De immense intensiteit van stilte

Stilte die niet rustig maar luidruchtig is, dat was wat Joost Zwagerman wilde laten zien. In museum Kranenburgh in Bergen opent volgende week de tentoonstelling die hij wel voorbereidde maar niet afmaakte, Silence out Loud.

Koen Vermeule, Nachtlandschap, 1999 Foto Peter Cox

Begin september was Janneke Hooymans voor de laatste keer thuis bij Joost Zwagerman in Haarlem. De tentoonstellingsvormgever had alle 150 kunstwerken uitgeknipt die Zwagerman had geselecteerd voor zijn tentoonstelling in museum Kranenburgh in Bergen. Aan tafel gingen ze samen schuiven en puzzelen. „Ik was opgelucht”, zegt Hooymans. „Na twee jaar hadden we een definitieve lijst van werken en een definitieve inrichting.”

Zwagerman stuurde die dag een mail naar Kees Wieringa, directeur van Kranenburgh. „Na een zeer zinvol en vruchtbaar overleg met Janneke is de indeling nu voltooid”, schreef hij. Vijf dagen later beëindigde de schrijver zijn leven. „Die mail lees ik daardoor toch met andere ogen”, zegt Wieringa. „ Door zijn overlijden ga je alles anders zien, maar dat moeten we misschien helemaal niet doen.”

Zondag is de officiële opening van Silence out loud. De verleiding is groot om die te zien als een afscheidsboodschap, zeker in combinatie met zijn boek De Stilte Van Het Licht, dat de dag na zijn overlijden verscheen, en de gedichten in de bundel Wakend Over God die eind januari verschijnt. Kunstenaars en museumdirecteuren die in dit verhaal aan het woord komen over de wijze waarop Zwagerman aan Silence out loud werkte, kunnen geen van allen de neiging onderdrukken om zijn keuzes, correspondentie of teksten te herinterpreteren na zijn overlijden. Maar ze weten ook dat het niet meer dan speculaties zijn.

„Joost was heel zelfverzekerd over de tentoonstelling. Het was een lang gekoesterde droom”, zegt zijn goede vriend en kunstenaar Harald Vlugt. „We wisten allemaal van zijn depressies. Maar niets wees erop dat hij met deze tentoonstelling het leven wilde afsluiten. En nu zullen we de tentoonstelling toch zien als zijn magnum opus. Terwijl hij dat misschien helemaal niet zo heeft bedoeld.”

Gewelddadige stilte

Het idee voor de tentoonstelling ontstond drie jaar geleden. Wieringa, nog maar net directeur van Kranenburgh, nodigde Zwagerman uit in het museum in Bergen. „We liepen door het casco van ons net voltooide nieuwe gebouw en de ideeën borrelden op wat hij in die ruimte kon doen. Ik dacht: wat zou het mooi zijn als hij een tentoonstelling zou kunnen maken waardoor het publiek een kijkje in zijn hoofd zou kunnen nemen.”

Ze bleken een gezamenlijke liefde te hebben voor de fotograaf Sanne Sannes, bekend in de jaren zestig om zijn grofkorrelige foto’s van naakte modellen. Wieringa: „Sannes is in 1967 tegen een boom gereden met drie fotomodellen in zijn auto. Joost was gefascineerd door het geluid ná zo’n klap. Dat deed hij na door hard met zijn vuist in zijn hand te slaan. En de stilte daarna te laten klinken. Zo ontstond het idee om een ‘gewelddadige tentoonstelling’ aan stilte te wijden. Bij stilte denk je aan sereniteit, maar dit is een luidruchtige stilte. Joost kwam direct met de titel: Silence out loud. Ook het openingsbeeld had hij al voor ogen: een still uit de video Relation Work & Detour, waarin Marina Abramovic en Ulay schreeuwend tegenover elkaar staan.”

