‘Soms moet je zeggen: doe zelf de afwas’

In het NRC Buurtonderzoek uitten burgers zorgen over de toekomst én wantrouwen jegens politici. Samsom reageert.

Diederik Samsom: „We maken elkaar in Den Haag helemaal kapot. Iedereen doet daaraan mee, ook ikzelf.” Foto Robin Utrecht

Als Diederik Samsom bij mensen thuis aanbelt, gebeurt geregeld het volgende. Degene die opendoet kijkt hem schattend aan en roept vanuit de deuropening meteen naar zijn partner. „Inge? Jij wilde toch altijd al iets tegen die Samsom zeggen? Nou, dit is je kans!”

Zo vaak als in het begin van zijn partijleiderschap gaat PvdA-fractievoorzitter Samsom niet meer langs de deuren. Ongeveer eens in de zes weken laat hij zijn politiek assistent een wijk uitzoeken. Dan komt hij bijvoorbeeld in Zoetermeer of Nieuw-Vennep terecht, in een buurt die demografisch en qua inkomens het Nederlandse gemiddelde mooi weerspiegelt.

We spreken met Samsom naar aanleiding van het buurtonderzoek dat vorig weekend in NRC stond. Tijdens de verkiezingscampagne van 2012 was het Samsom die vertelde hoe hij op straat en aan de deuren al duizend keer had gehoord hoe mensen écht over Griekenland, de euro of de zorg dachten. Met dat ‘eerlijke verhaal’ haalde hij veel stemmen binnen.

Drie jaar later is Samsom vooral één van die politici over wie de mensen uit het buurtonderzoek hun wantrouwen uitspreken. Degenen die op de PvdA stemden in 2012, zeggen dat ze dat de volgende keer waarschijnlijk niet meer doen. Van de 382 ondervraagden zagen welgeteld drie personen Samsom als toekomstig premier. Voor Mark Rutte kozen 52 mensen, 25 zagen dat Geert Wilders wel doen.

De belangrijkste bevinding van het NRC-onderzoek: Nederlanders, van hoog tot laag, zijn onzeker over de toekomst. Het SCP trekt in het rapport over de ‘staat van Nederland’, dat vrijdag verscheen, ongeveer dezelfde conclusie.

„De financiële crisis van 2008 heeft diepe wonden geslagen”, zegt Samsom. „De onzekerheid is naar binnen geslagen, de woningen in. Mensen maken zich nu niet meer alleen zorgen over de samenleving, maar ook over zichzelf. Ik ken de temperatuur van de samenleving wel zo’n beetje en ik overschat hem niet. Ik weet hoe laag die staat.”

Een groot thema is de gezondheidszorg. Wie zorgt er voor mij of voor mijn moeder als we dat zelf niet meer kunnen?

„De zorg om de zorg is allesverzengend. Ook al ben je zelf kerngezond en zit je in de kracht van je leven, dan nog heb je ouders die misschien het verzorgingshuis in moeten. Of je hebt kinderen met wie iets aan de hand is. Zorg raakt iedereen. Tien jaar lang heeft de Nederlandse politiek het vastlopen van de zorg en de stijgende kosten daarvan ontkend. Dit kabinet heeft gezegd: zo kunnen we niet doorgaan. Daarmee hebben we het onszelf willens en wetens moeilijk gemaakt, maar we hadden geen keuze. We móesten de zorg ombouwen.”

Nu zeggen de meeste mensen: bij ons in de buurt gaat het verzorgingshuis dicht. Ze denken dat de zorg verloren gaat. Dat kan toch uw bedoeling niet zijn geweest?

„Die verzorgingshuizen waren hét symbool voor zekerheid. Als ik hulp nodig heb, kan ik altijd daarheen. Maar wat óók zo is: in veel van die huizen staan tientallen kamers leeg. Dat komt echt niet door dit kabinet. De bezettingsgraad van verzorgingshuizen daalt al twintig jaar.”

Hoe ziet u dan de toekomst van mensen die langdurige zorg nodig hebben?

„We hebben nog geen alternatief gevonden voor dat symbool van zekerheid. Ik heb er wel eentje in gedachten: de wijkverpleegkundige. Ik wil dat mensen hem of haar niet meer zien als fietsende washand, maar dat de wijkverpleegkundige net zo’n status krijgt als de huisarts. Goede wijkverpleegkundigen kunnen zeggen: mevrouw, het is juist goed voor u om zelf de afwas te doen. Dan krijgen uw artrosehanden tenminste wat beweging. Van een goede wijkverpleegkundige nemen mensen zoiets aan. Als ik dat als politicus zeg, is het een schánde.”

Hoe lang gaat die onzekerheid over de zorg nog duren?

„Dit kost jaren. Ik weet het niet, maar schat vier of vijf jaar. Ik hoop dat we de organisatie rond de langdurige zorg sneller op orde hebben. Maar het kan wel vijf tot tien jaar duren voordat de wijkverpleegkundige dezelfde status heeft als de huisarts. We hebben deze hervormingen op het slechtst denkbare moment ingevoerd en in een ongewenst snel tempo. De onzekerheid die we hebben veroorzaakt, is groot. Maar het alternatief zou een illusie zijn geweest.”

