Was toch in de regio gebleven. VVD'er reageert op ex-vluchteling

Hier ben ik, schrijft Shervin Nekuee. Volwaardig burger mede dankzij mijn buren Henk en Rieneke en de kleinschalige opvang van asielzoekers in 1988. De massa-industrie van nu werkt volgens hem de integratie tegen. „Je buren deelden met plezier hun gehaktballen”, reageert VVD-Kamerlid Malik Azmani, „omdat er niet iedere avond tien Shervins aan de deur stonden”.

Hollandse kost, hutspot met ui en worst. Foto ANP / Roos Koole

Shervin Nekuee, socioloog en ex-vluchteling

Ik was ooit een jongeman die uit het Midden-Oosten zijn weg naar uw Nederland had gevonden. In het huidige vocabulaire van de bezorgde burgers was ik een tikkende testosteronbom. Het is een kwart eeuw geleden. Ik behoorde bij de eerste lichting vluchtelingen die centraal werd opgevangen. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) was er net. Ik kwam op een koude februaridag in 1988 terecht in een van de eerste AZC’s in het prachtige Zeeuwse Goes. We waren met zo’n 200 asielzoekers, en zo goed als evenveel personeel en vrijwilligers om ons heen. Dat verblijf heeft 2,5 maanden geduurd. Een mooie tijd. De kunst van het koken is niet echt aan Zeeuwen besteed, maar ze hebben een hart van goud. Ik en mijn lotgenoten voelden ons welkom.

Mijn volgende bestemming was een kleinere gemeente: Nieuwegein. Hier kwam ik terecht met twee andere jonge Iraniërs in een eengezinswoning. Zo was het beleid toen. Kleinschalige AZC’s voor een korte tijd en vervolgens kansrijke asielzoekers verspreiden door het land, naar de zogenaamde Regionale Opvanghuizen. Volgens mij was dat een wijs beleid en het hielp ons om vloeiend en vlot te wennen aan Nederland en Nederland aan ons. Dat ging niet altijd soepel en vanzelfsprekend, moet ik zeggen. Buurvrouw Rieneke en haar man Henk waren niet blij met ons bij onze aankomst. Sterker nog, een van de vrijwilligers van het plaatselijke vluchtelingenwerk waarschuwde ons ervoor dat Henk en Rieneke wellicht racistische gedachten erop na hielden. Wat was het geval? Het net gepensioneerde arbeidersgezin had zich kort voor onze aankomst kritisch uitgesproken in de plaatselijke krant. Ze vonden het oneerlijk dat ons zomaar een huis werd toegewezen, terwijl hun twee kinderen die net uit huis waren lang moesten wachten op de lijst voor een sociale woning.

Het hielp dat een vrijwilliger van Vluchtelingenwerk, zelf een in Nederland gesettelde Iraanse, op de tweede dag met een bos bloemen meeging om ons voor te stellen aan Rieneke en Henk. Het ijs was meteen gebroken, wij werden hechte buren. Sterker, toen ik v taallessen ging volgen en mij voorbereidde op het toelatingsexamen van de Universiteit Utrecht, zei Rieneke: „Jongen, je bent doodop als je thuis komt, kom doordeweeks ’s avonds met ons eten, dan leer je ook nog sneller Nederlands”. Dat hele jaar heb ik doordeweeks bij Rienneke en Henk gegeten. Vooral Rienekes gehakballen waren magnifiek. Als dank stuurden mijn ouders elke maand zakken vol Perzische pistachenoten voor Henk en Rieneke. Ik had ze geschreven, over de zorg die ik van deze buren kreeg en dat ze pistachenoten lekker vonden.

Infographic Haalbaarheidsonderzoek AZC Leidschendam-Voorburg

De menselijke maat van de opvang was toen nog niet zoek. Het AZC was nog geen massa-industrie. Het COA leidde de nodige capaciteit nog niet af van een kortzichtige rendementsformule. Asielzoekers en Nederlanders kregen de kans elkaar te leren kennen – voorbij de wegwerptermen die de pijn en onzekerheid van beide groepen tekortdoen: testosteronbom versus de racist.

Uw Nederland is innig het mijne geworden. Ik voel mij meer dan thuis in uw taal en heb aan artikelen en boeken mogen meeschrijven. Ik heb aan universiteiten mogen lesgeven. Last but not least, ik heb de geboorte van mijn drie prachtkinderen hier mogen vieren. Hier ben ik, een volwaardige burger van Nederland. Mede dankzij Henk en Rieneke. En mede dankzij een kleinschalig en humanitaire beleid, zowel voor de asielzoekers als voor de zittende bewoners in Nederlandse dorpen en steden. Wij de burgers, en politici, onze vertegenwoordigers moeten dat beleid opnieuw uitvinden en omarmen.
 

Lees hieronder de brief van Malik Azmani, Tweede Kamerlid van de VVD en woordvoerder voor immigratie en asiel. Deze reactie is geschreven op verzoek van NRC.

