Gevaarlijke medicijnen voor jonge depressieven

De beste hulp voor jongeren met depressie is psychotherapie. Soms vindt de psychiater pillen nodig. Ook al kunnen die leiden tot zelfmoord.

Fotograaf Laura Hospes maakte een serie zelfportretten tijdens haar verblijf in een psychiatrische instelling in Groningem.

Vraag aan Catrien Reichart of niet alle pubers weleens depressief zijn, en ze valt je meteen in de rede. „Dan heb je het over chagrijnig zijn, over prikkelbaarheid en wispelturigheid.” Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt. Depressie, zegt ze, is wat anders. Natuurlijk is het een glijdende schaal, maar een depressie belemmert al het normale functioneren. Geen concentratie, slechte cijfers, piekeren, niet meer naar school, heel veel slapen of slapeloosheid, en vooral he-le-maal niets meer leuk vinden.

Reichart is kinder- en jeugdpsychiater in Curium-LUMC, gespecialiseerd in angst- en stemmingsstoornissen. Depressie, zegt ze, wordt bij jongeren vaak niet opgemerkt. Er wordt ook relatief weinig onderzoek naar gedaan, veel minder dan naar ADHD of agressie. „Van depressie heeft de samenleving geen last. Depressieve kinderen zitten stil in een hoekje. En je kunt het pas goed diagnosticeren als ze een jaar of 12, 13 zijn en erover kunnen praten. Bij jongere kinderen kun je wel naar het gedrag kijken – teruggetrokken, angstig, lusteloos – maar dan ben je aan het interpreteren.”

Hoe vaak denkt ze dat depressie onder jongeren voorkomt? „Bij volwassenen is het 15 tot 20 procent en die zeggen eigenlijk altijd dat het voor hun achttiende al begonnen is. Dan zou je dus kunnen concluderen dat 15 tot 20 procent van de kinderen het ook heeft. In Amerika wordt daar ook van uitgegaan. Wij gaan ervan uit dat 7 tot 8 procent van de kinderen eens of vaker een depressieve episode doormaakt. Misschien dat we onderdiagnosticeren, maar de vraag is of dat erg is. Depressie kan ook vanzelf weer overgaan.”

Wat helpt: goed functionerende ouders zonder depressie, geen ruzie, geen scheidingen, geen armoede, geen ziekte, voldoende rust en tijd. En bij het kind: intelligentie en talent, ergens goed in zijn. Dat zijn, zegt Reichart, beschermende factoren. Wat het erger maakt of zelfs een depressie kan uitlokken: misbruik, mishandeling, verwaarlozing – het bekende rijtje. Gepest worden, ook heel slecht.

Het aantal jongeren met een depressie is stabiel, zegt Reichart. Maar de uitlokkende factoren veranderen wel. Ze ziet de laatste jaren bijvoorbeeld nogal eens gymnasiummeisjes van 13 die een IQ van 100 blijken te hebben – niet hoger dan het gemiddelde. En de ouders maar denken dat ze hoogbegaafd zijn. „Die kinderen lopen op hun tenen en dat houden ze niet vol. Uren huiswerk maken, heel vroeg naar bed, niets anders meer doen dan leren. En toch slechte cijfers halen. Ze raken oververmoeid of krijgen een longontsteking. Daar blijkt dan een depressie onder te zitten.”

Zo’n diagnose wordt pas gesteld na gesprekken met het hele gezin en de school. „Als ze wel lol met leeftijdsgenoten hebben, is het waarschijnlijk de puberteit.” Daarna: uitleg, ook aan de ouders. Haal de druk eraf, wees geduldig, het is geen dwars gedrag of niet willen, het is niet kunnen. En vooral: weet dat het altijd weer overgaat.

Het kind zelf krijgt psychotherapie, volgens een protocol. Bij jongere kinderen, vanaf 8 jaar, is het cognitieve gedragstherapie. Negatieve gedachten doorbreken door er positieve tegenover te stellen. Leuke dingen doen, naar buiten gaan, ook al heb je er geen zin in. „Naar buiten gaan moet echt”, zegt Reichart. Bij oudere kinderen, vanaf 14 jaar, doet ze ook interpersoonlijke psychotherapie: praten over waar de negatieve gedachten vandaan komen.

En die medicijnen? „Volgens de richtlijn geef je die als er na drie maanden geen enkele vooruitgang is. Maar als een kind echt helemaal nergens meer toe komt, begin ik eerder, na een week of zes. Met heel veel uitleg. Dat er in het begin toename van angst en ontremming kan zijn, suïcidale gedachten ook. Je moet het heel strak monitoren, een kind elke week zien en telefonisch contact houden.”

Geeft ze ook medicijnen aan kinderen van 8? „Ja, maar dat is heel zeldzaam. Meestal zie je op die leeftijd vooral angst, al is dat wel verwant aan depressie. Normaal geef ik ze pas bij kinderen vanaf 12.”

Maar als studies keer op keer aantonen dat medicijnen niet werken? „Van fluoxetine, Prozac, weten we uit drie niet door de industrie gesponsorde studies dat het beter werkt dan een placebo. Ik zie kinderen ervan opknappen. Van Seroxat (paroxetine), waar laatst weer zoveel om te doen was, weten we dat het niet werkt.” Dat stond in september in The BMJ (zie inzet). „Nederlandse psychiaters schrijven dat niet meer voor. Als fluoxetine niet aanslaat, kijk ik ook naar andere middelen. Soms geef je iets wat een familielid ook slikt en wat blijkt te helpen.” Maar altijd tijdelijk en altijd naast psychotherapie.