Eén met de berg

In het Zwitserse resort Whitepod logeert Joke Mat in een iglo-achtige tent. De kachel moet ze zelf brandend houden – „dat hoort bij het alpiene avontuur”.

De gasten slapen in tenten zonder tv, wifi of telefoon.

Ploegend door de sneeuw zie ik ze al van verre liggen: vijftien iglo-achtige bouwsels (‘pods’), her en der tegen de helling geplakt. Het zijn tenten, rustend op een houten vlonder op palen. Ik klim omhoog naar nummer 14, voor twee nachten de mijne. Het tentenkampje lijkt verlaten, al komt hier en daar rook uit een schoorsteen. De stilte is volkomen. Dan komt een sneeuwscooter met aanhanger ronkend de berg op, met bagage van de gasten. Ik rits de deur open.

Het kleine skiresort Whitepod, op 1.400 meter hoogte in de Zwitserse Alpen, combineert luxe met een bescheiden mate van avontuur. De meeste gasten slapen in tenten zonder tv, wifi of telefoon. Wel is er een badkamertje met douche en elektrisch kacheltje – en een walkietalkie voor contact met de receptie. Op een steenworp afstand staat een chalet met een sauna, waar ook ontbijt en high tea worden geserveerd en massages verkrijgbaar zijn. Wie zijn tent verlaat, om te skiën of voor een tocht per hondenslee, moet buiten een rode beker op een lampje klemmen; het personeel zorgt dan dat de kachel blijft branden. ’s Nachts moet je dat zelf doen – een avontuurlijk element. Dineren vereist een voettocht naar het restaurant, 150 meter bergaf, door de sneeuw, in het donker. Bij aankomst in het resort word je hiertoe uitgerust met skistokken, een hoofdlampje, ijzers en een paraplu.

De ronde tent voelt ruim aan. Dat komt ook door het grote ‘raam’ van dubbel plastic, met een fabelachtig uitzicht over de bergtoppen aan de andere kant van het dal, beschenen door de late zon. De planken vloer komt stormbestendig over. In de fauteuils liggen schapenvachtjes, in de ijzeren houtkachel woeden vlammen. Het is behaaglijk warm, ik voel me meteen thuis.

Besneeuwd veld

Als de duisternis valt, volg ik een spoor van lampjes op stokken over een besneeuwd veld tot ik bij de weg kom. Het is niet aardedonker, er staat een heldere maan en de sneeuw licht op. In restaurant Les Cerniers eten deze doordeweekse avond uitsluitend Whitepod-gasten. Een genoeglijk stel van middelbare leeftijd bestelt de kaasfondu. Een jong Brits paar, zij lijkt zwanger, tikt op hun telefoon want hier is wifi. Ik eet een verrukkelijke op de huid gebakken vis uit het meer van Genève. Veel lokaler kan het niet. Of toch: Al het vlees, zegt de ober, komt van de boerderij iets hoger op de berg. Hij is nu dicht, de bewoners en de koeien overwinteren in het dal.

Whitepod profileert zich ook als een van de weinige duurzame wintersportresorts. Door vorm en kleur gaan de tenten op in het landschap, is het idee. Naast lokaal voedsel wordt er lokaal bronwater gebruikt, ledlampen natuurlijk, de douche is zuinig, het kachelhout komt uit het omringende bos. Mocht de ecogast nog twijfels hebben, dan meldt een bord van gerecycled karton in de badkamer waarom er (nog) geen zonne-energie wordt gebruikt (de huidige technologie zou te veel afval produceren en niet goed genoeg werken) en dat er helaas om praktische redenen nog vervuilende sneeuwscooters worden ingezet (‘we zijn aan het kijken naar een elektrisch alternatief’).

De volgende ochtend is het weer omgeslagen. De lucht zit dicht en er valt een poederachtige sneeuw. De binnentemperatuur is gezakt tot 11 graden. Rond twee uur heb ik half slapend voor het laatst een houtblok in de kachel geduwd, van het vuur resten alleen nog smeulende kooltjes. Gauw een blok erop.

Bij het ontbijt vraag ik de manager of het moeilijk is de balans te bewaren tussen luxe en klimaatvriendelijkheid. Dat is een nachtmerrie, zegt hij opgewekt. Fijntjes: „Onze gasten zijn gevoelig voor duurzaamheid, maar verliezen comfort niet uit het oog.” 95 procent van de gasten is volgens hem zeer tevreden, maar altijd zijn er die als verbeterpunt aandragen dat iemand anders ’s nachts de kachel brandend houdt. Dat gaat niet gebeuren, „het vuur hoort bij het alpiene avontuur”. Ook zijn er gasten die bij regen een lift willen met de sneeuwscooter naar het restaurant. „Beginnen we niet aan.” Toch zijn er wel wat concessies gedaan. Er is roomservice mogelijk bij slecht weer. Twee tenten zijn gepromoveerd tot pods deluxe met extra’s als wifi, flatscreen, espressoapparaat en ontbijt op bed.

Verse sporen

Berggids Nathalie komt aan voor een wandeltocht op sneeuwschoenen, waar het volgens haar ideaal weer voor is. Een misprijzend kijkende vrouw en haar man haken niettemin af. Nathalie heeft gelijk, de fijne dwarrelsneeuw hindert niet maar werkt sfeerverhogend. We zien verse wildsporen van waarschijnlijk een eekhoorn, vos en twee wilde geitjes. Onder een den met afhangende takken schenkt ze kruidenthee en besmeert crackers met brandneteljam. Ze vertelt dat ze hier als kind vaak ging skiën, maar dat de skilift in de jaren negentig failliet ging. Whitepod heeft hem overgekocht. De piste is alleen toegankelijk voor gasten, maar op zondag mogen ook locals er gratis skiën. Een goede relatie met de lokale bevolking – ook dat hoort bij het eco-concept.

Terug bij de kachel breekt de lucht. Even is het dal weer zichtbaar en ook de bergen aan de overkant. Dan versmelten de wolken weer tot een potloodgrijs dek. Een dichte mist pakt het landschap in. Zelfs de andere tenten zijn niet meer te zien.