Eind 2012 presenteerde Wieringa zijn plannen voor het museum ‘aan de bobo’s in en om Bergen’. „De avond daarvoor, belde Joost. Of hij ook iets mocht zeggen. Hij heeft de hele nacht aan zijn tekst zitten schrijven.” Aan dat publiek hield Zwagerman voor dat deze tentoonstelling ‘onontkoombaar’ moest worden, ‘een tentoonstelling waarin, in onze tijden van kakofonie en hoogtonigheid, de eeuwige waarde en, schrik niet, de eeuwige waarheid van de stilte wordt verbeeld, de stilte waarover Mark Rothko ooit zei, [...] : ‘Silence is so accurate.’

Zwagerman kreeg van Wieringa de opdracht om zelf bij musea, galeries, verzamelaars en kunstenaars de werken los te krijgen. „Hij kon werken van bekende kunstenaars krijgen, waar wij als Kranenburgh niet makkelijk aan komen.”

Zo stuurde Zwagerman al snel een mailtje naar het Stedelijk in Amsterdam, met het verzoek of hij een werk van Robert Ryman en een van Luc Tuymans mocht lenen. „Wij voldeden daar graag aan”, vertelt Bart Rutten, Hoofd Collecties. Zes werken van het Stedelijk hangen er nu in Bergen. „Alleen een wit werk van Malevitsj hebben we niet ter beschikking gesteld. Daarvoor kunnen we het risico niet nemen. Maar verder zijn we ruimhartiger geweest dan anders, hij heeft zoveel voor ons betekend als ambassadeur voor de moderne en hedendaagse kunst.”

Hendrik Driessen, directeur van De Pont in Tilburg, ontving een mail met een wensenlijst van 25 kunstwerken. „Kort, snel en efficiënt, als een soort bestelling. Normaal gaat dat iets formeler”, vertelt Driessen. „Voor acht werken hebben we het kunnen honoreren. Andere zitten in onze vaste opstelling of zijn te gecompliceerd om te vervoeren. Dat realiseerde hij zich niet zo. Hij dacht in grote lijnen. Dat het wel doorgedrukt kan worden.”

Waar Zwagerman efficiënt was met zijn mails aan musea, stapte hij in zijn auto om kunstenaars in hun atelier te bezoeken. Wieringa kreeg verslag via mails en telefoontjes. Soms als hij nog in een studio was. „Vanuit het atelier van Thom Puckey in Zwolle stuurde Joost een foto van een van diens beelden van blote vrouwen met wapens. ‘Kees, kan dit wel’? ‘Ja, absoluut’, zei ik. ‘Dan gaan we ervoor’, was zijn antwoord. Ik hoop dat het goed gaat. Dat beeld is zo kolossaal dat het door de vloer zou kunnen zakken.”

Drie keer ging Zwagerman naar Antwerpen naar de studio van Luc Tuymans, met wie hij de afgelopen jaren ook enige keren samen optrad. ‘Schilderijen moeten, willen ze effect hebben, de immense intensiteit van stilte hebben, een opgevulde stilte of leegte’, zo citeert hij Tuymans in de inleiding van De Stilte van het Licht. „Heeft hij mij geciteerd in zijn boek? Wat heeft hij dan geciteerd? Ja, daar sta ik nog steeds achter”, zegt Tuymans. Van de bezoeken is hem bijgebleven hoe intensief Zwagerman keek. „Veel mensen lopen vrij snel langs al die werken. Joost kon heel lang voor een kunstwerk blijven staan.”

De jonge kunstenaar Sarah van Sonsbeeck kreeg via haar galerie een lange mail. „Daarin verontschuldigde Joost zich dat hij me niet kende en schreef dat hij graag langs wilde komen, omdat stilte het centrale thema is in mijn werk. Het speet hem dat hij zijn boek al had ingeleverd”, vertelt ze. „Ik kende hem alleen van televisie. Ik was star struck toen hij in mijn atelier stond. Hij had een schriftje bij zich en maakte aantekeningen bij alles wat ik zei, als een overijverige student op de eerste rij van de collegebanken. Hij luisterde heel intensief en dat is best bizar bij iemand die je alleen maar kent als uitbundig pratend op televisie. Hij is meer dan twee uur gebleven. Ik denk dat we ons verwant voelden in het idee dat stilte ook beklemmend kan zijn.”

