Nederlands brein voor robotauto’s

Na twee mislukte pogingen neemt NXP chipmaker Freescale over. Het bedrijf gaat meer chips maken voor zelfrijdende auto’s. De crisis bracht NXP in 2009 nog „aan het randje”, zegt de Nederlandse directeur Guido Dierick.

Het is feest, dus ze eten monchoutaart uit het vuistje. Een groepje NXP-werknemers verwelkomt in de hal van het Eindhovense hoofdkantoor twee nieuwe collega’s van het Amerikaanse bedrijf Freescale. Ze zwaaien naar elkaar. De teamchef spreekt: „We hebben twee jaar om deze integratie te voltooien, jongens. Zorg dat de business blijft draaien en loop geen burn-out op.”

Deze week werd de fusie tussen Freescale en NXP beklonken. NXP betaalt ongeveer 11 miljard euro voor het Amerikaanse chipbedrijf. Er ontstaat een hightechgigant met 45.000 werknemers en een omzet van bijna 10 miljard euro.

De strategie? De autobranche, is de verwachting, zal jaarlijks 7 tot 9 procent meer chips nodig hebben. NXP ontwikkelt veilige verbindingen voor communicatie in en rond de auto, Freescale maakt chips en sensoren voor de besturing. Elke auto heeft minstens honderd chips van NXP, leert het personeel nu: het fysieke brein voor de toekomstige generatie zelfrijdende auto’s.

NXP’s klanten zijn grote toeleveranciers voor de auto-industrie, zoals Delphi, Continental en Robert Bosch. Zij kunnen hun orders plaatsen bij ‘een supermarkt voor autochips’.

Een perfect match, lijkt het. Vandaar dat NXP al twee keer eerder probeerde met Freescale samen te gaan, zegt Guido Dierick, verantwoordelijk voor NXP Nederland. Als directeur juridische zaken was hij er tien jaar geleden bij toen Philips zijn halfgeleiderdivisie verkocht aan private-equityfondsen. Next Experience (NXP) kwam op eigen benen te staan. „Toen voerden we al geheime gesprekken met Freescale.”

Die onderhandelingen liepen destijds stuk en ook een tweede poging in 2010 sneuvelde. NXP was nog niet hersteld van een zware crisis die het bedrijf „aan het randje” bracht. Van de afgrond, dus.

Inmiddels draait NXP beter: de omzet is bijna op het niveau van 2006. De torenhoge schuldenlast – erfenis van de private-equityinvesteerders – is afgebouwd. „We betaalden een half miljard aan rente per jaar”, herinnert Dierick zich.

Crisis op crisis

Hij is de enige in het managementteam die er sinds de Philips-tijd zit. Topman Frans van Houten – tegenwoordig weer baas van Philips – moest eind 2008 wijken toen NXP in twee jaar 90 procent van zijn waarde verloor. De oorzaak was een crisis in de chipsector, gecombineerd met een crisis in de financiële sector.

Opvolger Rick Clemmer, een Texaanse veteraan uit de chipindustrie, verkocht nog meer onderdelen waarin NXP geen marktleider kon zijn. Hij snoeide in het personeel en sloot verouderde gedeeltes van de chipfabriek in Nijmegen.

NXP krabbelde op, mede dankzij de NFC-chip (beveiligde contactloze verbinding) die in veel mobiele telefoons is te vinden. Met een beursgang in 2010 verwerft NXP kapitaal om die gedroomde overname toch te kunnen doen: de koers klom van 14 naar ruim 100 dollar (nu 85).

De chipindustrie profiteert van de lage rentestanden en fuseert volop. NXP mag zich nog eventjes nummer vier noemen in de chipindustrie – totdat concurrent Avago Broadcom heeft overgenomen en NXP weer naar de vijfde plek afzakt.

In de autotak is NXP de grootste chipleverancier met 15 procent marktaandeel. De concurrentie is gefragmenteerd en zal verder samensmelten. De Duitse chipmaker Infineon toont bijvoorbeeld belangstelling voor het Japanse Renesas.

Moet NXP niet snel een nieuwe aankoop doen? Dierick houdt zich liever op de vlakte. „De overnamegolf is nog volop aan de gang”, zegt hij.

