Vandaag is het Stille Achterbergdag (maar vertel het niet verder)

Ik begreep zelf niet hoe het kwam, maar vorige week overviel mij een onbedwingbare behoefte om Achterberg te lezen. Ik bladerde voor het slapengaan door de bloemlezing Voorbij de laatste stad en besloot mijn vrouw ‘De ballade van de gasfitter’ voor te lezen. Na vijf van de veertien sonnetten viel ze in slaap, terwijl ik me liet hypnotiseren door regels als:

Hier zit geen gas. God is het gat en stort

zijn diepten op mij uit om te beleven

aan een verwaten fitter hoe verheven

hijzelf bij iedere étage wordt.

Ik ken die gedichten al twintig jaar (vrucht van een college dat zo leerzaam was dat geen van de twintig deelnemers een eindwerkstuk inleverde) en u verwacht nu ongetwijfeld dat ik er iets snedigs over ga zeggen. Over spiegelingen of hoe de hele cyclus over dood/god/seks/Kafka/poëzie gaat, maar dat die ik niet. Soms wil een mens poëzie lezen zonder elke daaruit voortvloeiende gedachte af te hoeven maken. Zeker in december, waarin je de slaaf lijkt te zijn van andermans agenda, een adventskalender van al dan niet achterstallige taken en taakjes voor de laatste weken: jaarlijstjes, wie volgende week de P.C. Hooftprijs krijgt (wat mij betreft Grunberg, maar ik gok op Oek, Rosenboom of De Moor sr), de dikke boeken die je verwijtend aanstaren vanaf je bureau omdat ze wél de moeite waard zijn, maar toch de krant nog niet haalden, zoals Ouderen zijn het gelukkigst, de verzamelde gedichten van Anton Korteweg. Ernaast staat het boekje dat vast Achterberg in mijn onderbewuste heeft geplant: Achterberg: een kind dat alles maken kan. Het is een fraaie uitgave van het Achterberggenootschap, met veel over Achterberg en Ida Gerhardt, wat biografengedoe en een fijn stuk over Achterberg en Kaïn.

Laten we een Achterbergdag stichten: een dag waarop je zonder aanleiding een boek uit de kast haalt om stil en alleen in te lezen, gewoon om je te realiseren dat het bestaat – zoals je in de trein even uit het raam moet kijken als je bij Bommel de brug overgaat. En zoals je, als je langs een pupillenveld loopt, even blijft staan om te kijken of er niet mooi wordt gescoord. Maar ja, voor je het weet belandt onze Achterbergdag op de to do lists en dan werkt het niet. We noemen het Stille Achterbergdag. En we vertellen niemand wanneer het is. Dit is ‘Roep’:

Nu ik nogeens van u verschil.

en mij hetzelfde ongeduld

van voor dat ik u heb gekend:

te worden in u omgezet –

opnieuw vervult, maar nu verstild

tot wil

terrein te houden in den nacht,

die ons was toegemeten:

voor den laatsten m2

God, geef acht.