‘Vrouwen in selectiecommissies nemen minder snel vrouwelijke kandidaten aan’

Nienke Bos in de Volkskrant

Foto iStock

De aanleiding

„Mannen verbazen zich vaak over het feit dat ik nadenk”, schreef Nienke Bos deze week in een opinieartikel in de Volkskrant. Het artikel werd veel gedeeld op sociale media. Volgens Bos, promovendus in de politieke wetenschappen aan de Universiteit Leiden, dragen vrouwen bij aan seksisme op de werkvloer. Ze haalt een onderzoek aan dat aantoont dat „vrouwen in selectiecommissies minder snel vrouwelijke kandidaten aannemen”. Gunnen vrouwen elkaar succes, vraagt Bos zich af.

Waar is het op gebaseerd?

Nienke Bos verwijst naar onderzoek van Manuel Bagues, verbonden aan een Finse universiteit. Met andere Europese onderzoekers analyseerde hij tienduizenden beslissingen van selectiecommissies. Zoals de selectie van hoogleraren in Italië en Spanje en de Spaanse rechterlijke macht.

En, klopt het?

Selectiecommissies met mannen én vrouwen kiezen minder vaak voor vrouwelijke kandidaten dan commissies met alleen maar mannen, wijzen beide onderzoeken van Bagues uit. „Commissies met alleen maar vrouwen zijn er bijna niet, dus die kun je niet toetsen”, zegt Bagues.

„Je kunt concluderen dat vrouwen in deze branche harder zijn voor andere vrouwen. Maar het kan bijvoorbeeld ook dat mannen in gemixte commissies vrouwen minder gunnen.” Sociaal psycholoog Romy van der Lee (Universiteit Leiden) deed met Naomi Ellemers (Universiteit Utrecht) onderzoek naar Veni-beurzen voor beginnende onderzoekers. Van der Lee: „Wij zagen dat de kans dat een vrouw een beurs toegekend krijgt in ieder geval niet groter is als er veel vrouwen in commissie zitten.”

In bekend wetenschappelijk onderzoek wordt het selectiegedrag van Noorse bedrijven met een vrouwenquota voor de raad van bestuur (40 procent) vergeleken met bedrijven die vóór de invoering van de quota al aan het quotum voldeden. In de bedrijven die daardoor meer vrouwen in de raad kregen, groeide het aantal vrouwen niet.

In Nederland doet onder meer Marieke van den Brink (Radboud Universiteit) onderzoek naar vrouwen in de wetenschap. Uit haar proefschrift blijkt juist dat de succeskans voor vrouwen om benoemd te worden tot hoogleraar groter was als commissies bestonden uit twee of meer vrouwen dan in commissies met één of geen vrouwen.

Mannen én vrouwen stereotyperen andere vrouwen, blijkt uit meerdere onderzoeken. „Door onbewuste koppeling van bijvoorbeeld leiderschap met mannen en mannelijkheid, zijn veel mensen meer geneigd om een onbewuste voorkeur te hebben voor mannelijk leiderschap.” Maar, denkt ze „bij vrouwen is er verhoudingsgewijs een groter gedeelte dat zich bewust is van genderongelijkheid en gender bias. Daardoor wordt sneller ingegrepen bij twijfel aan de geschiktheid van een vrouwelijke kandidaat.”

Conclusie

Onderzoek laat zien dat selectiecommissies waar óók vrouwen in zitten, minder snel geneigd zijn om vrouwen te benoemen. Maar er zijn ook onderzoeken die juist constateren dat vrouwen bij gemixte commissies een grotere succeskans hebben om benoemd te worden tot hoogleraar. „Je kunt geen universele conclusie trekken over de manier waarop gender de beoordelingen in de academische wereld beïnvloedt”, schrijft Marieke van den Brink in haar proefschrift. Alle onderzoeken zijn toegespitst op specifieke groepen, vaak in de wetenschap. Er is inderdaad onderzoek dat aantoont wat Bos beweert. Maar er is ook onderzoek dat het tegendeel bewijst. Daarom beoordelen we deze stelling als niet te checken.

Kim Bos