In het museum heet een negerbediende voortaan een jonge zwarte bediende

Diverse musea zijn bezig hun collectie te doorzoeken op woorden uit het koloniale tijdperk. Kaffer, hottentot en negerinnetje worden vervangen. Maar wat te doen met een woord als ‘hut’?

'Thoimas Hees met zijn neven Jan en Andries Hees en een bediende'.

Negerinnetje werd het schilderij van Simon Maris van een jonge vrouw in het Rijksmuseum altijd genoemd. Inmiddels heeft het museum het herdoopt. De nieuwe titel: Jonge vrouw met waaier (geschilderd tussen 1895 en 1922). In de beschrijving wordt nog wel verwezen naar de huidskleur van de vrouw: „Een zittende jonge zwarte vrouw, met een kanten hoed op het hoofd en een waaier in de rechterhand.”

Het Rijksmuseum is bezig zijn collectie te doorzoeken op termen die gevoelig liggen. Vaak gaat het om woorden uit het koloniale tijdperk, zoals ‘kaffer’ of ‘hottentot’. Maar ook termen als ‘mongooltje’ of ‘eskimo’ worden vervangen.

Tot nu toe heeft het museum 132 beschrijvingen aangepast. Dat waren termen die makkelijk uit het systeem gevist konden worden, zoals ‘bosneger’. „We zijn nu bezig met de wat moeilijkere gevallen”, zegt Martine Gosselink, hoofd van de afdeling geschiedenis. „Denk aan termen als ‘inheems’ of ‘exotisch’. Daar voeren we nu discussie over: wanneer laat je ze staan en wanneer niet?”

Als een kunstenaar een titel zelf heeft gekozen, wordt die niet veranderd. Gosselink: „Alle andere titels kunnen we wel veranderen. De oude blijven bewaard in ons digitale systeem, waarin alle 1,1 miljoen objecten van het museum staan beschreven. Zo zijn de oude termen en titels nog terug te vinden voor onderzoekers.”

In principe haalt het Rijksmuseum alle beschrijvingen weg die verwijzen naar huidskleur. Ze kunnen zonodig vervangen worden door een verwijzing naar de geografische herkomst van personen. Zo is het ‘negerinnetje’ dat Hendrik Dooyer tussen 1906-1913 fotografeerde voor een kerkhof in Paramaribo omgedoopt tot ‘Surinaams meisje’.

De beschrijving van een bediende op het portret van Margaretha van Raephorst, geschilderd door Jan Mijtens in 1668, bevat nog wel een verwijzing naar zijn huidskleur. Hij heet geen ‘negerbediende’ meer, maar ‘jonge zwarte bediende’. Zijn huidskleur staat vermeld omdat het museum wil laten zien dat het hebben van een zwarte bediende de witte elite status verschafte.

Het Tropenmuseum in Amsterdam is al langer bezig met het aanpassen van taalgebruik. Alex van Stipriaan, hoogleraar Caraïbische geschiedenis aan de Erasmus Universiteit, werkte tien jaar als conservator voor het museum. In die hoedanigheid schreef hij in 2011 een stuk met aanbevelingen, getiteld Spreken we dezelfde taal?. „Het museum maakte daarna een eerste slag bij het veranderen van tekstbordjes”, zegt hij. „Maar dat was nog maar het begin. Het museum wil op den duur kijken naar het hele taalgebruik. Neem een tekst als ‘We gingen naar Afrika of Indonesië’. Wie is dan die we? Of het woord ‘hut’. Dat kun je ook een ‘eenvoudige woning’ noemen. En denk aan verkleinwoorden als ‘Javaantje’. Je zegt toch ook niet: ‘Nederlandertje’? Veel teksten zijn doorspekt met eurocentrisme en westers superioriteitsdenken. En het gaat niet alleen om taal, maar om nieuwe manieren van inclusief en intercultureel kijken en luisteren die past bij een diverse samenleving.”

Ze zijn bezig aan een handleiding respectvoller taalgebruik

Het Nationaal Museum van Wereldculturen (een fusie van Tropenmuseum, Rijksmuseum Volkenkunde en Afrikamuseum) werkt samen met het Rijksmuseum aan een handleiding voor respectvoller taalgebruik. De musea betrekken naast academische taalonderzoekers ook andere kritische denkers bij de discussie. „Bij het Nationaal Museum van Wereldculturen voeren we gesprekken met jonge mensen met diverse culturele achtergronden”, vertelt Wayne Modest, hoofd research. „Zij kijken vanuit hun eigen perspectief naar ons taalgebruik en attenderen ons op gevoeligheden.” Eind januari mogen de jongeren een ‘interventie’ in het museum doen, waarbij ze alternatieve teksten voorstellen.

De rijksmusea hopen dat hun initiatief ook andere musea in Nederland en in Europa aan het denken zet. „Wij gaan workshops organiseren met andere musea”, zegt Modest. „We willen onze bevindingen in breder verband presenteren, bijvoorbeeld bij de Nederlandse Museumvereniging. En ik verwacht dat er veel interesse zal zijn bij onze partnermusea in andere Europese landen.”

Slavernijdeskundige Aspha Bijnaar vindt het mooi dat de musea zo hun best doen. „Wel vind ik het belangrijk dat de koloniale geschiedenis niet weggepoetst wordt. Als je teksten corrigeert, moet je nog wel kunnen zien hoe objecten in de koloniale tijd gepresenteerd werden.”