Mijlpaal Saoedi-Arabië: vrouwen kandidaat bij verkiezingen

De lokale verkiezingen die zaterdag worden gehouden in Saoedi-Arabië vormen een kleine mijlpaal voor vrouwen: ze mogen niet alleen voor het eerst stemmen, maar zich ook voor het eerst kandidaat stellen. „Tien jaar lang, sinds mannen voor het eerst mochten stemmen, hebben we moeten wachten op deze kans”, zei Fawzia al-Harbi, een van de honderden vrouwelijke kandidaten, tegen persbureau Reuters. „Nu ze ons de kans geven, heb ik besloten dat ik in staat ben om het te doen.” Al-Harbi sprak vorige week met kiezers in een winkelcentrum in Riad – volledig gesluierd en met handschoenen aan.

De verkiezingen krijgen brede aandacht in de internationale media. Saoedi-Arabië heeft grif visa uitgedeeld aan buitenlandse journalisten, zodat het land weer eens positief in het nieuws komt. Want de toename van het aantal onthoofdingen, de oorlog in Jemen en de vergelijking tussen het koninkrijk en Islamitische Staat in Syrië en Irak hebben het imago geen goed gedaan.

Maar de verkiezingen zijn slechts een ministapje richting democratie en gelijkheid tussen mannen en vrouwen in het ultrapuriteinse koninkrijk. De vrouwelijke kandidaten mochten alleen campagne voeren met toestemming en onder begeleiding van een mannelijke voogd.

Het besluit dat vrouwen mogen stemmen komt van de in januari overleden koning Abdullah, die een voorzichtige hervormer was. De liberalisering wordt aangemoedigd door de zakenelite, en door een groeiende aantal opgeleide vrouwen die, met toestemming van hun familie, vaker buitenshuis werken.

Maar de veranderingen gaan tergend langzaam, van algemeen kiesrecht is absoluut geen sprake. Slechts een fractie van de bevolking zal zaterdag naar de stembus gaan, en de lokale raden die ze kiezen hebben nauwelijks macht. Van de tien miljoen vrouwen hebben zich er maar 130.000 laten registreren als kiezer. Er is weinig hoop dat ook maar één vrouw wordt gekozen van de 1.000 vrouwen die zich kandidaat hebben gesteld.

De koninklijke familie heeft niet de intentie de macht te delen met verkozen politici, want het vreest dat sociale hervormingen leiden tot onrust onder de bevolking. Dus blijven de veranderingen grotendeels cosmetisch. Aan het systeem van de voogd, waarbij vrouwen zonder toestemming van een vader, broer of echtgenoot geen paspoort kunnen krijgen, mogen reizen of trouwen, wordt voorlopig geen einde gemaakt. Dit systeem maakt de vrouw feitelijk tot tweederangsburger.