Skiën met een schoon geweten

Het Franse skidorp Les Gets probeert ecotoeristen

te lokken. Daarom: milieuvriendelijke kunstsneeuw. Zuinige sneeuwkanonnen. Recycling van liftpasjes.

In de winter van 1988, het jaar dat Arthur Grenier voor het eerst in Les Gets was, brak hij zijn enkel. Het gebeurde op dag twee. Niet eens op de piste, stom genoeg, maar ’s ochtends vroeg op weg naar de lift. IJsplaat. Boem, knak, klaar. Het einde van zijn skivakantie. Maar Grenier piekerde er niet over om terug naar huis te gaan. Sterker nog: hij kwam het jaar erop terug. En het jaar daarop weer. En het jaar daarop weer. Voilà.

Maart 2015 staat hij voor het prikbord in het Office du Tourisme. Geruite pet, ribbroek en laarzen. Bijna dertig jaar ouder, maar nog altijd even gek op de bergen. Zijn ski’s heeft hij al jaren geleden ingeruild voor wandelstokken en raquettes. Hardop leest hij het weerbericht voor aan zijn vrouw. „Après dissipation des grisailles matinales, retour d’éclaircies. Quelques petits nuages restent accrochés sur les adrets.” Na de ochtendgrijsheid opnieuw opklaringen. Aan de zonzijde van de berg blijven een paar kleine wolken hangen. Prima weer voor een wandeling.

Het is dringen bij het prikbord. Bij het Office du Tourisme kijken ze daar niet van op. Zeker niet op zondagochtend, als er een nieuwe lading wintersporters is aangekomen. De komende week hebben ze niets te klagen: er is net weer een laagje sneeuw gevallen. Lang niet gek voor de tijd van het jaar – halverwege maart, vier weken voordat de pistes sluiten.

2014-2015 was een „speciaal seizoen”, vertelt VVV-directeur Flora Richard een verdieping hoger in haar kantoor. Ze wijst naar buiten. „Stel je voor: in december was dit nog helemaal groen! We konden maar twee pistes openen.” De directrice vergelijkt de sneeuw met een „witte diamant”, iets dat je moet koesteren. „Pas als de sneeuw valt, komen de boekingen.”

Dit keer kwam de sneeuw pas na Kerstmis, ruim een week na de officiële opening van het gebied. En dan zitten ze in het Franse Alpendorp best een beetje in spanning. Want de 1.254 vaste inwoners van Les Gets zijn vrijwel allemaal direct of indirect afhankelijk van het toerisme. Een capaciteit van 16.000 bedden heeft de wintersportbestemming, verspreid over 14 hotels en tientallen chalets en appartementen. Liftbedrijf Sagets haalt jaarlijks 17 miljoen euro op met de verkoop van liftpassen. Voor de gemeente, deels eigenaar, is dit veruit de grootste inkomstenbron.

Size matters

Les Gets is een klein dorpje in een groot skigebied. Absurd groot zelfs: 197 liften verbinden 12 kleinere gebieden die samen Portes du Soleil vormen. Met 650 kilometer piste strijdt Portes du Soleil met Les Trois Vallées om de titel grootste skigebied ter wereld. Om het helemaal te verkennen, zeggen ze bij het Office du Tourisme, heb je zeker zeven dagen nodig. En dan nog heb je alles slechts één keer gezien.

Die ligging is zowel een voordeel als een nadeel, zegt Flora Richard. Een voordeel, want size matters als het om skigebieden gaat. Het aantal pistekilometers is een van de belangrijkste redenen voor wintersporters om voor een bepaalde plek te kiezen. Een nadeel, want de concurrentie met andere dorpen in de regio is groot. Morzine, Champéry, Châtel en Champoussin zijn stuk voor stuk populair en liggen allemaal op nog geen anderhalf uur rijden.

Gelukkig heeft Les Gets een schare trouwe fans, fans zoals Arthur Grenier. „Tachtig procent van de bezoekers komt terug”, zegt Richard niet zonder trots. „Bovendien is Les Gets een echte familiebestemming.” Om ervoor te zorgen dat dat zo blijft, worden er aan de lopende band activiteiten georganiseerd. Zo brengt Père Noël, de kerstman, in december traditioneel een bezoek aan het dorp. Relatief nieuw is Skicolor, een evenement in maart waarbij skiërs en snowboarders tijdens hun afdaling op een speciaal geprepareerde piste bekogeld worden met verfbommen.

