‘Ik weet dat ik zo dood kan gaan’

Zaina Erhaim (30) traint burgers in Syrië om te werken als journalist. Ze kreeg hiervoor de Peter Mackler Award.

Zaina Erhaim wil de stemmen van de mensen in Syrië in leven houden. Foto Jooney Woodward/Hollandse Hoogte

Islamofobie

„Ik kan het mensen hier in het Westen niet kwalijk nemen dat ze niet begrijpen wat er in Syrië gebeurt. Het is ver weg, de situatie is erg chaotisch en het is lastig om aan informatie te komen. Er wordt in de westerse media ook nooit geschreven over het dagelijkse leven van normale Syriërs, het gaat altijd over extremisme. Als ik hier ben om te praten over mijn werk – ook vóór de aanslagen in Parijs – zijn ze alleen maar benieuwd naar IS. Je moet geduldig zijn om daarmee om te kunnen gaan. Natuurlijk worden Syriërs bedreigd door IS, maar de meesten vluchten voor het regime van Assad. Die is verantwoordelijk voor ongeveer 96 procent van de doden in mijn land. IS en andere groepen voor 4 procent – ik kom dit niet tegen in westerse kranten. En ik heb zelf ervaren hoe het werkt. Als ik twee verhalen pitch aan een internationale krant, een over Assad en een over IS, kiezen ze altijd voor het laatste. Ik begrijp niet helemaal waar die IS-fascinatie vandaan komt. Misschien dat IS hun islamofobe kijk op de moslimwereld bevestigt: lelijke mensen met ouderwetse denkbeelden die gestoorde dingen doen. En ja, natuurlijk is de Syrische bevolking als de dood voor IS. Maar de vluchtelingencrisis, die overigens al drie jaar bezig is maar pas een crisis wordt genoemd sinds die Europa bereikte, is toch echt de schuld van het regime.”

Londen

„Mijn studie journalistiek aan de universiteit van Damascus was echt tijdverspilling, het was te theoretisch. Veel van mijn docenten waren afgestudeerd aan Sovjetuniversiteiten, ze hadden een communistische manier van lesgeven en lieten ons bijvoorbeeld alleen uit hun eigen werk lezen. In 2010 kreeg ik een beurs om aan City University in Londen verder te studeren. Dat was fantastisch, daar leerde ik pas echt wat journalistiek is. Ik kon daarna meteen aan de slag bij BBC Arabic. Een jaar lang werkte ik daar als redacteur, ik produceerde vanuit Londen verhalen over de oorlog in Syrië. Af en toe zocht ik mijn familie op in Idlib. Het was toen al zo gevaarlijk dat de BBC me er nooit naar zou uitzenden – buitenlandse journalisten vertrokken juist een voor een uit het land. Al die verschrikkelijke dingen die er gebeurden werden dus niet meer vastgelegd, ontzettend frustrerend was dat, ik wilde terug.”

Training

„Al jaren was ik bekend met het werk van het Institute for War and Peace Reporting, ik besloot namens hen burgers te trainen tot journalisten. Dan zouden er tenminste nog verhalen verteld kunnen worden, was mijn gedachte. De burgers die ik train zijn tussen de 18 en 40 jaar oud en sommigen zijn sinds het begin van de oorlog al bezig, dus ik kan ze makkelijk vinden. In Syrië geef ik de cursussen tv en schrijvende journalistiek. Ze kunnen ook naar Turkije gaan, waar mijn collega’s ze leren hoe ze films kunnen maken. Eerst waren het eigenlijk alleen maar mannen die kwamen, maar ik ben actief vrouwen gaan zoeken die nu ook verhalen maken. Via Facebook en Skype spreek ik met ze af, eigenlijk nooit via e-mail, dat werkt hier niet zo goed. Mijn groepen zijn niet zo groot: steeds tien tot vijftien man. Ik leer ze hoe ze filmpjes opnemen en monteren. We geven ze ook camera’s als het nodig is. ”

Damascus Bureau

„We hebben een website, Damascus Bureau, waar de verhalen van de journalisten worden geplaatst. Ze krijgen er geld voor. Ook breng ik ze in contact met Arabische tv-stations en websites. Sinds het geweld toeneemt in Syrië wordt het wel steeds moeilijker om te werken als journalist. Alles gaat heel sloom. Je weet nooit wanneer het internet uitvalt en of er elektriciteit is om de batterij van je camera op te laden. Sommige mensen die ik de afgelopen tijd heb getraind, zijn inmiddels gevangen genomen of gedood door bombardementen. Het is niet per se zo dat de situatie voor hen onveiliger is dan voor andere Syriërs, iedereen loopt daar constant gevaar.”

