Vergeetachtige woelmuis gaat vaker vreemd

Sommige woelmuizen hebben moeite te onthouden waar ze geweest zijn. Daardoor dwalen ze meer. En ontmoeten ze vreemde vrouwtjes. Dwalen kan voordelig zijn.

Een prairiewoelmuis op pad, op een prairie in de VS. Woelmuizen gaan vreemd doordat ze de weg kwijt zijn. Foto Biosphoto / Minden Pictures / Yva Momatiuk & John Eastcott

Prairiewoelmuismannen gaan vaker vreemd naarmate ze vergeetachtiger zijn. Deze vreemdgangers weten niet altijd waar hun eigen partner uithangt, zwerven verder en komen vaker andere vrouwtjes tegen. Woelmuizen met een goed ontwikkeld ruimtelijk geheugen zijn honkvaster én trouwer. Dat schrijven onderzoekers van de University of Texas deze vrijdag in Science. Ze laten zien dat het erfelijk bepaald is of een woelmuis een sterk of zwak ruimtelijk geheugen heeft.

De prairiewoelmuis (Microtus ochrogaster) heeft het best onderzochte liefdesleven van alle knaagdieren. Biologen waren in eerste instantie onder de indruk van hun gewoonte om vaste koppeltjes te vormen. Mannetje en vrouwtje voeden samen hun jongen op en blijven de rest van hun korte leventje bij elkaar. Dat is zeldzaam voor een zoogdier. Kon dit misschien een model zijn voor menselijke monogamie?

Bij goed kijken bleek dat sommige woelmuizen het regelmatig met een ander doen. Ongeveer een kwart van alle woelmuisjongen is niet het kind van de opvoedende vader of moeder.

In de jaren 90 vonden fysiologen in het woelmuizenbrein de schakelaar tussen monogamie en vreemdgaan: het hormoon vasopressine. Spuit vasopressine in het woelmuizenbrein en de dieren vormen spontaan koppeltjes. Blokkeer de werking van vasopressine en de woelmuizen hebben nog wel zin in seks, maar zijn niet meer monogaam.

De onderzoekers uit Texas laten nu zien dat trouwe woelmuizen gevoeliger zijn voor vasopressine dan ontrouwe. Maar dat verschil zit niet in de hersengebieden die betrokken zijn bij paarvorming, waar je dit zou verwachten. Het zit in het ruimtelijk geheugen. Die verschillen zijn erfelijk bepaald.

Wat is er aan de hand? De biologen denken het volgende: woelmuizen met weinig vasopressine-receptoren onthouden slechter waar hun partner is en waar ze agressieve ontmoetingen met andere woelmuismannen hadden. Ze dwalen verder en komen meer vrouwtjes tegen. Mannetjes met véél receptoren kunnen hun eigen partner beter in de gaten houden, maar komen minder andere vrouwtjes tegen.

De Texanen voorzagen woelmuizen van GPS-zenders om die hypothese te testen. Zo zagen ze dat vreemdgaande muizen inderdaad over een groter terrein zwierven en vaker het territorium van andere woelmuizen binnendrongen.

Of vreemdgaan of trouw de betere strategie is, hangt af van de woelmuizendichtheid, vermoeden de onderzoekers.

Als er veel woelmuizen zijn en vrouwtjes moeilijker te verdedigen zijn, loont het misschien om vreemd te gaan. Omgekeerd zijn de trouwe woelmuizen in het voordeel als er weinig woelmuizen zijn.