De nieuwe commissaris is vrouw

Ze zitten in de top en dat valt tegen. Of ze zitten er net onder en denken daar te stranden. Dus worden ze beroepscommissaris.

Pamela Boumeester

Geen kantoor meer. Geen secretaresse die je agenda beheert, geen auto van de zaak. Geen collega’s, geen adviseurs. Een visitekaartje zonder functie erop. Vrouwelijke topbestuurders geven er geregeld op jonge leeftijd de brui aan – en worden fulltime commissaris. Ver voor hun pensioengerechtigde leeftijd ruilen ze macht, status en een hoog salaris in voor de indirecte invloed van een commissaris.

Intussen worden bedrijven gepusht om vrouwen in hun bestuur op te nemen. De raden van commissarissen profiteren ervan dat vrouwelijke bestuurders hun carrière jong beëindigen: daar neemt de diversiteit toe. Maar de stijging van het aantal vrouwelijke bestuurders blijft achter.

Ja, dat is jammer, beaamt Margot Scheltema, ex-bestuurder bij Shell, nu onder meer commissaris bij De Nederlandsche Bank, TNT Express en Schiphol. „Daarom heb ik er ook lang over nagedacht.”

„Jaaa”, zegt Pamela Boumeester, ex-bestuurder bij NS, nu onder meer commissaris bij Heijmans, Ordina en De Persgroep, „het is altijd een worsteling tussen enerzijds doen wat je zelf wilt en anderzijds woekeren met je talenten.”

„Ik héb mijn verantwoordelijkheid al genomen door te besturen”, zegt Anja Montijn, ex-bestuurder bij adviesbureau Accenture, sinds begin dit jaar commissaris bij Fugro.

Beroepscommissaris, dat was een man die na zijn pensionering bezig wilde blijven – nog steeds is 68 procent van de mannelijke commissarissen ouder dan 60, blijkt uit onderzoek van Mijntje Lückerath, hoogleraar corporate governance in Tilburg. Tegenover 29 procent van de vrouwen. Zij zijn gemiddeld nog geen 56. De mannen zijn bijna 63. En ook bij de nieuwe benoemingen van afgelopen jaar, zo blijkt uit een analyse die Lückerath deed voor NRC, zijn de vrouwen meestal (jonge) vijftigers en de mannen vaak ouder dan zestig.

Hoeveel bestuurders hun baan opgeven om fulltime commissaris te worden, is niet bekend. Dat veel vrouwen die keuze op relatief jonge leeftijd maken, constateert Lückerath op basis van haar jaarlijkse onderzoek voor de Female Board Index. En ook Montijn, Boumeester en Scheltema zien het om zich heen.

Zelf waren zij respectievelijk 52, 51 en 55 jaar toen ze hun topfunctie opzegden. Alle drie hadden ze aanvankelijk best een andere bestuursfunctie gewild. Maar ze kozen voor toezicht. En lieten daarmee los waar ze hun hele carrière voor gewerkt hadden: de baas zijn. Waarom? Vijf redenen.

1Liever beroepscommissaris dan tevergeefs wachten tot je de baas wordt

Als oprichter van het Professional Boards Forum brengt de Noorse Elin Hurvenes vrouwen uit verschillende landen in contact met commissarissen. Het idee is dat hun kans om benoemd te worden groter is als ze maar eenmaal bekend zijn.

Na de invoering van het vrouwenquotum in Noorwegen, dat 40 procent vrouwen vereist in raden van commissarissen, ontstond daar een groep vrouwen met een „heel goede carrière” die zich realiseerden: ik word nooit de baas van dit bedrijf. Maar nu maak ik wel kans om als commissaris macht en invloed te krijgen. Zij kozen daarop voor een nieuwe carrière als beroepscommissaris.

Pamela Boumeester bijvoorbeeld. Zij zat, als bestuursvoorzitter van een divisie van NS „in termen van de NS-hiërarchie op plek drie”. Ze was „voorbestemd” om naar de directie van NS te gaan.

Maar de commissarissen besloten in 2008 anders. „Vanaf dat moment zat ik in a room without a view, op mijn vijftigste. Dan ga je niet zitten wachten op je pensioen. Dat is niks voor mij.”

Boumeester keek uit naar andere banen. Maar niets wat voorbijkwam was vergelijkbaar met de „hoog complexe baan” die ze bij NS had, een bedrijf besturen met 12.000 werknemers. Ze had al commissariaten bij Delta Lloyd, De Persgroep en Ordina. En direct na haar vertrek bij NS belde een headhunter haar voor een commissariaat bij Heijmans. „Er ging een wereld voor me open toen ik de gedachte verliet dat ik weer een baan moest nemen.”

2De status en macht van een bestuursfunctie zijn niet onmisbaar

Anja Montijn was, als bestuurder bij Accenture, verantwoordelijk voor een miljard euro omzet en ongeveer 5.000 mensen. Ze zat één laag onder de raad van bestuur – een functie die ze niet langer dan twee jaar wilde. Montijn vertrok begin dit jaar omdat Accenture haar daarna niet de baan kon bieden die ze ambieerde. Ze besloot een jaar de tijd te nemen om „vanuit de de leegte” te beslissen wat ze wilde.

Een „mooi aanbod” van een ander bedrijf sloeg ze af. „Ik denk dat mannen meer behoefte hebben aan de verslavende adrenaline die bij zo’n baan hoort. En ik denk ook dat zij meer hechten aan de maatschappelijke positie van een bestuursfunctie. Ze zien het als verlies om te vroeg naar de rol van commissaris te gaan.”

Het was voor Margot Scheltema niet makkelijk om die status en macht op te geven, ook al was het haar eigen beslissing om te stoppen als financieel directeur van Shell Nederland. „Ik zou een positie verliezen in het bereiken waarvan ik enorm geïnvesteerd had. Ik vond het een grote stap om rechtstreekse verantwoordelijkheid te verruilen voor de indirecte verantwoordelijkheid van een commissaris.”

