De maker van ‘Waterloo’ reageert zelf

Illustraties Cyprian Koscielniak

Hartelijke dank voor jullie lof voor mijn concept ‘Stratego Waterloo’ in NRC (Kanonnen en droompaleizen, 3/12). Jullie vragen je af waarom lichte infanteriestukken in ‘Stratego Waterloo’ niet door kanonnen geraakt kunnen worden. Als historicus kan ik niet anders dan jullie hierop te antwoorden.

Gewone infanteristen liepen tijdens de Napoleontische Oorlogen samengepakt in ‘lijnformatie’ – twee of drie rijen achter elkaar (horizontaal) – of in ‘colonneformatie’ – drie of vier rijen langs elkaar (verticaal). Het is vanzelfsprekend dat ongeveer 1000 soldaten zo dicht bij elkaar een mooie doelwit vormden voor de kanonnen. Lichte infanteristen werden er tijdens de Napoleontische Oorlogen daarentegen voor of tijdens het oprukken van de gewone infanterie erop uitgestuurd in kleine aparte groepjes – in ‘zwermen’. Zij hadden veel meer vrijheid, waren klein van gestalte, snel en zeer goede schutters. Het was hun taak om de oprukkende, vijandelijke infanterie onder vuur te nemen (liefst de officieren) en hen moreel te verzwakken, zodat ze niet teveel weerstand zouden bieden tegen hun eigen infanterie. Lichte infanterie werd er ook op uitgestuurd om snel dorpen te veroveren en stukken artillerie onschadelijk te maken. Lichte infanteristen waren geen goede doelwitten door hun snelheid en kleine opererende groepjes van 20-40 man. De kans dat ze geraakt zouden worden door artillerie was daardoor klein, en was de munitie niet waard. Daarom zijn lichte infanteriestukken in ‘Stratego Waterloo’ snel en immuun tegen kanonnen.

Bedenker Stratego Waterloo