van toepassing op de post-Bataclanretoriek.

Holle retoriek is, geen misverstand daarover, van alle tijden. Maar sinds 13 november buitelen de voorbeelden in hoog tempo over elkaar heen. Een bloemlezing uit al het moois waartoe ik de laatste weken heb horen oproepen: meer liefde voor onze vijand (filosoof Ruud Welten naar Mattheüs 5:43), meer redenen voor minderheden om te leven (publicist Ian Buruma), in een gezamenlijke dialoog werken aan onderling vertrouwen en verbondenheid (filosofe Joke Hermsen), meer gelijkheid en broederlijkheid (schrijver David Van Reybrouck).

Ziehier de template voor maatschappijcritici die aangeven waarheen het moet. Allereerst krijgen politici ervan langs. Die schieten uit de heup, bedrijven populisme of maken zich schuldig aan beide. Zo moet het dus niet. Maar hoe dan wel? Dat laat zich doorgaans terugbrengen tot de vorm: we moeten nu eindelijk eens inzetten op x – waarbij x staat voor een cluster aan deepities die het morele besef kietelen.

Ook het nieuwe boek van Timmermans lijkt tot stand gekomen via deze template. Wat heet. Hier spreekt Koning Deepity. De lijst met misstanden die hij signaleert, is lang, heel lang. We zijn bang voor iedereen, hebben essentiële verbindingen binnen de samenleving verloren laten gaan, zoeken naar zondebokken.

Meteen is duidelijk: hier spreekt iemand die het grote gebaar niet schuwt. Het betoog begint weliswaar met de aanwezigheid van terreur in onze samenleving, maar waaiert snel uit. Alles wordt met alles verbonden. Zelfs de taalachterstand waarmee sommige kinderen aan de basisschool beginnen, komt aan bod: „Vier jaar oud en al zowat kansloos. Om ons kapot voor te schamen.”

Die laatste zin is onthullend, want wie wordt nu eigenlijk bedoeld met dat onbestemde ‘ons’? Kinderen die de taal onvoldoende spreken hebben toch ouders die hun plicht verzaken? Maar Timmermans houdt het liever anoniem. Deepity-betogen lijden vaker aan deze kwaal. Liever dan man en paard te noemen geven ze zich over aan abstracties. Zelden kom je te weten wie ze op het oog hebben en wat nu precies wordt bedoeld.

Deze neiging tot vaagheid is hardnekkig, zelfs symptomatisch. Ze steekt ook de kop op als het tijd is voor oplossingen. Na vijftig pagina’s somberen is Broederschap haast uit en wordt de lezer nieuwsgierig. Komt het nog goed? Ja, dat komt het, tenminste, als het aan Timmermans ligt, maar dan wel via „een Europa […] dat een nieuwe invulling weet te geven aan de drie treden naar het hoogste podium: vrijheid, gelijkheid en broederschap.”

Mooie woorden, zonder meer, en toch willen ze niet inspireren. Onduidelijk blijft wat ze in de praktijk betekenen. Op welke manier hadden de idealen van de Franse Revolutie kunnen helpen voorkomen dat ruim 130 Fransen vorige maand de dood vonden? Dat maakt nieuwsgierig naar de rest van het betoog... die vervolgens uitblijft.

Waar je een nadere toelichting had verwacht, staat een punt. Snel weer door naar de volgende alinea, waarin het volgende Grote Woord in stelling wordt gebracht. Solidariteit, ook heel belangrijk in deze tijd.

Op deze manier blijven de vergezichten van Timmermans wel heel schetsmatig. Zijn oproepen mogen nauwelijks serieuze oplossingen heten, ze zijn zelfs geen aanzet daartoe. In het gunstigste geval lezen we een eerste aanzet tot een aanzet.

Is het tijd voor een salafismeverbod? Dienen haatpredikers toegang tot het land te worden ontzegd? Wat moet er gebeuren met terugkerende Syriëgangers? Het zijn enkele concrete vraagstukken die de politiek nu bezighouden. Ze dringen echter niet door tot ‘kamp deepity’, terwijl zich hier toch de kans aandient om te laten zien wat die idealen nu precies inhouden. Maar nee, de veilige ideeënhemel wordt niet verlaten.

Ja, zo is het makkelijk om als morele leidsman voor de samenleving te fungeren. Houd het lekker abstract en niemand zal je tegenspreken – vind althans maar eens iemand die tegen vrijheid, gelijkheid en broederschap is. Lukt niet en hetzelfde geldt voor al die andere vergezichten.

Zie het gebrek aan tegenspraak echter niet aan voor bijval.

Een samenleving kan niet zonder wervende idealen. Maar zonder uitwerking verschrompelen ze al snel tot platitudes. Vergelijk het met een Missverkiezing. Iedereen onderschrijft de wereldvrede waartoe de kandidaten oproepen als ze na de badpakkenronde hun vurigste wens voor de mensheid mogen toelichten. Maar niemand neemt zo’n oproep echt serieus.

Wat lijkt op instemming, is in werkelijkheid weinig meer dan schijninstemming. Laat staan dat iemand die kandidaat-Missen voor grote zieners houdt.