Maar dat is niet het enige. Sinds een paar jaar afficheert Les Gets zich ook nadrukkelijk als bestemming voor ecotoerisme. In 2008 werd het dorp een zogeheten Alpine Pearl, dat wil zeggen dat het is aangesloten bij een samenwerkingsverband van zo’n dertig toeristische gemeenten uit de verschillende Alpenlanden die zich inzetten voor het milieu en duurzaamheid. Alle bestemmingen voldoen aan bepaalde criteria; zo moet het voor bezoekers mogelijk zijn om zonder auto op de bestemming te komen, zijn er (gratis) pendeldiensten op locatie en worden activiteiten die weinig impact hebben op de omgeving gestimuleerd, bijvoorbeeld door de aanleg van extra wandel- en langlaufpaden.

Gaëlle le Coz, een zongebruinde Française, kan uren vertellen over deze initiatieven. Ze woont al vijftien jaar in Les Gets en is vanuit de gemeente verantwoordelijk voor het milieu. Tijdens een wandeling op de Mont-Caly, een berg aan de oostzijde van het dorp, licht ze het duurzame beleid toe.

Maar niet voordat ze heeft gewezen op een groepje sportieve ouderen met bandana’s, dat in een keurig rijtje het glooiende landschap trotseert („Kijk, daar gaat er zelfs een in korte broek!”). In deze tijd van het jaar, buiten de schoolvakanties, is het op de wandelpaden vaak drukker dan op de piste. Deze route is populair om twee redenen, zegt Le Coz; door het spectaculaire uitzicht op de Mont Blanc, maar misschien nog wel meer vanwege het eindpunt, bergrestaurant Les Chevrelles. Zonovergoten terras, een kaart vol traditionele gerechten, zoals tartiflette, raclette en bosbessentaart. „Je zult het zo wel zien.”

Maar voorlopig zijn we pas halverwege. Le Coz stapt stevig door. Zonder buiten adem te raken somt ze maatregelen op die van Les Gets een eco-vriendelijke bestemming moeten maken. Elektrische skibussen. Extra oplaadpunten voor elektrische auto’s. Betere waterreservoirs. Gratis wegwerp-asbakjes bij de liften. Milieuvriendelijke kunstmatige sneeuw. Energiezuinige sneeuwkanonnen. Zonnepanelen waar mogelijk. Recycling van liftpasjes. O, en wintersporters die hun ecologische voetafdruk beperken – bijvoorbeeld door met een elektrische auto naar het dorp te komen – krijgen korting op hun liftpas.

Toch blijft ze zich zorgen maken, bekent Le Coz op het terras. „Het is moeilijk. De Alpen warmen op, klimaatverandering is evident. Maar over de oorzaken is geen consensus. Is het een natuurlijk proces of de schuld van de mens? Dat maakt het lastig beleid te ontwikkelen, om mensen ervan te overtuigen wat juist is. We wéten het gewoon niet.” Veel skigebieden hebben de neiging niet te veel bij klimaatproblemen stil te staan, zegt Le Coz, omdat ze liever geen aandacht vestigen op het feit dat ze het ieder jaar moeten doen met minder (natuurlijke) sneeuw. „Een gemiste kans. Wintersportplaatsen kunnen zich juist heel goed onderscheiden door zich op een positieve manier met het milieu bezig te houden.”

Want natuurlijk is ecotoerisme ook goede marketing. Uit een enquête onder 1.700 bezoekers bleek afgelopen seizoen dat bezoekers steeds beter op de hoogte zijn van de milieubewuste acties –13 procentpunt ten opzichte van het voorgaande jaar. Ruim 50 procent heeft sterk het gevoel dat Les Gets een duurzame bestemming is. Le Coz: „Het gaat erom dat mensen zich bewust worden van de keuzes die ze hebben. En dat we ons huidige beleid kunnen voortzetten, want we weten dat we goed bezig zijn.” Ze zwijgt even en wijst dan richting de Mont Blanc. De top is inmiddels verdwenen achter de wolken. „Il porte son chapeau”, zegt Le Coz. De berg draagt zijn hoed. En dat betekent slecht weer op komst. Wie vijftien jaar in de Alpen woont, heeft soms geen weerbericht nodig.