Discussie over schaatsen laait op in verlaten Thialf

Ook vernieuwd ijsstadion trekt weinig kijkers.

Je kon de Friese wereldtoppers Sven Kramer en Jorrit Bergsma eindelijk weer samen in één team zien schaatsen op de ploegachtervolging. Of de Rus Pavel Koelizjnikov, de eerste mens ter wereld onder de 34 seconden, live naar de winst op de 500 meter zien flitsen. Er was zelfs een baanrecord op de 500 meter voor Lee Sang-Hwa, sprintwonder uit Zuid-Korea. Toch kwam vrijdag slechts een handjevol toeschouwers af op de openingsdag van de wereldbeker schaatsen in het half ‘vernieuwbouwde’ Thialf. „Ik weiger toe te geven dat de spiraal omlaag gaat”, stelt sportmarketeer Ron Mulder desondanks. „Mensen kijken nog steeds graag naar het schaatsen.”

Lege tribunes bij eerdere wereldbekerwedstrijden dit seizoen in Calgary, Salt Lake City, Inzell en nu ook al in Heerenveen, vanouds toch het mondiale schaatsmekka? De cyclus van zes internationale wedstrijden per seizoen moet op de schop, stelden sportmarketeers Bob van Oosterhout en Frank van de Wall Bake deze week in de Telegraaf. Zoals er al jaren kritiek is op de wereldbekerreeks. Niet voor niets is er nog altijd geen opvolger voor de gestopte evenementsponsor Essent, dat tot 2014 twee miljoen euro per jaar doneerde. De wedstrijden duren volgens critici te lang en zijn sportief niet belangrijk genoeg, waardoor de toppers makkelijk afzeggen. En voor sportieve niemendalletjes in kille, lege hallen lopen adverteerders niet warm.

„Grote sponsors staan niet in de rij, maar dat is op dit moment in iedere sport zo”, stelt Mulder. De Hagenaar maakte de wereldbeker sinds 1994 mede groot met zijn sportmarketingbedrijf Referee. In 2013 nam hij afscheid, maar dit seizoen keert hij op tijdelijke basis terug bij Infront Sport en Media, het Zwitserse bedrijf van Philippe Blatter (een neef van de geschorste FIFA-voorzitter Sepp Blatter) dat nu namens de internationale schaatsunie ISU de rechten voor de wereldbeker beheert.

Moet de wereldbeker op de schop? „Ik vind dat een zinloze discussie van mensen zonder visie”, stelt Mulder. „Sportief gezien mankeert er weinig aan. Het programma is de laatste jaren ingekort en vernieuwd. De competitie is spannend, er winnen Russen, Amerikanen, Canadezen, Koreanen, Nederlanders.” Elf landen haalden tot nu toe een of meerdere keren de overwinning, vijftien landen pakten medailles, tot Nieuw-Zeeland toe. „De meeste andere wintersporten zijn daar jaloers op.”

Lege schaatshallen overal in de wereld? „Van Oosterhout en Van de Wall Bake zijn zeker nooit in Calgary of Salt Lake City geweest”, countert Mulder. In Noord-Amerika was volgens hem wel degelijk „redelijk wat” publieke belangstelling, zoals het ook afgelopen weekeinde in Inzell best sfeervol was op de hoofdtribune. „Het krijgt op tv een vertekend beeld omdat de camera’s gericht staan op de lege kant van de hal.” En Thialf? Daar is de vrijdag altijd de minst drukke dag, stelt Mulder. Dat was in de hoogtijdagen van Ids Postma en Rintje Ritsma niet anders. „Zaterdag en zondag zit het weer gezellig vol. In Thialf heb je altijd een mooi plaatje.”

Volgens Mulder letten potentiële adverteerders vooral op de kijkcijfers. „Die zijn in Nederland nog altijd hoog, op aantrekkelijke tijdstippen.” Boven het miljoen, zoals in het recente verleden, komen de aantallen niet meer. Toch ‘scoorde’ het wereldrecord van Ted-Jan Bloemen op de tien kilometer in Calgary om half elf op zondagavond nog 815.000 kijkers. „Daar praatte de volgende dag heel Nederland over.” Alleen voetbal trekt op sportief gebied doorgaans meer kijkers. En naar ‘Inzell’ keken vorige week 620.000 mensen, meer dan diezelfde avond naar Nieuwsuur. „Dan zie je hoe populair schaatsen is, ook als het een wereldbeker is.”