Bommen en granaten – maar welke dan?

Weet de krant van wanten als het om wapens gaat? Of is alles wat in korte tijd veel kogels afschiet maar meteen een „machinegeweer” en zijn militaire vliegtuigen allemaal „straaljagers”?

Ja, dat is een dankbaar onderwerp voor militaire hobbyisten, of modelbouwers, maar het is zeker niet onbelangrijk. Oorlog, bommen en granaten – ook Nederlandse – zijn tenslotte aan de orde aan de dag. Bij NRC Handelsblad en nrc.next werken journalisten die op de hoogte zijn van militaria, maar het is een handvol. Een flink deel van de verslaggevers, eindredacteuren, fotoredacteuren en vormgevers is te jong om nog te zijn opgeroepen voor militaire dienst, of heeft die niet vervuld (ik evenmin).

Heeft dat gevolgen? Verschillende lezers wezen me de afgelopen weken op onnauwkeurigheden of fouten met militaire begrippen in de krant.

Een lezer uit Heiloo merkte op dat volgens de krant, in een voorpaginabericht, „het Turkse leger” een Russisch vliegtuig uit de lucht had geschoten (Oplopende spanningen NAVO en Rusland na neerhalen straaljager, 24 november). Maar als dat zo is, noteert hij cynisch, „dan zouden de Russen de waarheid spreken (een unicum!) met hun oorspronkelijke bewering dat het vliegtuig vanaf de grond is neergeschoten. Het vliegtuig werd echter door F-16’s van de Turkse luchtmacht neergehaald.”

Klopt, die F-16’s stonden ook in het bericht. Maar in de aanhef was luchtmacht nauwkeuriger geweest. ‘Leger’ is een term die in de spreektaal wordt gebruikt als synoniem voor de hele krijgsmacht, maar in strikte zin alleen slaat op de landmacht. Nu zal niemand waarschijnlijk een kop als Kabinet bezuinigt op leger verkeerd begrijpen en denken dat het alleen op de landmacht slaat, maar een „leger” dat met F-16’s een vliegtuig neerschiet, dat wringt.

De lezer gaat door. Na de aanslagen in Parijs zouden volgens de krant bij huiszoekingen in Lyon ook „raketlanceerinstallaties” zijn gevonden (Kans op nieuwe aanslag is reëel, 16 november). Fijntjes: „Die zijn iets te groot (Boek, Patriot) voor een huurflatje. Het zal een raketwerper zijn geweest, zoals de populaire RPG-7.” Inderdaad, een rocket launcher, de term van de Angelsaksische persbureaus, is nog geen „raketlanceerinstallatie”.

Nog iets: volgens de krant zijn de Britten in Syrië begonnen met „bombardementen” door vliegtuigen van het type Tornado (Bommen moeten Brits aanzien redden, 3 december). Maar bij het artikel staat een plaatje van een heel ander vliegtuig, een Amerikaanse Lockheed U-2R, „geen jachtbommenwerper maar een onbewapende strategische verkenner”. Die fout werd ook ter redactie opgemerkt, en is gecorrigeerd.

Andere klassiekers: „mitrailleur” of „machinegeweer”, ten onrechte gebruikt voor handvuurwapens of diverse types Amerikaanse assault rifles. En: „mariniers” voor marinepersoneel, een verwarring die deze week in een fotobijschrift nog net op tijd werd gesignaleerd en voorkomen door een eindredacteur.

Zo zijn er meer, weten ook redacteuren die over defensiezaken schrijven – en die gelukkig ook door collega’s worden geraadpleegd. Niet alles met rupsbanden is een „tank” (met draaibare geschutskoepel en zwaar kanon). „Automatisch wapen”, vaak gebruikt om te onderstrepen hoe zwaar bewapend criminelen of terroristen zijn, zegt nog niets (bijna alle handvuurwapens zijn tegenwoordig automatisch).

Een tweede lezer, uit Hoeven, stuurde gedetailleerde aanmerkingen op het gebruik van begrippen als torpedobootjager of destroyer, en het verschil tussen vliegtuigtypes als de Su-24, Su-25 en Su-30, „grondaanvalsvliegtuigen” en „gevechtsvliegtuigen”. Hem was ook opgevallen dat in een verder heel „aardig stukje” in Wetenschap mortieren „zwaar artillerievuur” produceren. Mortieren „artillerie’’ noemen, is al op het randje, maar ze zijn volgens hem in elk geval geen zware artillerie.

Je kunt zoiets ook overdrijven. Een krant hoeft geen Jane’s Defence Weekly te zijn, of een Handboek Artillerie. Er lijkt mij niets op tegen om „pantserwagen” te schrijven en niet, heel precies, „CV-90 infanteriegevechtsvoertuig”. Militaire terminologie is notoir complex en bovendien veranderlijk.

Maar toch, waarom zou de krant hier niet nauwkeuriger in proberen te zijn? Zeker nu Nederland al jaren vecht op allerlei internationale strijdtonelen, en in het „hoogste geweldspectrum”. Per slot van rekening maakt de krant ook onderscheid tussen ijs- en andere beren, sunnieten en shi’ieten, of tussen vmbo, mavo en havo. Haal zulke begrippen door elkaar, en je belandt geheid in de Correcties & Aanvullingen of de brievenrubriek. Het Stijlboek van de krant kent overigens nu al een militaire woordenlijst – die naar mijn indruk zelden of nooit wordt geraadpleegd. Die verdient actualisering en aanvulling.

Dat gaat om meer dan technische details. Kennis van militaire termen en technologie is essentieel voor eigen begrip en uitleg aan de lezer, maar ook voor de duidende en controlerende taak van de journalistiek. Bijvoorbeeld om beweringen van officiële zijde te toetsen over de inzet van F-16’s boven Irak of Nederlandse acties in Mali. Oorlog is immers, zoals het heet, een voorzetting van de politiek met andere middelen – die moet je dan wel kennen.

Nog iets over terminologie, na mijn rubriek over IS en ‘Daesh’. Haags redacteur Mark Kranenburg maakte me erop attent dat het kabinet ‘ISIS’ gebruikt en niet ‘IS’, met een verwant motief als de voorstanders van ‘Daesh’. In antwoord op Kamervragen: „Het kabinet geeft de voorkeur aan ISIS. De aanduiding Islamitische Staat (IS) claimt ten onrechte een statelijke identiteit waarin het kabinet niet kan volgen.”

Voor de regering is dat een begrijpelijke afweging, voor de krant maakt het in mijn ogen geen wezenlijk verschil. Al zal de redactie dus moeten beseffen dat een minister bewust ‘ISIS’ zegt en niet ‘IS’. Ook geen detail, dus.