Acht werken zijn er van Van Sonsbeeck te zien in Bergen. „We hebben ze samen uitgezocht. Hij wilde per se het werk One Cubic Metre of Broken Silence. Dat is een glazen kubus waarin ik de stilte had gestopt. Toen deze nog bij Museum De Paviljoens in Almere stond, is die in diggelen geslagen. Met scheuren hangt hij aan elkaar. Die vernieling van de stilte vond Joost interessant. ‘Stilte die is kapotgemaakt, is keiharde stilte’, zei hij.”

Marc Mulders weet nog dat Zwagerman hem twee jaar geleden op een mistroostige donkere dag bezocht in zijn atelier op landgoed Baest bij Eindhoven. „Voor hem was het net of ik ver van de wereld in een hans-en-grietjehuisje woonde. Maar het klikte direct, ook al komen wij uit volstrekt verschillende werelden. Hij uit de wereld van postmodernisten die vaak heel nihilistisch zijn, ik al jaren bezig met religie en ambacht. In de lange correspondentie die wij sindsdien voerden, merkten we dat we met dezelfde thema’s bezig waren”, vertelt Mulders. „Dat hij ook met zijn omgang met het geloof streed.”

Mulders stelde voor een nieuw werk te maken. „Drie crucifixen van glas als tekens van liefde, als een terugkeer naar de bron. Er is veel verkeerd gegaan door religies, maar de oorsprong is goed. Aan de voet van één crucifix heb ik een beeld geplaatst van Damien Hirst die zijn met diamant ingelegde schedel kust. Als symbool van de perversiteit en financiële dominantie in de hedendaagse kunstwereld.”

Stilte ervaren

Vlak voor de zomer vroeg Zwagerman aan Mulders om 12 werken te maken bij gedichten die hij vooruitlopend op zijn bundel Wakend over God in een beperkte oplage van 99 wilde publiceren. „Ik kreeg die gedichten en was zo geraakt. Hij roept God ter verantwoording, is deemoedig, vraagt ‘God, waar ben je’, hij wil hem aanraken. Ik besloot geen nieuwe werken te maken, ik hád ze allemaal al gemaakt. Ik moest mijn klanken samenvoegen met die van Joost. Het was een samenkomst van ons.” Tot maart hangen deze werken en gedichten in Museum De Pont in Tilburg.

In het verzamelen van werken voor de tentoonstelling in Bergen is Zwagerman „helemaal losgegaan”, stelt Wieringa. „Na twee jaar konden we vier musea vullen met de werken die hij bij elkaar had gebracht. Van sommige kunstenaars als Jeroen Henneman of Willem van Althuis had hij twaalf of veertien werken, hij begreep zelf ook dat dat niet kon. Maar over alle werken kon hij obsessief praten.”

Doorgaan of niet met de tentoonstelling? Dat was de vraag waar Wieringa zich na de dood van Zwagerman voor gesteld zag. „We hebben contact opgenomen met de familie”, zegt hij. „Iedereen gaf aan dat we in de geest van Joost door moesten gaan.” Namens de familie gingen zijn vrienden Harald Vlugt, Pieter Bijwaard en Pieter Boskma naar Bergen. Vlugt: „Wij wilden bewaken dat het concept van Joost bewaard zou blijven, dat er niet nog allerlei werken aan toegevoegd zouden worden van kunstenaars die Joost nog een laatste eerbetoon wilden bewijzen.”

Janneke Hooymans heeft verder uitgewerkt hoe vorm te geven aan stilte. Er ligt in het hele museum tapijt. Bij de ingang moet je je schoenen uitdoen. Lichte schilderijen hangen op donkere wanden. Bij de werken hangen geen naambordjes. „Wij wilden dat iedereen echt gedwongen wordt naar de kunstwerken te kijken, zonder afgeleid te worden. Dan kun je de kunst ervaren, de stilte ervaren.”

Wieringa: „Hij wilde heel Nederland laten sidderen, zei hij steeds.”