Column

Vandaag draait alles om de lijn naar Berlijn

In de vluchtelingencrisis stuit de macht van Angela Merkel op haar grenzen, thuis en in Europa. Vorige week voerde Europese Raadsvoorzitter Donald Tusk een harde aanval uit. In gesprek met zes kranten waaronder The Guardian en de Süddeutsche zei de Pool: „De migrantenstroom is niet te groot om te stoppen, zoals enkelen zeggen. Dat is gevaarlijk. We moeten zeggen: de vluchtelingenstroom is te groot om niet te stoppen.” Hij hamerde op betere controle van Europa’s buitengrenzen en stelde voor vluchtelingen tot aan achttien maanden in registratiecentra op te vangen. Opvallend ook is zijn twijfel over het draagvlak voor de herverdeling van asielzoekers, zoals in september door Berlijn per meerderheidsbesluit doorgedrukt voor een groep van 160.000. Hij zei: „Op middellange- en lange termijn kan de meerderheidstemming niet als dwangmiddel werken. Het is niet alleen mijn inschatting dat in Europa geen meerderheid voor herverdeling is.” Vooruitlopend op het verwijt eerder als Pools oud-premier dan als EU-president te spreken voegde Tusk toe: „En dat ligt niet alleen aan Oost-Europese landen.” Zo viel de voorzitter van de regeringsleiders uit zijn rol van bemiddelaar achter de schermen en maakte hij zich tot woordvoerder van een meerderheid die Merkel niet hardop tegenspreekt – en die waarschijnlijk ook François Hollande en Mark Rutte omvat. Toch riskeert Tusk zichzelf zo buitenspel te zetten.

De Duitse macht in Europa is sinds de eurocrisis sterk toegenomen. Het blijkt in de drie politieke EU-instellingen: Europees Parlement, Europese Raad en Commissie. Het parlement is vanouds een Duits bastion. Als volkrijkste lidstaat kiest het land de meeste europarlementariërs (96 op 751); het stuurt ervaren mensen en beheerst de fracties van christen- en sociaal-democraten.

Voorzitter van het parlement is Martin Schulz, de secretaris-generaal zijn landgenoot Klaus Welle. Dan de Europese Raad: het forum van regeringsleiders werd lang gedomineerd door Frankrijk en Duitsland – in die volgorde. Protocollair staat een president boven een bondskanselier: de Fransen lieten dit graag merken en de Duitsers wisten hun plaats. Zo ging het met de duo’s Giscard & Schmidt, Mitterrand & Kohl, en Chirac & Schröder. Merkel vormde ook zo’n duo met Sarkozy, ‘Merkozy’; in de eurocrisis bleek wel wie de baas was… Sinds de komst van de afwachtende François Hollande krijgt Merkel in de Europese Raad nog minder tegenspel.

Ten derde de Commissie, het ambtelijk apparaat. Hier zit de frappantste verschuiving. Vanouds had elke eurocommissaris graag een Fransman, een Brit en een Duitser in zijn staf om lijntjes met de drie grote hoofdsteden te hebben. Vandaag draait alles om de lijn naar Berlijn. Spin in het web is de kabinetschef van Juncker, de Duitser Martin Selmayr, volgens velen machtiger dan zijn baas. Ondanks een hoogdravende Europese retoriek past zijn agenda vaak wonderwel op Duitse belangen.

De macht van Merkel is die van Duitsland in Europa: te sterk om opzij te worden gezet en niet sterk genoeg om alles door te drukken. Toch anders dan de Amerikanen in de NAVO: die kunnen wel vrijwel alles forceren. Sinds Merkel merkte dat ze in de vluchtelingencrisis weinig heeft aan Tusk en haar eigen gremium van regeringsleiders, zet ze haar kaarten op de Commissie.

Op haar verzoek organiseerde Juncker eind oktober een minitop voor landen aan de ‘Balkanroute’ en onderhandelt Frans Timmermans met de Turken. Aan Tusk en Juncker de taak om de spanning tussen Duitsland en de rest in goede banen te geleiden; niet om publiekelijk een zijspoor op te gaan.