En nu nog sneeuw

Alleen dankzij sneeuwkanonnen liggen straks alle pistes in Oostenrijk weer vol witte sneeuw. Goed voor de wintersport, slecht voor het milieu.

Door Warna Oosterbaan

FotoIstock, Illustratie Tjarko van der Pol

Dat de wereld steeds warmer wordt, merk je vooral als je de kou opzoekt. Vraag het maar aan skiliefhebbers en snowboarders. Onder de 1.500 meter zijn het steeds vaker groene, malse bergweiden in plaats van de blinkend witte pistes waarop ze gehoopt hadden. Niet skiën is geen optie. Maar daar heeft de mensheid iets op gevonden: kunstsneeuw. Geproduceerd door tienduizenden sneeuwkanonnen die ’s nachts een fijne sneeuwnevel op de hellingen deponeren. In de wintersportgebieden zijn ze inmiddels een vertrouwde verschijning - hoewel ze zelden te zien zijn op de vrolijke kleurenplaatjes van de chaletverhuurders.

Sneeuwkanonnen werken door water te vernevelen en onder hoge druk lucht in de waternevel te blazen. Tot temperaturen van plus 4 graden Celsius en een lage vochtigheidsgraad resulteert dat in sneeuw. Dat komt doordat de uitgeblazen lucht snel in druk daalt, uitzet en warmte onttrekt aan de omgeving, ook aan de uitgesproeide waterdeeltjes. Die bevriezen tot fijne ijskristallen, daaraan hechten zich andere waterdeeltjes en de kleine ijskern wordt steeds meer een sneeuwkristal. Als de waterdeeltjes uiteindelijk de grond raken, is een groot deel daarvan overgegaan in sneeuw.

Is dat kunstsneeuw? De sneeuwbranche (fabrikanten en installateurs van sneeuwkanonnen, exploitanten van skiliften, etc.) spreekt liever van technische sneeuw. Want eigenlijk is het echte sneeuw, maar dan met machines gemaakt. De technische sneeuw is iets vaster en ijziger dan echte sneeuw, maar je kunt er goed op skiën.

Het sneeuwkanon is al in het midden van de vorige eeuw uitgevonden en inmiddels is de techniek voortgeschreden. Grofweg zijn er twee types. Het oudste type werkt met water en samengeperste lucht. Water en lucht worden in leidingen aangevoerd. In het tweede type wordt alleen water aangevoerd, een grote elektrische ventilator zorgt voor de luchtdruk. Een leiding voor gecomprimeerde lucht is dan niet nodig, wel een elektriciteitsleiding.

De machines zijn inmiddels de onmisbare schakel in een industrie waarin zeer veel wordt geïnvesteerd, maar waarbij de opbrengsten steeds onzekerder zijn geworden. Skiliften, hotels en andere accommodaties zijn kostbaar. Daarmee wordt veel geld verdiend, maar de branche is zeer kwetsbaar voor iets wat moeilijk beheerst kan worden: het klimaat. De opwarming van de atmosfeer heeft op de wintersport een dramatisch effect, want elke graad temperatuurstijging betekent dat de sneeuwgrens 150 meter hoger komt te liggen.

Honderd dagen sneeuw

In wintersportland geldt het principe dat een skigebied pas rendabel kan zijn als er tenminste honderd dagen per jaar sneeuw ligt. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft in 2007 uitgerekend dat 91 procent van de skigebieden in de Alpen toen aan die voorwaarde voldeed. Maar een stijging van de gemiddelde temperatuur met slechts één graad brengt dat rendabele aandeel terug naar 75 procent, meldden de OESO-onderzoekers. Bij twee graden stijging werd dat 61 procent, bij 4 graden 30 procent. Vooral Duitse skigebieden zouden zwaar getroffen worden: bij 4 graden stijging zouden ze allemaal ten onder gaan. Zal dat ook gebeuren? De opwarming van de aarde lijkt zich in het Alpengebied duidelijker te manifesteren dan elders, maar betrouwbare cijfers ontbreken nog. Sneeuwkanonnen kunnen dat probleem voorlopig oplossen. Hoeveel sneeuwkanonnen er in het gehele Alpengebied staan is niet bekend, maar in het belangrijkste wintersportland, Oostenrijk, staan er volgens een schatting van het Oostenrijkse Fachverband Seilbahnwirtschaft 19.000. Ongeveer 70 procent van de skipistes in dat land wordt kunstmatig besneeuwd. En als de kanonnen er toch staan, kunnen ze ook voor andere doelen worden ingezet. Voor de verlenging van het skiseizoen bijvoorbeeld, of voor het verbinden van skigebieden die tot nu toe van elkaar gescheiden zijn, zodat skiërs langere tochten kunnen maken. Als het ene dorp een paar sneeuwkanonnen opstelt, kan het andere niet achterblijven. Een kanon kost ongeveer 35.000 euro, maar als je met tien van die dingen kunt garanderen dat je dorp al met Kerstmis sneeuw heeft, betaalt dat zich snel uit. Kortom, sneeuwkanonnen zijn een uitkomst voor iedereen die van wintersport houdt of daaraan verdient.

