Dit krijgen wij niet te zien. En zij wel

In de Belgische wijken Molenbeek en Borgerhout kijken inwoners urenlang naar Arabische satelliet-tv. Naar verkoolde lichamen en huilende peuters, de uitkomst van Westerse geleidebommen. En die bommen lossen het probleem niet op, constateert Mohammed Benzakour.

In het veldhospitaal, na een luchtaanval van Assad-getrouwe troepen op rebellen nabij Douma, 10 november 2015. Foto EPA

De mooiste bloemen bloeien aan de rand van het ravijn. Maar ook de lelijkste? In de nasleep van de aanslagen in Parijs besloot ik om een weekje rond te neuzen in de twee beruchte Belgische wijken, Molenbeek en Borgerhout. Ik had m’n buik vol van alle columns, commentaren en deskundigenpraat. Sommige opiniemakers klonken kalm en verstandig, anderen konden geen ei leggen zonder te kakelen; bij hen oogde het wit tussen de letters wijzer dan de letters zelf.

Ik trok de deur van m’n werkkamer achter me dicht en stapte in de auto richting Brussel. Met eigen ogen wilde ik zien wat er in die twee zwarte wijken gaande is. Ik hoopte na thuiskomst wat meer van de wereld te snappen dan daarvoor.

Gewapend met een koffer en een dosis nieuwsgierigheid dook ik de straten in. Ik dronk Libanese koffie, las Arabische kranten, speelde dam- en kaartspelletjes, lurkte aan de waterpijp, at ansjovis en koeienpoten met kikkererwten – alles prettig geprijsd. Ofschoon ik in de winkeletalages geen snippertje Sint of Piet bespeurde, noch enige kerstverlichting, hing er een montere sfeer. Ik keuvelde met legio buurtbewoners en café-eigenaren, stamgasten, winkeliers, slagers, kleermakers, koekenbakkers, ik dronk thee met Marokkanen, Syriërs, Afghanen, Irakezen, van alle snit en smaak.

Maar vooral keek ik satelliet-tv. In praktisch elk etablissement hing bovenin een platte, lawaaiige breedbeeld. Voetbal, soaps en veel nieuws. Héél veel nieuws. Nooit eerder zat ik zoveel uren achtereen gekluisterd aan de nieuwsbeelden van Al-Jazeera, Syria TV, Al Arabiya, Al Sharqiya, Al Alam News Channel. Hoofdtopic: de oorlog in Syrië, de bommen op Raqqa. Maar ook: de dagelijkse drama’s in de Palestijnse bezette gebieden, de gruwelen in Irak en Afghanistan. Ik zag complete wijken en ziekenhuizen in puin en as, verkoolde lichamen, markten die in bloedzeeën waren omgedoopt, hier en daar een arm, een been met een flard van de broekspijp er nog om, vrouwen die met een babylijkje in de armen jankend op straat neervielen, huilende peuters die tussen de brokstukken hun moeder zochten.

En telkens werd de scène herhaald van die oude Syrische man die, badend in z’n darmen, de rechtervinger omhoog steekt en met z’n laatste ademteug de geloofsgetuigenis prevelt en dan de ogen sluit. Schokkende taferelen die via Facebook en YouTube razendsnel de moslimwereld overgaan. Soms mét maar vaak zonder waarschuwing vooraf worden de kijkers vergast op niet mis te verstane drama’s. En ik besefte dat pas hier, in deze wijken, via deze zenders, mij de rauwe, concrete uitwerking gewaar werd van de drones en geleidebommen die uit Amerikaanse, Britse en Franse toestellen worden losgelaten op ‘de terroristen’, op ‘doelen van IS’. Toestellen die je op RTL, NOS en CNN alleen maar stoer ronkend ziet landen of opstijgen van een vliegdekschip. Hooguit in de verte een rookpluim.

Intussen klonken om mij heen de diepe verzuchtingen, de gebaren van verbijstering, de kreten van afschuw, gevloek. Hier borrelde frustratie en woede; hier leefden mensen die zich ontegenzeggelijk identificeerden met hen die daar zwartgeblakerd onder het puin lagen. Waarom? Heel simpel: omdat die geteisterde volkeren daar op televisie hetzelfde kroezige haar dragen, uit dezelfde donkere ogen kijken, dezelfde taal en klanken bezigen, dezelfde God aanroepen. Omdat die vrouw met dat dode kind in haar schoot verdomd veel lijkt op hun eigen zus, hun dochter, hun moeder.

