Fraude met hulpgeld toont zwakte Nederlands beleid

In Benin is voor miljoenen gefraudeerd met Nederlands geld. Minister Ploumen heeft alle hulp met Benin inmiddels opgeschort.

Het Nederlandse beleid voor ontwikkelingssamenwerking, met veel zelfstandigheid voor het ontvangende land, maakt grootschalige fraude mogelijk. Dat blijkt uit gesprekken met betrokkenen over de diefstal van miljoenen euro’s voor waterprojecten in het West-Afrikaanse land Benin.

Minister Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) schortte tussen mei en september alle Nederlandse hulp aan Benin op, nadat voor zeker 4 miljoen euro was gefraudeerd met geld voor waterprojecten. Hoofdverdachte is Barthélémy Kassa, minister van water en energie en intimus van de president. Deze geniet echter parlementaire onschendbaarheid.

Nederland besteedde in 2014 40 miljoen euro aan hulp voor Benin, en laat de praktische uitvoering waar mogelijk over aan lokale overheden. Precies daar is het misgegaan, zegt Harry van Dijk, de ambassadeur in Benin. „Wij hebben de afgelopen tien jaar beetje bij beetje geld en verantwoordelijkheid overgedragen aan Benin”, aldus Van Dijk. „Het idee was: het lokale bestuur versterken en zo uiteindelijk onze hulp overbodig maken.”

In 2011 is het aantal hulplanden ingrijpend verkleind, en werd de focus verlegd naar een beperkt aantal sectoren – zoals de watersector. Volgens minister Ploumen brengt ‘Benin’ geen structureel manco aan het licht. Het streven om het lokaal bestuur te versterken staat overeind, zegt een woordvoerder van het ministerie. „Onze ‘checks and balances’ hebben goed gewerkt: de vermoedens van misstanden zijn direct onderzocht en toen er sprake bleek van fraude, zijn stevige maatregelen getroffen.”

De fraude met Nederlands hulpgeld was buitengewoon simpel, zegt accountant Michel Dognon, sinds deze zomer de belangrijkste controleur van de rijksuitgaven van de Beninse overheid. Dognon, die in de VS is opgeleid, dankt zijn positie aan druk vanuit Nederland. „De onderzoekers hadden de fraude direct door. De bewijzen lagen voor het oprapen. De fraudeurs hadden gewoon nooit gedacht dat iemand hun gangen na zou gaan.”

Nederland heeft van Benin geëist dat het de verantwoordelijken voor de fraude vervolgt, maar het onderzoek vordert traag. Intussen zijn de meeste betrokken ambtenaren weer aan het werk gegaan, in afwachting van de strafzaak.