Geld voor nog een overname is er wel: NXP verkocht net een divisie die chips voor zendmasten maakt voor 1,8 miljard dollar. De schuldratio’s zijn gezond en de rente is nog altijd extreem laag.

Opgeslokt

‘Fuseren’ is vaak een net woord voor verdwijnen. Freescale (17.000 werknemers, van wie 6.000 in Austin, Texas) gaat op in NXP. De merknaam Freescale bestaat niet meer – niet belangrijk bij zakelijke klanten – de website is opgeslokt, de mailadressen zijn veranderd. „Er was wel een joker die voorstelde om ‘N’ uit ons logo te veranderen in het oranje van Freescale”, zegt Dierick.

Bij NXP zijn ze niet zo „vierderig”. „Misschien doen we dingen wel te sober”, zegt Dierick, terwijl hij koffie uit een plastic wegwerpbekertje nipt.

Het bedrijf hield een enquête naar de cultuurverschillen bij Freescale en NXP. Een van de vragen: als je een mail krijgt van je baas, moet je ‘m dan binnen tien minuten beantwoorden of gun je je jezelf de tijd daar goed over na te denken?

Bij NXP bleek het plichtsbesef er flink ingeramd te zijn. Bereikbaar zijn hoort erbij, ook in het weekeinde of op vakantie. Dat is het gevolg van tien jaar lang hameren op betere prestaties – broodnodig voor een bedrijf dat bij het ietwat ambtelijke Philips vandaan komt.

Dierick: „Daardoor zijn we ook een heel stuk gezonder worden. Nu we echt gezond zijn moeten we even een stapje terug doen en meer aandacht voor de mensen hebben.”

Bij Freescale is meer aandacht voor het personeel, ziet Dierick. „De mensen verdienen hier bakken met geld. Maar er is meer dan geld. Het gaat meer om de menselijke maat.”

Aan de andere kant: hard werken loont. „Een paar jaar geleden waren Freescale en NXP even groot, maar Freescale had nog een hogere schuldenlast en was nog voor tweederde in bezit van private equity. NXP heeft zich wat verder ontwikkeld, daardoor zijn wij nu ook de bovenliggende partij.”

Het Nederlandse bedrijf is nog Amerikaanser dan de Amerikanen zelf. Regionale verschillen zijn relatief in de high tech-branche: Freescale heeft grote vestigingen in Frankrijk en Duitsland. En NXP is wel een NV, maar weinig Nederlands. Het hoofdkantoor staat in Eindhoven en het grootste deel van de researchtak zit in Nederland. Maar er is een Amerikaanse beursnotering, een Amerikaanse topman, een Amerikaans bestuursmodel en board waarin geen enkele Nederlandse commissaris zit.

Jonge aanwas

Ze kunnen in Eindhoven ook nog iets van Freescale leren. De Amerikanen hebben naar verhouding veel jonge aanwas – fris talent, rechtstreeks van de universiteit – terwijl NXP vaker kiest voor ervaren mensen die direct geld opleveren.

Freescale heeft relatief veel mensen in de onderzoekstak, terwijl bij NXP nog veel mensen in de productie werken.

Freescale besteedt ook een groter deel van zijn productie uit aan grote chipfabrieken als TSMC. Hoogwaardige chips worden buiten de deur gemaakt. NXP laat zijn duurste NFC-chips ook door externe partijen als TSMC en Global Foundries produceren. Dit fabless model (zonder dure eigen fabriek) is dé manier om te groeien maar heeft ook gevolgen voor de personeelsomvang.

Sowieso gaat de overname banen kosten. Ondersteunende afdelingen, zoals financiën, personeel en communicatie worden in elkaar geschoven en dat levert jaarlijks een besparing van 200 miljoen dollar op – uiteindelijk een half miljard. Bij de betrokken afdelingen wordt nu bepaald wie het veld moet ruimen: 5 tot 10 procent van de 2.600 banen bij NXP in Nederland zouden kunnen verdwijnen, denken de vakbonden. Al wordt de reorganisatie over twee jaar uitgesmeerd, Guido Dierick kan niet beloven dat er geen gedwongen ontslagen vallen. „Maar deze besparingen zijn geen reden voor de fusie. Dat is een bijzaak.”