Zij ronselden jongeren voor de jihad

Rechter legt hoge straffen op aan Haagse groep extremistische moslims voor werven van Syriëgangers.

Azzedine C., Rudolf H., Oussama C., Jordi de J. en Moussa L. tijdens het grote Haagse jihadproces in de speciaal beveiligde rechtszaal de bunker in Amsterdam-Osdorp. Tekening ANP / Aloys Oosterwijk

De rechter begint zijn uitspraak met een opsomming. Het is in Nederland níet strafbaar om de islam te verspreiden. Het is níet strafbaar te ageren tegen buitenlandse politiek. Het is níet strafbaar te ageren tegen democratie. En het is zelfs niet strafbaar openlijk te sympathiseren met een terroristische organisatie, zegt de rechter.

Toch werden er donderdag fikse straffen uitgedeeld in de beveiligde rechtbank in Amsterdam-Osdorp aan een groep extremistische moslims uit Den Haag. Negen mensen werden veroordeeld, drie mannen kregen zes jaar cel, twee van hen verblijven in Syrië. Zes van negen vormden volgens de rechters een terroristische organisatie. De organisatie ging verder dan het sympathiseren met IS; volgens de Haagse rechtbank hadden zij als doel jongeren te ronselen voor de gewapende jihad in Syrië.

Het is voor het eerst dat er zulke zware straffen zijn uitgesproken voor ronselaars voor de jihad. Met deze veroordeling lijkt de belangrijkste jihadistische kern in Nederland opgerold.

Dit zijn de hoofdpersonen, en de aliassen die zij online gebruikten

Deze groep vulde websites, Twitteraccounts en Facebookpagina’s met „constante stroom aan opruiende berichten”. Soms gebeurde dat heel duidelijk, zoals bijvoorbeeld in de propagandafilm ‘Oh, oh Aleppo’, die duidelijk bedoeld is om jongeren te werven voor de gewapende strijd. Rudolph H., veroordeeld tot drie jaar cel, 1 jaar voorwaardelijk, verspreidde de film via internet. Maar de rechter rekende ook een foto daartoe die de jonge prediker Oussama C. op internet plaatste van een gesluierde vrouw en man die samen een geweer vasthouden.

De rechter constateerde dat de groep een klimaat heeft geschapen waarin het reizen naar Syrië werd gezien als een verplichting voor elke moslim. In dat klimaat was het makkelijker „kwetsbare beïnvloedbare, psychisch minder weerbare jongeren” over te halen te vertrekken. Met name uit de Haagse Schilderswijk zijn tientallen jongeren vertrokken.

Een jongere heeft daadwerkelijk getuigd over de ronselpraktijken van de groep, waar hijzelf aanvankelijk ook toe behoorde. De rechtbank beoordeelde zijn politieverklaring als „betrouwbaar en geloofwaardig”. Later trok hij zijn woorden terug, volgens de rechtbank omdat hij geschrokken was van de commotie die zijn verklaring binnen de groep had veroorzaakt.

‘Parijs speelt mee in strafmaat’

Volgens de advocaten is het absurd om een losse groep jongemannen te typeren als organisatie. „Mijn client is vrijgesproken van ronselen en liet zich genuanceerd uit op internet”, zegt André Seebregts, advocaat van Azzedine C. Volgens Seebregts spelen huidige aanslagen zoals recentelijk in Parijs mee in de strafmaat. „Volstrekt ten onrechte natuurlijk.”

De rechtbank verwees in haar vonnis niet naar de gebeurtenissen in Parijs en stelde vast dat de verdachten geen plannen hadden een terroristische aanslag in Nederland te plegen. Het draait in de zaak ook niet zozeer om hun radicale gedachtegoed, als wel om hun concrete gedragingen. Zo hebben zij in talloze berichten jongeren aangezet tot een vertrek naar Syrië, concludeerde de rechtbank. Daarnaast hebben ze geld ingezameld om de gang naar Syrië te bekostigen en hadden ze contacten in Syrië om de reis te vergemakkelijken. Hoofdverdachte Azzedine C. gaf potentiële Syriëgangers tips hoe zij konden reizen zonder te worden tegengehouden.

Het kostte de rechter tientallen pagina’s om uit te leggen waarom de groep Haagse moslims één organisatie hebben gevormd. Dit was een belangrijk punt voor justitie, omdat de meesten niet individueel voor ronselen konden worden veroordeeld, maar als groep wél. Een cruciale rol speelde de getuigenverklaring van antropoloog Martijn de Koning die geruime tijd met de jihadisten optrok voor zijn onderzoek. De antropoloog, die in het proces optrad als getuige-deskundige, vond expliciet niet dat het om een organisatie ging, maar om vrienden die met elkaar optrokken, overlegden over activiteiten, en min of meer dezelfde radicale ideologie aanhingen. Volgens de rechtbank betekent dit in juridische zin dat er wél sprake is van een organisatie, namelijk van „een duurzaam samenwerkingsverband”. Het oogmerk van die organisatie was „het bespelen, ideologisch rijp maken en werven van jonge moslims voor de gewapende strijd”. Een terroristisch doel, dus.

Ronselen via sociale media

Sinds de oorlog in Syrië is het justitie niet eerder gelukt een ronselaar veroordeeld te krijgen. De vorige poging mislukte: de Zoetermeerse 20-jarige Shukri F. werd vorig jaar vrijgesproken. Hoewel zij frequent en dwingend sprak over het kalifaat en het martelaarschap, vond de rechter haar geen ronselaar.

Maar de rechter oordeelde over deze groep dat ronselen ook vorm kan krijgen in berichten op sociale media. Door zoveel opruiende berichten te posten waarin duidelijk de jihad werd aanbevolen, probeerden zij jongeren ideologisch rijp te maken voor de strijd in Syrië. Er hoefde niet te worden aangetoond dat door die berichten ook daadwerkelijk jongeren zijn vertrokken. Alleen de de ronselpoging is genoeg voor een veroordeling.