De vergelijking met dat andere grote thema waar mensen in de buurt bezorgd over zijn, dringt zich op: de vluchtelingencrisis. De grootste angst van Nederlanders, zegt Samsom, is niet dat de vluchtelingen moslim zijn. Of dat ze met heel veel zijn. „De grootste onzekerheid is dat we niet weten hoevéél het er worden.”

Die zekerheid kunt u toch niet geven?

„Ik weet zeker dat ik Nederlanders kan overtuigen dat we 200.000 vluchtelingen moeten opnemen. Als ik daar maar bij kan zeggen: dat is het dan ook. Dat kan niet, want mensen komen hier toch wel binnen. De gesloten grenzen van Geert Wilders vormen net zo’n icoon van zekerheid als het verzorgingshuis. Maar als je er te lang aan vasthoudt, worden het illusies.”

Wat zou het nieuwe symbool van zekerheid kunnen zijn in de vluchtelingencrisis?

„Gereguleerde migratie. Tja, dat klinkt veel softer en minder grijpbaar dan een simpel ‘grenzen dicht’. Maar als we erin slagen om afspraken te maken met Turkije, dat er jaarlijks een paar honderdduizend vluchtelingen naar Europa komen, kunnen we zeggen: dit is het, niet meer.”

Mensen verloren ook vertrouwen in u. Ze stemden op de PvdA en vervolgens ging u regeren met de VVD.

„Ik heb geen enkele harde belofte gedaan in de campagne van 2012. Maar tegelijk heb ik die natuurlijk wél gedaan. Wat ik toen heb onderschat, is dat een sociaal-democraat altijd intrinsiek een belofte met zich meedraagt: als je op mij stemt, zal het beter gaan. Dat verwachten mensen nu eenmaal van onze partij, daarvoor zijn we opgericht. Dat rationaliseer je niet weg met dat eerlijke verhaal uit de campagne.”

Het gekonkel tussen coalitie en oppositie van afgelopen jaren werkt misschien ook niet mee?

„Onze generatie politici, en dan bedoel ik de fractievoorzitters in de Tweede Kamer van nu, kent een rare paradox. Boven tafel maken we afspraken met elkaar en gunnen we elkaar van alles. De akkoorden die wij hebben gesloten zijn objectief gezien ongekend, al ben ik natuurlijk zo subjectief als de Cubaanse staatstelevisie. Maar onder tafel zijn we precies als alle andere generaties politici en maken we elkaar helemaal kapot. Iedereen doet daaraan mee, ook ikzelf. Dat is een slopend proces. Maar misschien is het wel de prijs die we betalen voor wat we boven tafel bereiken. Blijkbaar moeten we dat als wisselgeld gebruiken.”

Afgelopen week zag je het weer gebeuren, bij de deal over het Belastingplan, vertelt Samsom. CDA en D66 steunen de plannen voor lastenverlichting van de coalitie. „Het CDA, dat kan ik wel benoemen omdat het zo schaamteloos gebeurde, zegt snoeihard dat D66 met een fooi is weggekomen. Zo halen we elkaar weer naar beneden nadat er iets moois is gebeurd.”

„De mensen die je aan de deur spreekt, krijgen dit natuurlijk ook mee. Ze vinden het geklooi. Tegelijk hebben ze onderhuids wel waardering voor dát we het doen. Dat is een merkwaardige tegenstelling.”

En die tegenstelling heeft u inmiddels geaccepteerd?

„Ik leg me er niet bij neer, dat zeker niet. Ik krijg enorme scheldpartijen van mensen in mijn mailbox. Soms heb ik een bui waarin ik terug in de pen klim. Dan zeg ik: moet u voor de grap eens teruglezen wat u me allemaal schrijft. Zou u dat ook tegen me zeggen als u me tegenkwam op straat? Dan zeggen mensen vaak sorry. ‘Maar ik was ook zo boos.’

„Het afgelopen jaar ben ik hier wel blijmoediger over geworden. In de eerste twee jaar van de coalitie spartelde ik. Ik wilde die tegenstelling overwinnen. Dat is minder geworden, ik kan er beter mee omgaan. Althans, op dit moment.”

Toch is dat in de peilingen voor de PvdA niet terug te zien.

„Nee, dat klopt. Het belang van 17 miljoen Nederlanders weegt zwaarder dan het belang van de PvdA. Maar zonder een stevige partij kan ik de mensen in het land weinig bieden, dat zie ik natuurlijk ook. Dus ja, die blijmoedigheid zal afnemen naarmate de Tweede Kamerverkiezingen dichterbij komen. Hopelijk is de tijd in mijn voordeel. De komende maanden ga ik hierop een antwoord verzinnen.”

Om mee te nemen in uw overweging: drie van onze 382 ondervraagden zien in u de nieuwe premier.

„Dat valt me nog mee. Serieus, wie ziet mij nou als toekomstig premier, in de chaos waarin ik hier dagelijks verkeer?”