Thuis wonen is trend bij eerstejaars

Nu de studietoelage een lening is geworden, blijven meer studenten thuis wonen. „Minder stress aan je hoofd.”

Daan van der Sluijs (22) woont weer bij zijn ouders, zus (en poes Ed), nadat hij zijn huurkamer moest verlaten. Zijn moeder kookt voor hem en doet zijn was. Foto David van Dam

Het ontbijt van Teun Bak (22) staat klaar als hij ‘s morgens opstaat. De student marketing woont weer thuis in Amsterdam. Eerst woonde hij in een kraakpand maar dat moest hij verlaten. „Minder stress aan je hoofd. Het was veel werk om dat huis samen schoon te houden. Nu kun je opstaan, eten, en dan ga je naar de bibliotheek.”

Sinds juli dit jaar zijn er ook beduidend minder eerstejaarsstudenten op kamers gaan wonen dan vorig jaar. Dat kan worden geconcludeerd uit gegevens die het CBS vrijdag heeft gepubliceerd. De afname komt zeer waarschijnlijk doordat studenten geen studietoelage meer krijgen.

Tussen juli en oktober is een kwart minder 18-jarigen verhuisd dan in diezelfde periode in 2014. Voor de 17- tot en met 21-jarigen is dat 15 procent minder. Met name in de universiteitssteden schreven beduidend minder nieuwe 17- tot 22-jarigen zich in in het bevolkingsregister, vergeleken bij vorig jaar. Het totale aantal ingeschreven eerstejaars aan de universiteit is wel gelijk gebleven, terwijl het aantal eerstejaars in het hbo met 6,6 procent is gedaald.

Het minder op kamers wonen valt samen met de afschaffing van de studiebeurs als gift. Eerstejaars, waarvan de ouders meer dan 30.000 euro per jaar verdienen, krijgen geen geld meer van de overheid. Ze kunnen alleen nog geld lenen voor hun studie en levensonderhoud. Het is mogelijk dat een aantal eerstejaars zich om die reden ook niet inschrijft in het bevolkingsregister van hun nieuwe stad. Die inschrijving was nodig als bewijs om een hogere studietoelage te kunnen krijgen. Ruim de helft van alle studenten woont niet meer in het ouderlijk huis, 45 procent van de hbo-studenten en 73 procent van de universitaire studenten.

In Groningen was de terugval van het aantal inschrijvingen door jongeren in absolute aantallen het grootst. Er schreven zich ook 11 procent minder eerstejaars in. Het aantal eerstejaars hbo’ers daalde met 5,5 procent. Groningen heeft ook de meeste studenten die van ver moeten komen, is de verklaring van de universiteit zelf. Zonder studietoelage willen ze waarschijnlijk dichter bij de woonplaats van hun ouderlijk huis studeren.

De NS merkt nog niet dat veel meer studenten met hun ov-kaart van het ouderlijke huis naar college pendelen. Die groei zal geleidelijk gaan, te beginnen met de eerstejaars, en ook gespreid over regiovervoer met bussen, verwacht een woordvoerder. Nu is een kwart van de reizigers student.

Het wordt wel wat gemakkelijker om een studentenkamer te huren. Volgens de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting zou het aantal kamerzoekenden met vier procent dalen. Dat zijn 13.000 studenten minder. De gemiddelde woonkosten voor studenten zijn inmiddels opgelopen tot 470 euro per maand.

Ardin Mourik, directeur van de brancheorganisatie voor studentenhuisvesting Kences, ziet nog wel steeds behoefte aan studentenappartementen met eigen wc, douche en keuken. Die worden ook het meeste gebouwd want ze komen, anders dan kamers, in aanmerking voor huursubsidie. Studentenkamers worden niet gedeeld om kosten te drukken, zoals in het buitenland gebeurt: de roommates. De enigen die in Nederland hun kamer wel eens delen, zijn buitenlandse studenten.

Flexbaantje

Wim Meeus, hoogleraar Jeugd en Gezin, aan de Universiteit Utrecht heeft de indruk dat de meeste studenten redelijk goed beseffen dat ze elk jaar studieschuld creëren. „Ze zullen vaker bijbaantjes nemen en dat is niet zo goed voor de studieresultaten”.

Thuis blijven wonen is ook een trend onder jongeren in het algemeen, signaleert Jan Latten van het CBS. Ze hebben vaker flexbaantjes waar niet veel geld mee wordt verdiend. De gemiddelde leeftijd waarop jongeren het huis verlaten, is nu gestegen tot 22,8 jaar. Tien jaar geleden was dat 22,4.

Thuis blijven wonen is gemakkelijker geworden, volgens Meeus. „Tegenwoordig mag alles. In de jaren zestig zei zeventig procent van de kinderen „u” tegen de ouders. Nu is dat volstrekt ondenkbaar”, zegt Meeus. Jongens gaan gemiddeld later uit huis dan meisjes.

Het uitstel van zelfstandigheid heeft ook een nadeel. Uit een onderzoek van SEO Economisch Onderzoek in opdracht van Elsevier blijkt dat thuiswonende studenten weliswaar sneller afstuderen maar langer op zoek zijn naar een passende baan en daar minder mee verdienen dan studenten die op kamers woonden.

Daan van der Sluijs (22) ging vaker studeren toen hij op kamers woonde. „Je gaat met anderen mee naar de bibliotheek'', zegt hij. Hij pendelt tussen Amsterdam, waar hij woont en Delft, waar hij industrieel ontwerp studeert. Zijn huurkamer moest hij na een half jaar verlaten. Zijn moeder kookt nu en doet de was, dat is wel gemakkelijk. En alles is mogelijk. Zijn vriendin kan bij hem slapen.