Dan geen strafvervolging bij stervenshulp

Wat gaan Paul Schnabel en zijn wijzen over euthanasie adviseren? Laten ze beginnen om de naasten die stervenshulp verlenen, onder condities vrijwaring van strafvervolging te geven, betoogt Bert Ummelen.

De Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) vindt dat euthanasie ‘normaal medisch handelen’ moet worden en dat huisartsen die niet ingaan op een euthanasieverzoek zich moeten verantwoorden. Ook moet er een ‘levenseindepil’ komen voor 75-plussers, vindt 44 procent van de lezers die meededen aan een peiling van NRC.

Het zijn frontberichten aan de vooravond van een lang verbeide publicatie, die binnenkort moet verschijnen. Een commissie van wijzen onder leiding van voormalig SCP-directeur Paul Schnabel heeft zich gebogen over ‘de juridische mogelijkheden en de maatschappelijke dilemma’s met betrekking tot hulp bij zelfdoding aan mensen die hun leven voltooid achten’. De strijd over de ruimte die de wet biedt of zou moeten bieden voor vrijwillige levensbeëindiging gaat door – en het is duidelijk wie er aan de winnende hand is.

Rond de eeuwwisseling leek het allemaal helder: artsen die patiënten een ellendig sterfbed bespaarden, werden gevrijwaard van strafvervolging. De wettelijke formule – ‘ondraaglijk en uitzichtloos lijden’ en het ontbreken van een andere manier om dat te stoppen – leek de euthanasiepraktijk stevig in te snoeren.

Niet dus. Het uitgegooide anker, van ‘medische classificeerbaarheid’ van lijden, is gaan krabben en vervolgens door de professie opgehaald. Zo is het in feite een open-eindeformule geworden. Het komt erop neer dat de betrokkene zelf uitmaakt wat ondraaglijk is.

Is een regime waarvan de normatieve grondslag drijfzand is geworden nog functioneel? Sommigen pleiten voor een ‘weg terug’: uitsluitend terminale patiënten zouden voor euthanasie in aanmerking mogen komen. Maar het is nooit de bedoeling van de wetgever geweest levensbeëindiging voor niet-terminaal zieken uit te sluiten.

Een fundamenteler bezwaar is dat zo’n ‘terug naar af’ haaks staat op de schuivende publieke opinie. De NRC-peiling geeft de trend weer. Van een medische noodgreep is euthanasie een exit-optie geworden: bij het in vrijheid genoten leven hoort de vrijheid er een eind aan te maken.

Onvermijdelijk is een groeiende spanning tussen wat patiënten van hun arts verwachten en wat deze bereid is te doen. De ‘goede-dood lobby’ heeft het graag over compassie met lijdende mensen, maar zondert dokters daar wel heel makkelijk van uit.

Als van huisartsen niet mag worden gevraagd om ‘het spiegelbeeld van de verloskundige te worden’, dan blijft de niet-medische route naar het zelfgekozen levenseinde over. Wat voor route kan dat zijn?

Schnabel c.s. adviseren waarschijnlijk niet een dodelijk middel vrij in omloop te brengen. Dat is een al te riskant avontuur. Hetzelfde geldt voor het schrappen van het strafwetartikel dat hulp bij zelfdoding verbiedt.

Eerder hebben psychiater Chabot en ik in het blad Socialisme & Democratie een minder drastische oplossing voorgesteld. Zouden, naar analogie van de euthanasiewet, naasten die zich bij het bieden van stervenshulp aan welomschreven eisen houden niet moeten kunnen rekenen op vrijwaring van vervolging? Een gecontroleerde beschikbaarstelling van een ‘levenseindepil’ is goed mogelijk. Die bestaat in feite al: stichting De Einder levert, na bezoek door een consulent, adresjes. Het is in feite het ‘Zwitserse’ paramedische model waar Schnabel onlangs op tv, in het programma Schepper & Co, naar verwees: niet in een Brave New World-achtige kliniek maar gewoon thuis overlijden.

Chabot en ik schreven eerder over de spraakmakende zaak-Heringa, de man die in 2008 zijn hoogbejaarde stiefmoeder hielp te sterven door een grote hoeveelheid malariapillen voor haar te verzamelen. Stervenshulp door naasten die verder gaat dan het toegestane informeren en moreel steunen is niet bijzonder, en het Openbaar Ministerie knijpt er dan ook wijselijk een oogje bij toe. Bijzonder was de openheid van Heringa: hij is een overtuigingsdader.

In hoger beroep heeft het Arnhemse hof dit jaar zijn beroep op een noodtoestand aanvaard. Maar tegelijk onderstreepten de rechters het incidentele karakter van hun uitspraak. Wat in 2008 een noodtoestand was, is dat niet per se nu de euthanasiewet steeds ruimer wordt uitgelegd. Zo doet zich een paradoxale toestand voor: ‘zelfeuthanasie’ (lees: sterven in eigen regie, in gesprek met naasten) bevrijdt artsen van een onacceptabele druk, maar wordt bemoeilijkt doordat ze aan die druk toegeven.

Albert Heringa zorgde ervoor dat de wilsbekwaamheid en de eigen vrije keuze voor de dood van zijn stiefmoeder buiten kijf stonden. Het hof in Arnhem sprak daar waardering voor uit, maar zonder er een argument in strafrechtelijke zin van te maken.

Schnabel c.s. zouden daarop moeten aandringen.