Rutte verdedigt zichzelf en Teeven

Premier Rutte vindt dat hij geen fouten heeft gemaakt.

Premier Mark Rutte blijft erbij dat hij toenmalig staatssecretaris Fred Teeven nooit naar details rond de schikking met drugscrimineel Cees H. had hoeven vragen. „Ik vond en vind het niet kies om Teeven naar zaken te vragen uit de tijd dat hij officier van justitie was.”

Rutte zei dit vrijdag na de ministerraad. Hij reageerde op het woensdag verschenen rapport van commissie-Oosting, die de schikking ter waarde van 4,7 miljoen gulden door Teeven in 2000 onderzocht. De commissie concludeerde dat de deal „de toets der kritiek niet kan doorstaan”.

De premier verdedigde zijn partijgenoot Teeven: „Mensen als hij heb je verschrikkelijk hard nodig om de klootzakken te pakken die proberen de wet te lichten.” Vijftien jaar geleden sloot Teeven als officier van justitie die deal met Cees H., nu zit hij voor de VVD in de Tweede Kamer.

Voor conclusies over de schikking „zou je in ieder geval de tegenprestatie moeten kennen”, zei Rutte. Of die überhaupt bestond, blijft ook na het onderzoek onduidelijk. Teeven beriep zich tegenover de commissie op zijn ambtsgeheim. H.’s advocaat Jan-Hein Kuijpers reageerde vrijdagavond bij Nieuwsuur dat Rutte „snel moet ophouden met deze flauwekul en niet weet waar hij over praat”. Door te suggereren dat Cees H. een tegenprestatie heeft geleverd (zoals het lekken van informatie over andere criminelen), zou hij diens leven in gevaar brengen.

Rutte vindt dat hij geen fouten heeft gemaakt in deze kwestie. „Maar het is wel: operatie geslaagd, patiënt overleden.” In maart bood zowel Opstelten als Teeven ontslag aan nadat op hun ministerie wel degelijk documentatie over de schikking aanwezig bleek te zijn. Eerder zei Opstelten steeds dat die niet te vinden was.

Volgende week woensdag debatteert de Tweede Kamer met Rutte over de zaak. Op dinsdag is er een hoorzitting met Oosting. Diezelfde dag wordt ook Kamervoorzitter Van Miltenburg (VVD) gehoord.

De Tweede Kamer heeft aan haar een lijst met 37 zeer kritische vragen gesteld. Ze wil onder meer van haar weten met wie zij gesproken heeft over de ‘Teevendeal’ en aan wie zij na een gesprek met Nieuwsuur heeft ge-sms’t dat het om „een storm in een glas water” ging. Kamerleden willen ook weten of het klopt wat in het onderzoeksrapport staat over het verzoek van de Nieuwsuur-journalist aan de voorzitter, om een anonieme klokkenluidersbrief over de deal te vernietigen. Want volgens Nieuwsuur klopt die lezing niet. De journalist zou alleen gevraagd hebben de brief vertrouwelijk te behandelen.