Een vogelspin kan zijn prachtige blauw zelf niet zien

Foto Michael Kern

Vogelspinnen zijn harig, groot en blauw. Blauw? Ja. Neem Poecilotheria metallica, een rockster onder de vogelspinnen. Spinnenliefhebbers zijn bereid grof geld te betalen voor deze kobaltblauwe spin uit India. Op Marktplaats worden exemplaren aangeboden voor 100 euro.

In ongeveer driekwart van de vogelspingeslachten komt ten minste één soort voor die precies zo blauw is als P. metallica. Dat blijkt uit een analyse van Amerikaanse biologen (Science advances, 27 november). In de evolutie van vogelspinnen ontstond die blauwe kleur telkens opnieuw. Minstens acht keer.

Blauw lijkt dus belangrijk voor vogelspinnen, maar waarom? Niet om elkaar te verleiden, denken de biologen: vogelspinnen zijn notoir slechtziend. Ze hebben weliswaar acht ogen, maar hun gezichtsvermogen is belabberd. Bovendien zien vogelspinnen maar één kleur: cyaan. Vogelspinnen zijn misschien prachtig blauw, maar zelf zien ze dat niet.

Het raadsel is groter omdat blauw een zeldzame kleur is voor dieren. Voor roze, oranje en geel bestaan natuurlijke kleurstoffen, maar niet voor blauw.

Sommige vogels, vlinders en kevers zijn toch blauw door een truc met structuur. Hun veren, vleugels en pantsers bestaan uit laagjes die het zonlicht allemaal net iets anders verstrooien. De teruggekaatste lichtgolven interfereren met elkaar waardoor sommige kleuren worden gedempt en andere versterkt.

Ook het vogelspinnenblauw is een structuurkleur. Het pantser is opgebouwd uit laagjes zagen de biologen, waarschijnlijk uit chitine (pantsermateriaal) en lucht.

Blijft de vraag: voor wie is de vogelspin zo blauw? Om zich te verhullen in het donker? Of juist om op te vallen, en roofdieren te waarschuwen dat ze giftig zijn?