Honderden vrienden

„Een van de Syriërs die ik heb getraind en al jaren ken, Wassim heet hij, is een aantal weken geleden geraakt door een Russische bom, terwijl hij aan het filmen was. Zijn vrienden droegen zijn lichaam weg en vonden zijn camera – je hoort hem zijn laatste adem uitblazen. Nu Rusland Syrië bombardeert, veelal op plekken waar burgers en activisten van het Vrije Syrische Leger zitten, is de situatie onveiliger geworden. Honderden van mijn vrienden zijn de afgelopen drie jaar al weggegaan. Sommigen zijn naar Europa gevlucht, anderen zitten in Turkije. Ook de meest betrokken activisten, die tot het einde wilden blijven, vertrekken nu. Nu de Russen meedoen met de oorlog is er geen hoop meer in Syrië.”

Kuilen

„Assad is de reden dat IS bestaat en zolang Assad blijft zal IS ook blijven. Misschien bombardeert het Westen alleen IS-doelen omdat dat gemakkelijker te rechtvaardigen lijkt. Ze kunnen het beter uitleggen aan hun volk, aan hun kiezers. Europa wil nog steeds niet accepteren dat er veel vluchtelingen op hun continent zijn die hulp nodig hebben. Er zijn ook nog veel mensen in Syrië die daar vastzitten en niet weg kunnen. De Syriërs zullen richting Europa blijven komen. Hoe gevaarlijk de tocht ook is, het is veel minder erg dan wat ze achter zich laten. Al bouwen ze een hek om Europa heen, dan graven ze een kuil en kruipen ze er onderdoor.”

Parijs

„Syriërs worden vanuit de lucht door Assad en Poetin gebombardeerd, vanaf de grond door Iraniërs en sjiitische groepen. Sinds de aanslagen in Parijs is de situatie nog onveiliger geworden. Het Westen radicaliseert nu zelf, ze worden steeds extremer en geven IS zo meer bestaansrecht. Ons volk wordt van alle kanten mensonwaardig behandeld. Die luchtaanvallen moeten als eerste stoppen.”

Moeder

„Mijn ouders vinden het natuurlijk moeilijk dat ik daar nog steeds zit. Mijn vader woont er ook nog, maar mijn moeder is vertrokken naar Turkije. Mijn broertje reist een beetje heen en weer. De reden dat mijn moeder het accepteert is dat ze zelf ook betrokken was bij de revolutie. Ze was bij veel van de demonstraties en gelooft heel erg in wat ik doe, maar ze is ook constant bang dat mij iets overkomt.”

Bang

„Zelf ben ik ook bang. Natuurlijk weet ik dat ik ieder moment kan doodgaan. En de bom die jou raakt, die hoor je niet. Je hoort alleen de bommen die op afstand vallen. Soms zijn het er meerdere per dag, soms een. Ik zie eigenlijk ook helemaal geen toekomst meer voor Syrië, en ook niet voor mezelf. Af en toe ga in naar mijn moeder in Turkije om mijn hoofd te legen en tot rust te komen. Maar toch heb ik nog niet het gevoel dat ik er klaar voor ben om weg te gaan. Door journalisten te trainen kan ik in ieder geval mijn geweten bevredigen.”

Stemmen

„Ik weet dat dit werk echt niet de publieke opinie in het Westen gaat veranderen of regeringen dwingt om iets te doen. Ik doe het om de stemmen van mijn mensen in leven te houden. Ik wil dat alle doden die er zijn gevallen geen nummers zijn, maar gezichten krijgen. Ook voor de geschiedschrijving van het land. Zodat de Syriërs die weg zijn de verhalen kunnen teruglezen en beelden kunnen terugzien. Zodat ze weten wat hier allemaal is gebeurd.”