Maar de baan die ze had, deed ze al te lang, zegt ze. En ze was, na twintig jaar werken in het buitenland, inmiddels geworteld in Nederland. Opnieuw verhuizen met haar gezin wilde ze niet meer. „En als je dat niet wilt, is er bij Shell niet meer zo veel leuks.”

Misschien, zegt Scheltema, laten vrouwen hun bestuurdersstatus inderdaad makkelijker los dan mannen. Maar ze ziet nu ook mannen op jongere leeftijd hun bestuursfunctie opgeven en alleen nog commissariaten doen. „Het werk van een commissaris is de laatste tien jaar ongelooflijk veel interessanter geworden. Het is nu relevanter door allerlei problemen die er bij verschillende bedrijven zijn geweest.”

En, vinden Scheltema, Montijn en Boumeester alle drie: macht en invloed hebben ze nog steeds. Het is indirecter, maar wel bij meerdere bedrijven. Scheltema: „Het is een mozaïek van kleinere stukjes macht. Maar bij elkaar opgeteld is dat net zo groot als vroeger.”

3Het leven van een beroepscommissaris is flexibeler

De tol van een baan als bestuurder is hoog, zegt Anja Montijn. Te hoog, vindt ze inmiddels. „Ik realiseer me nu pas dat Accenture 24 uur per dag in mijn systeem zat. Ik ben een aangenamer mens geworden sinds ik meer rust heb.”

Montijn is nu een commissariatenportefeuille aan het opbouwen. Scheltema en Boumeester hebben al veel commissariaten waarvoor ze naar vergaderingen moeten, zich moeten voorbereiden, ontwikkelingen moeten volgen en af en toe op reis moeten. Daarnaast hebben ze een waslijst aan nevenactiviteiten. Zo zitten beiden in diverse raden van advies en raden van toezicht en werkt Boumeester als coach van bestuurders. Maar ze zijn wél flexibeler. Scheltema: „Als ik het goed plan, kan ik vakantie nemen wanneer ik wil. Ik hoef het aan niemand meer te vragen. Af en toe piep ik er een week tussenuit, dat deed ik bij Shell minder vaak.”

Hetzelfde geldt voor Boumeester, die zegt dat ze nog steeds „zestig en soms tachtig, negentig uur per week werkt”, maar wél jaarlijks zo’n tien weken op vakantie gaat. En: „Elke keer als er een baan voorbijkwam, stelde ik me voor hoe het zou zijn om weer elke dag om half zes mijn bed uit te moeten. Nu begin ik elke dag om half negen, bij NS was dat half acht.”

4Stoppen met werken is financieel mogelijk

Veel vrouwelijke bestuurders van haar generatie zijn getrouwd, ziet Pamela Boumeester om zich heen, en zijn tweeverdieners. „Omgekeerd is dat vaak niet zo. Een kostwinner kan niet zomaar weg. Die komt niet eens op die gedachte.” Boumeester heeft met haar man besproken of ze de mentale flexibiliteit zouden hebben om, als zij minder of niets zou verdienen, hun huis te verkopen.

Ook Scheltema en Montijn konden zich het verlies van hun bestuurderssalaris veroorloven. Scheltema: „Ik heb erover nagedacht of ik het zou kunnen volhouden. Maar ik heb nooit gedacht: ik hoef niet te werken, want m’n man werkt. Ik had voldoende financiële buffers.” Montijn zegt dat de beslissing om te stoppen als bestuurder misschien wel makkelijker werd gemaakt door het feit dat haar man werkt. Maar het was financieel mogelijk doordat zij vijftien jaar lang „heel goed beloond” is. Bovendien: „Als commissaris hoef je ook niet op een houtje te bijten”. Scheltema kreeg vorig jaar bijvoorbeeld 34.000 euro van Schiphol voor haar werk als commissaris en 66.500 euro van TNT Express. Boumeester kreeg een totale beloning van 37.723 euro van Heijmans en 33.000 euro van Ordina.

5Een vrouw maakt het makkelijker als commissaris dan als bestuurder

Een commissaris hoeft, meestal in tegenstelling tot een bestuurder, niet alle stappen binnen een bedrijf te hebben doorlopen. Commissarissen kunnen ook gekozen worden vanwege andere kennis of vaardigheden. Vrouwen maken daardoor meer kans als commissaris dan als bestuurder, zeker bij bedrijven waar ook de lagen onder de raad van bestuur nog voornamelijk uit mannen bestaan.

Vrouwen zijn relatief onbekend, zegt Margot Scheltema, en krijgen eerder een kans voor een commissariaat dan voor een bestuurlijke baan. De competitie om een bestuursfunctie is bovendien harder dan om die van een positie als commissaris. „Aan de top wordt het dringen en ellebogenwerk. En mannen knokken harder.”

Alle drie zien ze een taak voor zichzelf weggelegd. Zo zocht Pamela Boumeester als commissaris van Ordina „heel welbewust naar een vrouwelijke financieel directeur” – met succes. En wordt er volgens haar bij Heijmans actief geprobeerd om vrouwen te benoemen op hogere posities – en niet alleen de „vrouwenbaantjes” als hoofd personeelszaken of hoofd communicatie. „Maar of dat gaat lukken, is vers twee.” De kinderkwestie blijft ook meespelen, volgens Montijn. „Bij Accenture stopte 50 procent van de vrouwen boven de 35 jaar. Die gingen hooguit iets van een heel andere orde doen.” Het is fnuikend, zegt ze, dat je het nog steeds moet uitleggen als je fulltime werkt terwijl je kinderen hebt.