De kanonnen hebben ook nadelen. Ze maken het lawaai van een vrachtwagen, ze gebruiken veel energie en water en ze halen het berglandschap overhoop.

Aan het lawaai wordt gewerkt: de kanonnen bulderen bij voorkeur ’s nachts. Dan is de temperatuur ook lager en het kanon effectiever. Nieuwe types als het ventilatorkanon maken minder lawaai.

Maar de ecologische problemen zijn talrijk. Om te beginnen kost kunstsneeuw veel energie. Het verbruik varieert per type sneeuwmachine en het hangt af van de temperatuur en de vochtigheidsgraad van de lucht. Geograaf Bruno Abegg van de Universiteit van Innsbruck liet in een artikel in Forum für Wissen uit 2012 zien dat het elektriciteitsverbruik varieert van 1,5 tot 9 kilowattuur (kWh) per kubieke meter kunstsneeuw. Voor het besneeuwen van een hectare skipiste (100x100m) is per seizoen gemiddeld 15.000 kilowattuur (kWh) nodig, vier tot vijf keer zoveel als een gemiddeld Nederlands gezin in een jaar verbruikt.

Wie wil weten wat deze cijfers voor het gehele Oostenrijkse wintersportgebied betekenen, moet zelf aan de slag, want officiële cijfers ontbreken. Welnu, het skibare oppervlak wordt in Oostenrijk geschat op ruim 25.000 hectare en bij 70 procent kunstmatige besneeuwing, rekende de Oostenrijks krant Der Standard in 2013 uit, kom je op een energieverbruik van 250 GWh per seizoen. Evenveel als het jaargebruik van tachtigduizend huishoudens, ongeveer de bevolking van Breda.

Het watergebruik is ook immens. Abegg komt op 200 tot 500 liter water per kubieke meter sneeuw . Voor een hectare piste is dat ongeveer een miljoen liter – evenveel als er in een zwembad van 25 bij 20 meter en twee meter diep gaat. Dat water moet vaak omhoog gepompt worden en in spaarbekkens worden opgeslagen.

Die hele infrastructuur van pompstations, wateropslag, persleidingen en elektrische leidingen en leidt tot een aantasting van het kwetsbare berglandschap, betogen natuurvrienden en bezorgde wetenschappers. De kunstsneeuw zou ook niet goed zijn voor de natuurlijke vegetatie. Omdat de kunstsneeuw ijziger is dan echte sneeuw, blijft de bodem langer bedekt, wat op den duur tot een andere begroeiing kan leiden. En dan is de verlenging van het wintersportseizoen die door de sneeuwkanonnen mogelijk is ook niet gunstig voor flora en fauna. De Alpenverein Österreich (bijna een half miljoen leden) heeft zich om die redenen fel tegen de toenemende besneeuwing gekeerd.

Je kunt sneeuw heel lang opslaan

Inmiddels wordt er ook aan alternatieven gewerkt. Zo wordt er hier en daar al overgebleven sneeuw onder plastic zeilen opgeslagen voor het volgende seizoen (je kunt sneeuw heel lang opslaan, als het maar flink wat is). In de VS worden bacteriën aan het water in de sneeuwmachines toegevoegd om de ijsvorming sneller op gang te brengen.

Oostenrijkse onderzoekers van de startup Neuschnee hebben vorig jaar in het Ötztal tests uitgevoerd met een grote ballon waarin water werd verneveld. Bij temperaturen lager dan min vijf resulteerde dat in luchtige pulversneeuw die uit een gat naar beneden viel – min of meer zoals uit een echte wolk echte sneeuw valt. Het energie- en watergebruik van dit systeem zou veel geringer zijn dan van een conventionele sneeuwmachine, maar alles verkeert nog in een experimenteel stadium en bij hogere temperaturen staat ook dit systeem machteloos.

De toekomst van de sneeuwmachines is onzeker. Aan de ene kant leidt de opwarming van het Alpengebied tot de inzet van steeds meer sneeuwmachines. Aan de andere kant nemen de bezwaren toe, maar belangrijker nog: dezelfde opwarming zal een groot deel van de machines uiteindelijk verjagen – dan werken ze gewoon niet.