Geachte heer Nekuee, beste Shervin,

Malik Azmani, Tweede Kamer, VVD. Foto ANP

Dank voor je treffende beschrijving van je komst naar Nederland, een kwart eeuw geleden. Zo te lezen heb je hier een prettig leven opgebouwd. Je bent geworteld, hebt hier je kinderen gekregen, onze gewoonten leren kennen en je levert een bijdrage aan onze samenleving, die nu ook de jouwe is. En dat nadat je onvrijwillig je eigen land, je familie, je eigen gewoonten, kortom het eerste deel van je leven hebt moeten achterlaten.

Begrijp mij niet verkeerd, Shervin, ik realiseer mij goed dat vluchten voor oorlog en achterlaten van huis en haard verschrikkelijk is. Van mijn eigen vader, die jaren geleden als gastarbeider naar Nederland kwam, ken ik de verhalen hoe ontheemd je je in het begin voelt en hoe hard het werken is om een plekje in de maatschappij te bevechten.

We moeten dan ook helaas constateren dat niet iedereen daarin slaagt. Vele nieuwkomers, ook uit de tweede en derde generatie, voelen zich geen Nederlander maar identificeren zich eerder met hun land van herkomst. Dat leidt ertoe dat mensen met hun rug naar onze samenleving blijven staan, of erger, tot uitzichtloze situaties als werkloosheid en criminaliteit. Om die reden pleit ik voor een selectief migratiebeleid, zodat mensen die komen ook een eerlijke kans maken om mee te doen.
 
Het is een van de redenen waarom ik er voor heb gepleit om vluchtelingen in de eigen regio op te vangen. Niet alleen maakt het een vaak gevaarlijke oversteek overbodig, het zorgt ervoor dat mensen in hun eigen regio een meer vergelijkbaar leven kunnen leiden dan in Europa. Bijkomend voordeel is dat met het geld dat wij hier uitgeven aan de opvang, daar ter plekke veel meer kan worden bereikt. Om nog maar niet te spreken van de kracht van ‘testosteronbommen’, die hard nodig is om een land ná de oorlog te helpen opbouwen.

Wij werken hard aan die regio’s, maar de werkelijkheid is dat er op dit moment onvoldoende veilige havens zijn om de instroom richting Europa nu al weg te nemen. Instroom van mensen die weliswaar vaak op de vlucht zijn voor oorlog, maar er binnen Europa voor kiezen om door te reizen naar de landen die de meeste kans bieden om een goed leven op te bouwen. Waar het onderwijs goed is, de zorg en sociale voorzieningen op peil zijn. Waar een huis voor je geregeld wordt en je aan de slag kunt. Binnen Europa reizen veel mensen door naar Zweden, Duitsland en naar Nederland. Wij bieden immers die goede voorzieningen. De kleinschalige opvang waar je voor pleit, is met de aantallen asielzoekers die ons land bereiken, niet meer realistisch. De ‘massa-industrie’ die je beschrijft is geen keuze, maar een gevolg van de toestroom. Henk en Rieneke deelden met plezier hun gehaktballen, maar met alle respect, datzelfde hadden zij vermoedelijk niet kunnen doen als er iedere avond tien Shervins aan de deur hadden gestaan. De grenzen van de draagkracht zijn in zicht. Was jouw komst nog ‘in te passen’ in Nieuwegein, de verhoudingen liggen vandaag echt anders. Zie het dorpje Oranje, waar naast de 150 oorspronkelijke inwoners, op enig moment ruim 700 asielzoekers werden opgevangen. Daar had Rieneke niet tegenop kunnen braden.
 
Het is mijn taak als politicus om de mooie voorzieningen die ons land biedt, ook voor toekomstige generaties beschikbaar te houden. Dat lukt niet als te veel mensen er gebruik van maken. Waar Henk en Rieneke vijfentwintig jaar geleden al aandacht voor vroegen, verdringing op de woningmarkt, is een risico dat vandaag de dag alleen maar groter is geworden. Daarnaast drukken de grote aantallen asielzoekers op onze zorgkosten en sociale voorzieningen. Uitgebreide voorzieningen passen ook niet bij tijdelijk verblijf. Het leidt ertoe dat mensen liever hier blijven dan terug gaan als hun land weer veilig is. Begrijpelijk, maar niet te dragen voor ons land.
 
Betekent dit dat wij onze compassie zijn verloren? Nee, daarmee begon ik niet voor niets mijn betoog. Iedereen heeft en houdt het recht op veilige opvang. Maar dat hoeft niet in Nederland. Daarom mijn voorstel om die opvang zo dicht mogelijk bij huis te verzorgen. Daarnaast moeten we zorgen dat asielzoekers niet om economische redenen doorreizen naar Nederland, nadat zij een veilige plek elders in Europa hebben bereikt. Dat doen wij door de voorzieningen voor deze groep tijdelijk en sober te laten zijn, gericht op terugkeer. Want wij gunnen iedere vluchteling een mooi, veilig leven, maar dan wel in het land of de regio waar hij of zij vandaan komt.

Groet, Malik Azmani