Ook volgde ik de politieke discussies, op tv en in cafés, felle discussies die soms in halve knokpartijen eindigden. Discussies over ‘de dubbele moraal’ van het ‘imperialistische Westen’, over Israël die als enige ‘koloniale macht’ al vijftig jaar lang ongestraft ‘alle VN-resoluties’ aan zijn zionistische laars mag lappen; discussies over de warme banden die Amerika en Europa onderhouden met ‘de grootste infuuszak van IS’: Saoedi-Arabië. Ik hoorde hoe populaire talkshowhosts over de ‘Universele Verklaring van de Rechten van de Westerse Mens’ meesmuilden… en alles telkens opnieuw afgewisseld met die afgrijselijke beelden.

Na een week verliet ik de beroemde wijken. Ik voelde opluchting, verwarring, maar ook schaamte. Schaamte dat ik al die tijd, in mijn veilige schrijfkamer, onder een stolp had geleefd. De vele praatjes en plaatjes duizelden door m’n hoofd. Plotseling was de wereld in twee delen gesplitst: de werkelijkheid van de Nederlandse televisie en de werkelijkheid van de Arabische televisie. Daartussen gaapt een kloof zo groot als de Levant.

En natuurlijk, zoals zo vaak, verliezen praatjes het van plaatjes. Om elkaar te verstaan is een gemeenschappelijk vocabulaire nooit afdoende. Wat zegt een woord als ‘collateral damage’? Of ‘vergeldingsactie’, ‘23 doden’? Het zijn lege, steriele woorden. Adembenemend leeg, zonder enig drupje bloed. Werkelijk betekenis krijgen ze pas na een sublieme innerlijke ervaring. Wanneer de taal lichamelijk wordt beleefd, wanneer de woorden in het hart resoneren – of preciezer: omgezet worden in bewegende beelden op het netvlies. Dan pas treedt sensatie op, sublimatie, ontroering, siddering, zoals alleen een goede kunstenaar dat kan. Maar ook een dappere cameraman en een ervaren tv-regisseur zijn daartoe in staat.

De Belgische federale minister van Binnenlandse Zaken beloofde om Molenbeek ‘op te kuisen’. Betere huisvesting, betere scholing, betere infrastructuur. Het zal allicht de wijk wat minder troosteloos maken, maar het raakt niet de kern van het probleem. Ik lees over sleutelfiguren die ingezet worden in de strijd tegen radicalisering; docenten die op scholen actief zijn om jongeren weerbaar te maken tegen eventuele ronselpraktijken. En in Amsterdam sprak een hoogleraar, Fathali Moghaddam, over zijn staircase to terrorism. Deftige academische woorden over hoe je per traptrede kunt voorkomen dat iemand radicaliseert en uiteindelijk in handen valt van ronselaars die hem klaarstomen voor de gewapende jihad. Er zal allicht iets van geldigheid in zitten, maar ook hier: de blik is te nauw.

Pijn en hoop, het zijn de kiemcellen van alle ideologieën en godsdiensten die een hang naar onstoffelijkheid en een paradijs in hun vaandel dragen. Vrijheid, gelijkheid, broederschap – wie wil het niet? Zolang er woede en verdriet heersen, zullen onze hersenen de ijzersterke drogredenen en onontkoombare dwaalwegen scheppen en huisvesten. Ronselaars, ronkende jihadlectuur, haatpredikende imams, kalasjnikovs, bomvesten, het zijn beslist lelijke dingen die beslist bestreden moeten worden. Maar lelijke dingen worden gebaard door een lelijke wereld.

In Molenbeek hoorde ik op TV5Monde een politicus schuimbekken over ‘les cafards’ (kakkerlakken) die we moesten ‘doodtrappen’. IS noemde hij consequent ‘Daesh’ en waarschijnlijk wist hij dat ‘daes’ in het Arabisch zoiets betekent als ‘onder je voet vertrappen’. Een aardige metafoor. Alleen jammer dat deze politicus niet weet dat kakkerlakken uitstekend gedijen in vieze keukens en morsige restaurants.

In het Marokkaans heet het insect heel typerend ‘sraq zieyt’, ofwel: oliedief. Je vraagt je af wie hier de ware oliedieven zijn, maar inderdaad, je kunt het beestje welgemikt verpletteren. Echter, de kans is groot dat zo’n platte kakkerlak nog snel een pakketje eitjes uitstrooit zodat binnen een mum van tijd je hele huis onder een kakkerlakkenplaag zucht. Dit insect laat zich maar door één middel succesvol uitroeien: netheid en hygiëne.